Bij Jesaja 59,9-19, Psalm 13, Hebreeën 6, 9-12 en Marcus 10,46-52De teksten voor deze zondag lijken verbonden door de woorden ‘ogen’, ‘blind zijn’, ‘ziende worden’. Alleen de brieflezing kent dit motief niet. De geadresseerden daarvan, christenen uit de Joden in de diaspora, worden bemoedigd stand te houden in de praktijk van hun geloof, dat is: hun discipelschap in de navolging van Christus.Daarin hebben zij zich reeds bewezen, daarvoor dankt de auteur van de brief hen, maar ze moeten wel doorgaan op deze weg en volharden, want alleen zo zullen zij erfgenamen zijn van de belofte. Met dit laatste wordt gedoeld