De oecumenische revolutie voltrekt zich in stilte
Drs. ing. K. van der Kamp was tot voor kort algemeen secretaris bij de Raad van Kerken in Nederland. Nu is hij classispredikant in Overijssel en Flevoland
Zomaar een zondag ergens in de Noordoostpolder. Het was in het plaatsje Bant. Er wonen daar minder dan 1400 mensen. Misschien kennen lezers het dorp vanwege de film Abeltje die er is opgenomen. De plaatselijke protestantse gemeente houdt er wekelijks kerkdiensten. Op de laatste zondag van de maand noemen de Banters het geen kerkdienst, maar een ‘morgengebed’. Dat biedt ruimte om de orde van dienst iets anders in te vullen. En je kunt gewone gemeenteleden laten voorgaan in een morgengebed.
Ik bezocht als vakantieganger zo’n getijdedienst. De voorganger, een voormalig lid van de Eerste Kamer, verzorgde een overdenking. Hij sprak over de oecumene. Dat trof. Hij vertelde over de gemeente van Korinte. Volgens Handelingen 18 ging de gemeente gebukt onder tegenstellingen. Paulus begon er zijn verkondiging bij de Joden. Maar de Joden wezen zijn woorden af. Daarom richtte Paulus zich op christenen van heidense komaf. Ze kwamen bijeen in het huis van Titius Justus. Dat huis lag naast de synagoge. De lekenprediker stelde zich de vraag hoe het tot deze scheiding kon komen. En hij kwam erop uit, dat mensen die zich door regels en dogma’s laten leiden soms een kleed van onbarmhartigheid dragen. Mensen met enige flexibiliteit zijn inschikkelijker. Ze gaan eerder uit van de goede trouw bij de ander. En ze gunnen elkaar iets.
Ik vermoed dat de voorganger verwoordde wat ieder weldenkend mens vandaag de dag vindt. Er zullen nog wel religieuze fanatici zijn die menen dat hun eigen kerk superieur is aan die van anderen. Maar ze durven zich in het openbaar nauwelijks op die manier uit te spreken. Ze weten dat hoon hun deel is als ze dat wel doen.
Invloed secularisatie
Gevoelens van spirituele superioriteit waren een generatie terug nog heel gewoon. In een tijd van verzuiling probeerden Nederlanders op alle fronten het gelijk binnen de eigen intellectuele context te vinden. Het is – hoe vreemd kan het lopen – mede aan de secularisatie te danken dat de verzuiling is verdampt en dat er voor spirituele betweterigheid in het publieke domein geen ruimte meer is. Het evangelie van de eenheid kwam in die zin van buitenaf de kerk binnen, nadat het eerder al vanuit het hogepriesterlijke gebed vanuit het evangelie zelf had geklonken. De secularisatie versterkte ideële impulsen.
Natuurlijk zijn er revoluties die tot stand komen via een agenda en via de keus van mensen. Maar even zo vele revoluties voltrekken zich anoniem. Stilzwijgend. Mensen hebben amper in de gaten dat ze onderdeel zijn van culturele veranderingsprocessen. De oecumene is zo’n stille revolutie.
De landelijke Raad van Kerken en de internationale Wereldraad van Kerken vierden dit jaar beide een jubileum, respectievelijk van 50 en 70 jaar. De kerkleiders die daar lid van zijn hebben er de handen vol aan om woorden te geven aan de transities, laat staan dat ze alle veranderingen zouden kunnen sturen. En ook plaatselijk gaan de veranderingen sneller dan dat mensen initiatieven kunnen nemen die aansluiten bij de mentale veranderingen. Het paradigma van het verleden bepaalt nog vaak het script voor hun gedrag. Dat is best jammer. Want het is beter als je de veranderingen overziet en er bewust op stuurt. Als je een vorm van geestelijk leiderschap wilt uitoefenen, zoek je naar woorden en begrippen die de werkelijkheid kaderen. Je helpt daarmee de ontwikkelingen te stroomlijnen.
Tweeledig antwoord
Van de kerken vraagt dat een tweeledig antwoord. De vragen van de elites verschillen van de vragen van de mensen aan de onderkant. De onderkant heeft behoefte aan ontwikkeling. Mensen met een vmbo als basis hebben gaten in hun kennisniveau. Sommigen hebben een tweede kans nodig. Een alternatieve leerweg. Het zijn de bibliotheken die deze roep verstaan. Ze zetten cursussen op. Ze plaatsen boeken anders in het rek; met het cover naar voren. Net zoals de winkels het doen. Ze proberen lezers te verleiden een boek in te zien en de kennis uit te bouwen. Daar waar mensen toch tussen de mazen van de zekerheid door vallen, zijn het de diakenen, de voedselbanken en het buurtwerk die helpen. En ze kaarten de problemen die ze signaleren aan bij de lokale overheid die in toenemende mate beleid maakt op sociaal gebied. De landelijke overheid stoot dat werk af. Het is geen toeval dat de diaconale netwerken tussen de kerken onderling de laatste jaren zo groeiden. Ze kunnen zich alleen in gezamenlijkheid melden bij de overheid. En dat doen ze. Ten dienste van de zelfkant van de samenleving.
