Menu

Premium

De leeuw uit Juda is een lam

Bij Openbaring 5

Na de profetieën aan de zeven gemeenten in Asia vormen Openbaring 4 en 5 een stilte voor de storm, voordat de ‘echte’ apocalyptische toestanden, in de populaire zin van het woord – chaos en vernietiging aan het einde der tijden – losbarsten. In het korte vierde hoofdstuk wordt het visioen van de hemelse troon aan de glazen zee ingeleid. Daarop zit iemand die, zoals blijkt uit de lofprijzing die de vierentwintig oudsten aan Hem wijden, de Heer zelf is (Openbaring 4,11).

In deze enscenering vindt de overhandiging van de boekrol plaats (Openbaring 5). Wat is dit voor boekrol? In tegenstelling tot wat bij Torarollen gebruikelijk is, is deze van binnen en van buiten beschreven. Als we te rade gaan bij Daniël, wat vaak gedaan wordt om Openbaring te begrijpen, lijkt het waarschijnlijker dat de rol een beschrijving bevat van de ‘apocalyptische’ tekenen en rampen die op het punt staan om zich te gaan voltrekken. In Daniël 7 en 8 zijn immers de droomvisioenen, die lijken op die in Openbaring, door Daniël opgeschreven. In Daniël 9,13a staat bovendien: ‘Het kwaad dat over ons gekomen is, staat al beschreven in de wet van Mozes.’ Door oudtestamentische profeten geschreven en gesproken woorden hebben performatieve kracht: wat zij zeggen en schrijven, gebeurt.

Het lam heeft overwonnen

Wie is waardig (Gr.: axios) om de boekrol aan te nemen en de zegels te openen? De ik-persoon, Johannes, ‘weende zeer’ (Gr.: eklaion polu) omdat er niemand in de hemel noch op de aarde noch onder de aarde waardig bleek de boekrol te openen of in te zien (Openbaring 5,3-4). De oudsten zien Johannes’ emotie en een van hen zegt: ‘Huil niet.’ Hij troost hem met de gedachte dat de leeuw uit de stam Juda, ‘de telg van David’, de overwinning behaald heeft, en daarom de boekrol met de zeven zegels mag openen (Openbaring 5,5). Twee dingen bieden Johannes hier troost: de aoristusvorm van ‘overwinnen’ (Gr.: enikèsen) – het is al gebeurd – en het feit dat de leeuw een lam blijkt te zijn. Hoewel de finale strijd nog moet komen, staat de overwinning al vast: die is al behaald door het lam.

Het lam als kruispunt van betekenissen

Waarom is hier (Openbaring 5,6) het Griekse woord arnion (= bokje, offerlam) gebruikt voor ‘lam’? Het is in het nieuwtestamentische Grieks een ongebruikelijke woordkeuze: pascha, amnos of probaton hadden meer voor de hand gelegen. We vinden in het Nieuwe Testament en de Septuagint (LXX) het woord slechts in vier situaties terug. Ten eerste natuurlijk in het Johannesevangelie: hier komt arnion voor ‘lam’ eenmaal voor, namelijk na de eerste van de drie keer dat Jezus aan Simon Petrus vraagt: ‘Heb jij Mij lief?’ Als Petrus hierop bevestigend antwoordt, zegt Jezus de eerste keer: ‘Weid mijn lammeren’ (Johannes 21,16). Verder komt het woord voor in de Septuagintversie van Jeremia 11,19, over het lam dat naar de slachtbank wordt geleid. Ook in de Septuagintversie van Psalmen 114,4.6 (113,4.6 LXX) komt het voor: ‘de bergen schrokken op als rammen, als lammeren sprongen de heuvels op. (…) Waarvoor, bergen, schrikken jullie op als rammen, springen jullie, heuvels, als lammeren op? Voor het aanschijn van de Heer (…)’
De laatste vindplaats is in Jeremia LXX, waar hoofdstuk 27 een stuk langer is dan in onze gebruikelijke, op de Biblia Hebraica Stuttgartensia gebaseerde bijbelvertalingen. In 27,45 komt daar een verwijzing naar de lammeren voor in een profetie van Jeremia tegen Babylon en de Chaldeeën. ‘Luister naar de overwegingen van de Heer, die Hij overweegt over Babylon, en naar wat Hij denkt van hen die wonen onder de Chaldeeën: opdat niet worden vernietigd de lammeren van zijn schapen, opdat zijn wet niet onzichtbaar wordt.’ Hier zijn de lammeren dus de zichtbare representanten van de Tora onder de volkeren. Bovendien is het lam in Openbaring 5,6 niet zomaar een lam; het is een lam dat al de sporen van slachting vertoont (vgl. Jeremia 11,19), en desondanks nog fier overeind staat!
Het is dus onmogelijk hier één heldere, betekenisvolle lijn in te ontdekken waarmee we de keuze van juist dit woord kunnen verklaren. We moeten voorlopig tevreden zijn met de vaststelling dat arnion een verwijzing is naar een lam dat meer is dan een jong schaap: het is een symbolisch kruispunt waar Gods volk, de zichtbare Tora, de volgelingen van Jezus en ten slotte natuurlijk de teruggekeerde Messias zelf elkaar tegenkomen. Terugkijkend vanuit het boek Openbaring komt dit laatste, Jezus als de teruggekeerde Messias, natuurlijk als de ultieme betekenis naar voren. Toegepast op een eventuele preek zou de nadruk kunnen worden gelegd op Jezus als de belichaming van Gods gebod, zichtbaar gemaakt in déze wereld door zijn volgelingen.

De onthulling in een lied

Deze hele scène zit vol verwijzingen naar gebeurtenissen die later in Openbaring hun definitieve betekenis onthullen. In hoofdstuk 10 komt bijvoorbeeld het thema van de boekrol weer terug, alleen is deze nu geopend en klein van formaat. Het boekje bevat ook daar de geheimen van God die werkelijkheid zullen worden. Johannes moet het boekje opeten: het is zoet als honing in de mond, maar brandt in de maag. Daarna moet hij voor landen, volkeren en koningen profeteren.
Ook het nieuwe lied van de vier wezens en de vierentwintig oudsten (Openbaring 5,8-12) komt later terug in hoofdstuk 14 en 15, op beide plaatsen in het derde vers: het lied van Gods dienaar Mozes en van het Lam. Maar hier klinkt het al, glorieus: alle bewoners van de hemel en de aarde, tienduizend maal tienduizend, duizend maal duizend, aanbidden en loven het Lam. Eigenlijk zou dit al een mooi einde van het boek zijn. ‘Amen’ zeggen we met de vier wezens mee (Openbaring 5,14). Maar dit is pas het begin.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken