Als de oude Mozes na veertig jaar de tocht door de woestijn ten einde heeft gevoerd, heeft hij de leeftijd bereikt van het drievoudige van die woestijnreis: honderdtwintig jaar. Zijn ogen waren niet verzwakt, meldt de verteller. Anders gezegd, hij kon vanaf de Nebo heel goed zien wat bijna niemand ooit te zien gekregen heeft, daar en toen niet, nergens en nooit. Eerder schreef ik over deze visionaire vertelling al iets in Interpretatie 13/8. Aan het verhaal, in Deuteronomium 34, gaan twee lange poëtische stukken vooraf. Het eerste staat bekend als ‘het lied van Mozes’, het tweede als ‘de zegen
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden