De voorganger als ‘vermenigvuldiger’ in een tijd van krimp
Aan de slag
Uit verschillende themanummers van Ouderlingenblad van de laatste tijd kwam het idee opborrelen eens verder te schrijven over – en lezers ‘aan de slag’ te laten gaan over – vragen rond gemeenteopbouw, beroepingswerk en toerusting. De vraag misschien wel: ‘hoe maken voorgangers hun gemeenten (iets meer) toekomstbestendig..?’
Een ervaring uit Amerika. In het stadje Norwell – in de buurt van Boston – is de United Church of Christ (UCC) een van de plaatselijke kerken. Het kerkgenootschap lijkt wel wat op de Protestantse Kerk in Nederland. Het heeft net als de Protestantse Kerk te maken met een predikantentekort. De instroom van studenten theologie in de eigen seminaria van de UCC is een stuk minder groot dan de uitstroom van oudere predikanten. De voorganger van de gemeente, Stephen Chapin Garner, laat dat tot zich doordringen en besluit in overleg met de kerkenraad de nadruk te gaan leggen op de vorming en toerusting van ‘gewone’ gemeenteleden.
Zo bereidt de gemeente zich voor op de ‘dreigende’ domineeloze toekomst. Garner wordt primair toeruster. Hij is niet meer de man van nieuwe initiatieven. Deze worden alleen gestart als ze gedragen en uitgevoerd kunnen worden door ‘leken’. Deze aanpak leidt tot een enorme versterking van het vormingspotentieel van de gemeente.
Er is bovendien ook nog eens een zeer onverwachte bonus: binnen vier jaar na de koerswijziging kiezen niet minder dan zeven leden alsnog voor de studie theologie! Op een totaal van nog geen 400 leden is dat aantal bepaald niet gering. Het is één van de ervaringen, waardoor Garner kan zeggen dat de Geest telkens weer verrast.
Vermeerderen of vermenigvuldigen?
Ik geef deze ervaring graag door, zeker gegeven het dreigende tekort aan voorgangers in allerlei Nederlandse kerken. Uiteraard is het niet hét recept om meer mensen richting een studie theologie te krijgen. Wel kunnen we van deze ervaring veel leren. We zullen in onze tijd goed moeten nadenken over de rol van voorgangers in de gemeente. Iemand maakte in dat verband ooit het onderscheid tussen de predikant als ‘vermeerderaar’ en de predikant als ‘vermenigvuldiger’.
… de circusartiest die zoveel mogelijk bordjes op stokjes probeert draaiend te houden…
De predikant als ‘vermeerderaar’ kiest voor de volle breedte van het gemeentewerk en is op allerlei plekken actief en vaak ook leidinggevend. Op zich is daar uiteraard niets mis mee, maar er zit wel een duidelijke grens aan deze manier van werken. Sommige predikanten die ‘breed’ werken, herkennen zich in de circusartiest die een zo groot mogelijk aantal bordjes op stokjes probeert draaiend te houden. Hij haast zich van het ene bordje naar het andere om er weer een slinger aan te geven. Het zal duidelijk zijn, dat je daarmee gemakkelijk aan je grens komt. Je kunt simpelweg niet meer bordjes aan.
De ‘vermenigvuldiger’ kiest een andere aanpak. Hij of zij werkt niet vooral in de breedte, maar in de diepte. Garner kiest voor deze weg. Hij legt zich toe op vorming en toerusting van zijn gemeenteleden, zodat zij op termijn zijn werk zullen kunnen overnemen. ‘Vermenigvuldigers’ verwijzen graag naar 2 Timotheüs 2: 2, waar Paulus dit tegen zijn leerling en medewerker Timoteüs zegt: ‘Geef wat je in aanwezigheid van velen van mij hebt gehoord, door aan betrouwbare mensen die geschikt zijn om anderen te onderwijzen.’ Zo ontstaat een keten van toerusting, waarbij niet alles van de voorganger blijft afhangen.
Te hoog gegrepen?
Het bovenstaande kan erg idealistisch klinken. Sommigen zullen wellicht zelfs denken, dat dit luchtfietserij is. De predikant is immers geschoold in zaken waar de meeste gemeenteleden niet of veel minder in geschoold zijn. Dat is zeker zo. We moeten dat verschil ook niet willen wegpoetsen.
Toch wil ik een lans breken voor een grote(re) concentratie van voorgangers op hun toerustende taak. In dat kader een voorbeeld van hoe het in mijn beleving niét zou moeten. Iemand benaderde me met het verzoek eens kritisch te luisteren naar een preek die hij gehouden had. Het was zijn eerste preek. Hij is geen theoloog, maar heeft zich wel sterk verdiept in de Bijbel en in de theologie. Hij had de preek gehouden in een gemeente waar hij te gast was op een heel gevoelige zondag: Israëlzondag. De preek was in mijn ogen heel opbouwend en verbindend, juist op deze zondag, in een tijd van veel polarisatie rond Israël. Ik complimenteerde hem dan ook met deze preek en vroeg of hij ook in zijn eigen gemeente mocht voorgaan. Maar dat bleek niet te mogen, de kerkenraad had nee gezegd, omdat hij geen preekconsent heeft.
