Menu

None

De noodzaak van aandacht

Oude fabriek

Aandacht loopt als een rode draad door het werk van filosofe en mystica Simone Weil heen. Het is in de fabriek, en daarmee in de rol van arbeider, dat Weil, die zelf uit een gegoede familie kwam, aan den lijve ondervond waarom aandacht niet alleen belangrijk maar zelfs noodzakelijk is. Barbara Zwaan vertelt ons er meer over.

De Franse filosofe en mystica Simone Weil (1909-1943) was tot voor kort in Nederland vooral bekend om haar postuum uitgegeven bundeling van brieven en beschouwingen Wachten op God (Attente de Dieu). Onderwerpen als de doop, de liefde tot God en de (ongelukkige) naaste, en haar geestelijke autobiografie komen daarin aan bod. Naast deze spirituele kant van Weil is er de laatste tijd echter ook een groeiende aandacht voor haar, wat dan heet, politiek-activistische kant. Daarbij gaat het met name over haar tomeloze inzet, in woord en daad, voor de minst bedeelden: door mee te lopen in vakbondsdemonstraties, haar handen vuil te maken in de fabriek, en door bevlogen te schrijven over hoe het Europa van na de Tweede Wereldoorlog er naar haar idee uit zou moeten komen te zien. In haar boek Verworteling (L’enracinement) heeft ze dat laatste indrukwekkend opgetekend.

In wat volgt, wil ik Weils spirituele en politiek-activistische kant met elkaar verbinden. Wat hen verbindt en als een rode draad door haar leven en werk heenloopt, is het belang dat zij hecht aan de aandacht. Consistent en moedig schuift zij de aandacht als helend en heilzaam voor zowel het spirituele als het sociale en politieke domein naar voren. Ze schuwt daarbij de controverse niet, maar staat voor wat haar heilig is. Of het nu gaat om het onderwijs – ze gaf les op verschillende middelbare scholen -, gebed, handarbeid of een verklaring van de verplichtingen tegenover de mens, het aandachtige verlangen naar ‘het goede’ staat bij haar centraal. In deze tijd van ontworteling, polarisatie, geweld, oorlog en overheersing is haar stem actueler dan ooit en laat ik haar graag aan het woord over het belang of, sterker nog, de noodzaak van de aandacht in het onderwijs, het werkzame leven en de politiek.

Aandacht in het onderwijs

In haar in Wachten op God opgenomen ‘Overwegingen over de goede manier van studeren bij het onderwijs en wel met het oog op de liefde van God’ uit 1942 gaat Simone Weil in op wat voor haar de essentie van aandacht is. Aandacht, zegt ze, brengt ‘licht in de ziel’ en draagt bij aan het goede. Het gaat er in eerste instantie niet om dat leerlingen een bepaald vak leren – hoewel dat ook belangrijk is –, maar dat zij het vermogen tot het schenken van aandacht trainen. Op die manier zullen zij beter kunnen bidden, wat het uiteindelijke doel van alle studie is. Studeren is daarmee dus een spirituele bezigheid, een ‘sacrament’.

Studeren is een spirituele bezigheid, een ‘sacrament’

Maar hoe doe je dat, aandachtig zijn, en wat werkt het juist tegen? Weil zegt over dat laatste dat je met krampachtigheid niet ver komt. Als je spieren gespannen zijn en je je te star en obsessief op iets richt ben je niet in staat tot echte aandacht en kun je geen vreugde beleven aan wat je leert. ‘Aandacht bestaat erin geen aandacht te schenken’ (‘L’attention consiste à ne pas faire attention’ (Philosophie, 144)) houdt ze de meisjes aan wie zij in 1931 filosofie doceert in Le Puy al paradoxaal voor. Voor aandacht is ontspanning nodig, openheid van geest en een afwachtende houding. In ‘Overwegingen’ lezen we in lijn daarmee:

‘Bovenal moet het denken leeg zijn, in afwachting, niets zoekend, maar gereed om het voorwerp dat erin zal doordringen in zijn volle waarheid te ontvangen.’ (Wachten op God, 79)