De kerken hebben – in navolging van de ontwikkelingen in de samenleving – ook te maken met een bovenlaag. Deze elites leven met andere vragen. Zij verdienen twee keer modaal of meer. Ze hebben carrière gemaakt. Ze geven zichzelf een schouderklopje. Sommigen van hen zien de kerk als iets van het verleden. Het is overigens maar vijf procent van de bevolking die dat keihard zo formuleert. De meeste mensen aan de bovenkant zijn voorzichtiger. Ze hebben nog wel ‘iets’ met de kerk. Ze redden zichzelf prima, maar houden een deurtje open naar de kerk voor de momenten dat de eredienst iets extra’s kan betekenen bij een rite-de-passage. De campagne van Kerkproeverij, geïnitieerd door de Raad van Kerken, mikt op die tweede groep en probeert de banden met deze passief betrokken mensen aan te halen. Deze groep stelt – zonder dat het expliciet onder woorden wordt gebracht – vaak de oecumene als een conditio sine qua non. ‘We willen best “iets” met de kerk’, zeggen ze dan, ‘maar de kerk moet zich niet te eigenwijs opstellen en niet te formeel zijn’. Ze moet dus oecumenisch handelen.
Gemeenteopbouw
De gemeenteopbouw kan die oecumenische voedingsbodem verder inhoud geven. De Raad van Kerken heeft enkele jaren geleden een ‘oecumenescan’ gestart, waarop je digitaal in tien minuten een diagnose kunt krijgen van de plaatselijke stand van zaken qua oecumene. En aansluitend op de diagnose doet het programma suggesties voor een therapie. Eventueel kun je nieuwe intenties bezegelen met een plaatselijk convenant, waarin je de doelstellingen voor de komende jaren formuleert. Ongeveer 600, 700 gemeenten en parochies voeren jaarlijks de oecumenescan uit. Dat getal laat zien dat gemeenten serieus werk maken van de mogelijkheid de samenwerking te vergroten. Waarom zou je catechese niet voor driekwart plaatselijk combineren? Zou dat geen grotere uitdaging voor jongeren zijn? Nu merk je dat er steeds meer plaatsen zijn die wegens gebrek aan belangstelling en inspiratie dat onderdeel laten liggen. Waarom zou je het pastoraat niet samen organiseren? Waarom zou een gesprek met mensen in de derde, vierde levensfase over ‘(verzet tegen) voltooid leven’ niet interconfessioneel kunnen zijn?
Webbezoek
Maakt de oecumene vorderingen?, vragen mensen soms. Het antwoord is ‘ja’. Het laat zich aflezen aan de bezoekersaantallen van de website van de Raad van Kerken. Daar is al jaren een groei waar te nemen. Ongeveer een half miljoen hits zijn er jaarlijks. Het best bekeken thema in het eerste halfjaar van 2018 was ‘Gastvrijheid in DNA’ (6 april 2018), een verslag van de inspiratie-dag over Kerkproeverij, met een inleiding van Stefan Paas. Een onderwerp dat ook heel veel wordt bekeken is ‘Nu ik oud word’ (12 februari 2018), waarin de kerken naar ouderdom kijken als een periode met nieuwe kansen en ervaringen. De belangstelling voor de pelgrimage van gerechtigheid en vrede, een derde onderwerp, is vanaf het begin (op de website is dat 2015) hoog met enkele duizenden bezoekers per jaar; en dat aantal is in 2018 – met grote evenementen als de viering van het jubileum van de Wereldraad van Kerken in Amsterdam – nog weer gestegen.
Centimeters
Paus Johannes Paulus II heeft in 1985 een bezoek gebracht aan Nederland. Tegelijk met zijn bezoek werd er in Gouda een nieuwe Generale Synode geopend van de Gereformeerde Kerken. Het was ondenkbaar, dat de preses, Hennie Kouwenhoven, in die tijd naar de paus zou gaan en de eigen synode zou verzaken. Dus moesten anderen, onder wie Piet Schravendeel, de honneurs bij de paus waarnemen. Ik was in die tijd journalist voor het Friesch Dagblad. Piet was predikant in een Friese gemeente en dus kon ik uit eerste hand verslag ontvangen. Het leverde een primeurtje op. Piet vertelde namelijk dat hij bij paus Johannes Paulus II op een podium zat, op gelijke hoogte. Toen siste de kardinaal hem toe: ‘Naar achteren, naar achteren’. Schravendeel moest met zijn stoel enkele centimeters naar achteren om het verschil te laten zien tussen zijn statuur en dat van de Romeinse geestelijke. Ik heb het als journalist in de krant gezet en talloze bladen deden hetzelfde.
Afgelopen zomer was ik in Genève bij het bezoek van de paus aan de Wereldraad. De strengste veiligheidsmaatregelen werden getroffen. Ik had geluk. Daags voor het bezoek kon ik de kapel inlopen waar de paus de verkondiging zou verzorgen. Er stonden stoelen klaar op het podium, zeven in totaal. En ik was benieuwd of ze op één rij stonden of niet. De vraag stellen is de vraag beantwoorden. Niet dus. De kerken van de Wereldraad gunden de paus een paar centimeter extra. Ik wist dat er Nederlandse journalisten zouden komen en was benieuwd of ze notie zouden nemen van dat verschil. De bladen deden er het zwijgen toe. De centimeters werden paus Franciscus gegund.
Ik wil maar zeggen: De tijden zijn veranderd. Er is besef – ook in de kerk – dat je elkaar best iets mag gunnen. Hoe stond het ook al weer in één van de theologische handboeken? ‘Daar waar er ruimte is om de ander tot zijn of haar recht te laten komen, kan het zaad van de oecumene verder wortel schieten.’