Het zal duidelijk zijn dat ‘la Simone’, zoals ze door leerlingen en collega’s werd genoemd, niet alleen maar bijval kreeg voor deze onorthodoxe lesmethode. Door leerlingen werd ze op handen gedragen, omdat ze met haar excentrieke uiterlijk, enorme vakkennis en grenzeloze betrokkenheid anders was dan anderen. Maar schoolleiders, sommige ouders en inspecteurs zagen haar liever gaan dan komen. Voor weerstand was ze echter niet bang en ging moedig voort, overtuigd als ze was van het hogere spirituele doel dat de studie moest dienen:

‘Door de rol die het verlangen in de studie speelt, kan deze een voorbereiding tot het geestelijk leven worden. Want het op God gerichte verlangen is de enige kracht die in staat is de ziel op te doen stijgen. Ongetwijfeld kan God de ziel vatten en opheffen, maar alleen het verlangen verplicht God om neer te dalen.’ (Wachten op God, 78)

Zo bezien, is aandachtig studeren een liefdesdaad. Maar niet alleen de liefde tot God heeft als kern de aandacht. De naastenliefde, die één is met de liefde tot God, heeft dezelfde ‘dragende grond’. Simone Weil was zeer begaan met wie zij de ‘ongelukkigen’ in deze wereld noemde, de slachtoffers van macht en onrechtvaardigheid. Aandacht geven aan juist deze mensen is volgens haar geen sinecure, ze noemt het een ‘wonder’. Dat komt omdat de meesten liever wegkijken van het ongeluk, er niet mee in aanraking willen komen. Toch is dat waartoe ze ons oproept:

‘De volheid van de naastenliefde is eenvoudig het vermogen de naaste te vragen: ‘Waaraan lijdt u?’ – Dat betekent te beseffen dat de ongelukkige bestaat, niet als één uit velen, als een exemplaar van de sociale categorie die het etiket ‘ongelukkig’ draagt, maar als een mens die gelijk is aan ons, een mens die op zekere dag het onuitwisbaar merkteken van het ongeluk ontving. – En om dat te beseffen, is het voldoende, maar noodzakelijk, dat men aandacht aan hem weet te schenken.’ (Wachten op God, 82)

Simone Weil spreekt hier uit eigen ervaring: ze werkte in 1934-1935 in verschillende fabrieken om door het directe, lijfelijke contact met ‘de materie’ diep door te kunnen dringen in het ongeluk van de arbeiders die daaraan dagelijks werden onderworpen.

Aandacht geven aan slachtoffers van macht en onrechtvaardigheid is volgens Weil geen sinecure, ze noemt het een ‘wonder’

Aandacht in het werkzame leven

Als Simone Weil in 1931 benoemd is tot lerares filosofie aan het meisjeslyceum van Le Puy, ontmoet ze Urbain en Albertine Thévenon. Met hen maakt ze zich hard voor het lot en de rechten van de arbeidersklasse, die bevrijd moet worden uit de machtige handen van de intellectuele onderdrukkers. Zelf een intellectueel en afkomstig uit een gegoede familie, wil ze in 1934 bovendien aan den lijve ervaren wat het is om dag na dag geconfronteerd te worden met het uitputtende ritme en de erbarmelijke arbeidsomstandigheden van fysiek fabriekswerk. Albertine Thévenon, die haar vriendin wordt, staat niet achter dit experiment maar moet later toegeven dat Weils ‘aandachtskracht’ haar in staat stelde de situatie van met name de ongeschoolden precies te begrijpen. Gedurende het kleine jaar dat ze met hen optrok, was ze één met hen geworden (Filosoof in de fabriek, 30-31).

Die ‘aandachtskracht’ – een woord van Weil – richt zich op het observeren van de arbeiders en het noteren van haar bevindingen in haar fabrieksdagboek (Journal d’usine). Bovenal echter gaat haar aandacht uit naar het werk dat ze als frezer en monteur moet doen bij onder andere Alsthom en Renault. De ontspanning die nodig is voor echte aandacht is daar ver te zoeken, omdat het machinaal bewerken van het metaal onophoudelijk doorgaat. De arbeiders weten niet waarom ze doen wat ze doen, worden afgebeuld door hun leidinggevenden, zijn voortdurend bang hun baan te verliezen. Ze zijn afhankelijk van hun hongerloon en durven zich daarom niet te verzetten. Ze ondergaan lijdzaam hun lot en laten zich – zoals Weil het ziet – dagelijks vernederen:

Heeft er iemand in de arbeidersbeweging (…) de moed om te denken en te zeggen dat men bezig is de arbeidersklasse te vernederen en te verderven? (…) Een mens die het hart op de juiste plaats heeft moet bloedige tranen huilen als hij beseft dat hij in dit radarwerk gevangen zit.’ (Filosoof in de fabriek, 57)

Simone Weil toont zelf die moed door te beleven en te beschrijven hoe hele mensengroepen slaven zijn van de ‘force’ of kracht van machthebbers die hen gevangen houden in de wurggreep van een mensonterend systeem. Het vasthouden van de aandacht voor haar precisiewerk is, binnen dat systeem, op den duur ondoenlijk. Ze wordt er ziek van:

‘Ik ben niet snel genoeg. (…) Ik heb een stuk op de verkeerde kant gelegd. Misschien is dat niet de eerste keer? Ik moet mijn aandacht erbij houden. Dit stuk ligt goed. Dat daar ook. Hoeveel heb ik er de laatste tien minuten gemaakt? Ik ben niet snel genoeg. Ik span me extra in. Langzaamaan brengt het eentonige werk me aan het dromen. Gedurende enkele ogenblikken denk ik aan allerlei dingen. Bruusk ontwaken: hoeveel stuks heb ik gemaakt? Het zijn er beslist niet genoeg. Niet dromen. Nog een extra inspanning. Wist ik maar hoeveel ik er moet maken! Ik kijk om me heen. Niemand heft het hoofd op, nooit. Niemand lacht. Niemand zegt iets. Hoe eenzaam ben je hier!’ (Filosoof in de fabriek, 59)

Het razende tempo waarmee gewerkt moet worden, veroorzaakt een roes die de aandacht verzwakt. Voor Weil, voor wie vrij, zelfstandig en helder denken een mens tot mens maakt, is dat een gruwel. Het denken trekt zich terug om het lijden te verminderen. Door een onweerstaanbare kracht, vergelijkbaar met de zwaartekracht, worden mensen passief en onverschillig. Er schijnt geen licht op hen en dat verziekt hun ziel (In alles tot het uiterste, 156-157):

‘Hoe graag zou je bij het binnengaan [van de fabriek, BZ] je ziel bij de prikklok willen achterlaten, en haar bij het buitengaan weer meenemen! Maar het tegendeel is het geval. Je draagt haar in de fabriek met je mee, waar ze lijdt.’ (Filosoof in de fabriek, 122)

Haar tijd in de fabriek tekent Simone Weil voor het leven. Ze komt er in aanraking met ‘het kwaad’, wat haar nog gemotiveerder maakt om er het goede tegenover te stellen (Filosoof in de fabriek, 138).

Aandacht in de politiek

Wat verliezen we als we de aandacht verliezen? Als we afgaan op wat Simone Weil over het leven in de fabriek schrijft, kun je zeggen: door een gebrek aan waardigheid, respect en vrijheid die met de aandacht gegeven zijn, verliezen we onze menselijkheid. We verworden tot onnadenkende dingen zonder oog voor onze omgeving. Om met Weils woorden te spreken: we raken ontworteld. In Verworteling, een essay dat Weil in 1943 schreef toen ze in Londen voor de Franse regering in ballingschap onder leiding van Charles de Gaulle werkte, benadrukt ze nog eens het cruciale belang van aandacht voor ons gedeelde menszijn.

Weil heeft sinds haar fabrieksperiode verschillende mystieke ervaringen gehad en zich verdiept in christelijke en andere spirituele literatuur. In Attente de Dieu kunnen we, zoals we zagen, daarover lezen. Maar ook in de sociaal-politieke context van Verworteling neemt ze – zij het in religie-neutrale termen – de aandacht voor ‘hemelse wortels’ van mensen moedig mee. In haar onvoltooide manifest ‘Verklaring van verplichtingen tegenover de mens’, waar L’enracinement een voorstudie van is, wordt dat van meet af aan duidelijk:

‘Er bestaat een werkelijkheid die buiten de wereld ligt en die aan alle menselijke vermogens ontsnapt, behalve aan aandacht en liefde. Het verlangen naar het absoluut goede dat altijd in het diepst van het hart van ieder mens aanwezig is, beantwoordt aan die werkelijkheid. Al het goede dat in deze wereld kan bestaan, alle schoonheid, alle waarheid, alle rechtvaardigheid, alle legitimiteit, alle orde, alle ondergeschiktheid van het menselijk gedrag aan de verplichtingen, daalt uit die werkelijkheid af. De enige intermediair waardoor het goede onder de mensen afdaalt, is door degenen die die werkelijkheid erkennen en van haar houden.’ (Het perspectief van Simone Weil, 154)

Het gaat erom met liefde en aandacht en verlangend naar het goede de aardse behoeften van het lichaam en van de ziel van alle mensen te respecteren. Aan iedere behoefte beantwoordt een verplichting. Fysieke behoeften hebben te maken met voedsel, onderdak, kleding, hygiëne, warmte en verzorging bij ziekte. De behoeften van de ziel zijn net zo noodzakelijk. Weil presenteert ze paarsgewijs, zoals bijvoorbeeld gehoorzaamheid en vrijheid, alleen-zijn en sociaal leven, veiligheid en risico. Als laatste noemt ze ‘geworteld-zijn’. In de ‘Verklaring’ schrijft ze daarover:

‘De menselijke ziel heeft boven alles behoefte aan geworteld zijn in verschillende natuurlijke milieus om door deze milieus in contact te staan met het universum. Voorbeelden van natuurlijke milieus zijn het vaderland, milieus die worden bepaald door taal, cultuur, een gemeenschappelijk historisch verleden, en door beroep of plaats. Alles dat een mens kan ontwortelen of verhinderen dat hij zijn wortels vindt, is misdadig.’ (Het perspectief van Simone Weil, 162-163)

Het is ieders eigen verantwoordelijkheid om met de aan de menselijke behoeften verbonden verplichtingen in te stemmen. Wie ze afwijst, mag geen politieke, bestuurlijke, juridische, economische, technische, spirituele of andere functie vervullen waarbij vanuit een machtspositie over het lot van mensen beschikt wordt. Het wettelijk systeem moet deze ‘misdaad’ voorkomen.

Aandacht loopt als een rode draad door het werk van Simone Weil heen. Aandacht, zo blijkt uit haar spirituele en politiek-activistische geschriften, is nodig om mens en menselijk te zijn, om open te staan naar anderen en naar een andere werkelijkheid waarvan we al het goede mogen verwachten.

Barbara Zwaan is theoloog, werkzaam als geestelijk verzorger en docent zingeving en spiritualiteit. Ze is voorzitter redactie Spiritualiteit van www.theologie.nl.

Momenteel schrijft ze aan een boek over Etty Hillesum, Simone Weil en Edith Stein dat door Kok Boekencentrum zal worden uitgegeven.

Literatuur

Weil, Simone (2020) Wachten op God. Utrecht: Erven J. Bijleveld.

Weil, Simone (2022) Verworteling. Wat we de mens verplicht zijn. Vertaald uit het Frans en gebracht door Jan Mulock Houwer. Utrecht: Uitgeverij IJzer.

Weil, Simone (2023) Filosoof in de fabriek. Filosofische en politieke geschriften. Vertaald door Johny Lenaerts. Utrecht: Kelderuitgeverij.

Weil, Simone (2023) Journal d’usine. Paris: Éditions Payot & Rivages.

Weil, Simone (2024) Philosophie. Les cours du Puy 1931-1932. Paris: Éditions de l’éclat.

Graste, Jacques (2025) Het perspectief van Simone Weil. Geworteld in hemel en aarde. Antwerpen / ’s Hertogenbosch: Gompel & Svacina.

Lange, Frits (2024) In alles tot het uiterste. Leven en denken van Simone Weil. Utrecht: Uitgeverij Ten Have.

Wellicht ook interessant

Modderige voetafdrukken in tapijt
Modderige voetafdrukken in tapijt
Basis

Bevrijd van de mantel der (zelf)liefde

In de serie ‘Het christelijke geloof in een therapeutisch Nederland’ onderzoekt Katie Vlaardingerbroek, auteur van Nederland Therapieland, de relatie tussen het christelijke geloof en onze huidige therapiecultuur. In haar laatste artikel, over de vraag hoe therapie en christelijke theologie elkaar kunnen versterken in de omgang met het lijden, wordt ze persoonlijk. Terwijl therapie haar bevrijd heeft van een beknellend godsbeeld, was het juist een nieuw soort theologie die haar in staat stelde zich op nieuwe manieren met anderen en ‘de Ander’ te verbinden. 

Nieuwe boeken