Uiteraard is het goed als een gemeente niet iedereen op de kansel toelaat, maar hier worden in mijn ogen toch kansen gemist. Kerkordelijk gezien is het besluit van de kerkenraad op dit punt helemaal juist, maar gemeenteopbouwkundig zou je hier ook een andere weg kunnen gaan. Want wat is het prachtig als gemeenteleden zich ontwikkelen tot potentiële predikers en met vrucht kunnen voorgaan in de eigen geloofsgemeenschap. Ik vermoed dat Garner hier niet dwars was gaan liggen, maar juist deze man had gestimuleerd om verder te groeien op deze weg. Vermoedelijk had hij hem daarbij ook nog eens geholpen.
Wat is het prachtig als gemeenteleden zich ontwikkelen tot potentiële predikers
Een simpel schema
In de wereld van gemeenteopbouw kom je soms het volgende schema tegen:
- Ik doe, jij kijkt
- Ik doe, jij helpt
- Jij doet, ik help
- Jij doet, ik kijk
In een notendop laat het de concentratie op toerusting zien. Ik heb met dit schema gewerkt bij onze kinderen rond het plakken van lekke banden. Door de anti-lek banden van tegenwoordig valt er niet zo heel veel meer te plakken, maar ze hebben het wel onder de knie gekregen. Het schema kan iedere leidinggevende helpen om vooral een toeruster te worden. Dus niet alles zelf blijven doen. Want heel gemakkelijk neem je daarbij ook te veel hooi op je vork.
Misschien klinkt het al te plat, maar je zou Jezus’ optreden ook met dit schemaatje kunnen uitleggen. Hij wordt voortdurend omstuwd door heel veel mensen, maar kiest ook telkens weer voor de kleine kring van 12 leerlingen als het gaat om diepte-investeringen. In een beperkt aantal mensen investeert hij in het bijzonder.
In Johannes 14:12 gaat Jezus heel ver qua geloof in het effect van zijn toerusting: ‘Werkelijk, Ik verzeker jullie, wie op Mij vertrouwt zal hetzelfde doen als Ik, en zelfs meer dan dat, Ik ga immers naar de Vader.’ We stoeien wel met dit vers, want kan dat wel, is het niet te hoog gegrepen? Maar toch, Jezus heeft diepgaand in zijn 12 leerlingen willen investeren en iets daarvan mag zichtbaar zijn in de praktijk van de gemeente. Zij bestaat immers uit zijn leerlingen van nu.
Als de predikant vertrekt…
Gemeenten kiezen meestal niet van nature voor een ‘vermenigvuldiger’, zeker niet als de verzorgingscultuur diep zit. Er kan iets zijn als gemeentelijke luiheid. Maar dat is uiteindelijk niet vruchtbaar. Het denken in termen van vermenigvuldiging zorgt op termijn voor het ontstaan van een specifiek DNA in een gemeente, dat ook blijft als een voorganger vertrekt. Leiderschap in een gemeente – ook dat van de kerkenraad – zou gericht moeten zijn op het verantwoordelijk maken van gemeenteleden voor het functioneren van de gemeente.
Graham Pulkingham, predikant van een missionair vernieuwde gemeente in Houston (VS), schreef al weer lang geleden dat de kwaliteit van een predikant pas echt duidelijk wordt bij diens langdurige afwezigheid of na diens vertrek. Immers, pas dan blijkt echt in hoeverre een predikant zichzelf overbodig heeft willen maken. Wat beklijft er bijvoorbeeld van zijn of haar inzet, wat blijft hangen? De jezuïet en organisatiekundige Paul de Bloth schreef ooit dat de cruciale vraag niet is of de huidige generatie goed functioneert, maar hoe de volgende generaties kunnen floreren als de huidige leiders er niet meer zijn. Met andere woorden, wat laat een leider na bij zijn of haar vertrek?
Het Amerikaanse onderzoek Growing Young laat zien dat één van de zes factoren voor vitaal jongerenwerk in de kerk bestaat uit het verantwoordelijkheid geven aan jonge mensen. Ook hier zien we dus het belang van vermenigvuldigend leiderschap. In het boek Samen Jong (Sabine van der Heijden e.a.), waarin het Amerikaanse onderzoek is overgezet naar de Nederlandse situatie, wordt hier een heel hoofdstuk aan besteed. Nelleke Plomp schreef over dit aspect in het themanummer van het Ouderlingenblad over Samen Jong (februari 2023, nr. 1144). Op theologie.nl is haar artikel terug te lezen.
Hoe kunnen volgende generaties floreren als de huidige leiders er niet meer zijn?
Vermenigvuldiging breed toepasbaar
Rond het idee van vermenigvuldiging kan een geur hangen van ‘top-down’. De ‘topleider’ zet de toon en leert aan anderen hoe het moet. Binnen kerkelijke gemeenten zal de voorganger – doorgaans een theoloog – zeker een heel eigen inbreng hebben, vooral als het gaat om het verstaan en de uitleg van de Schriften, maar anderen zullen op andere vlakken hun eigen expertise hebben. Bijvoorbeeld door hun plek in de seculiere samenleving, hun diepgaande gevoeligheid voor de cultuur of hun capaciteiten op het gebied van ondernemerschap. Daarin kunnen ook zij ‘vermenigvuldigers’ zijn. De leerweg van de gemeente kent heel veel rijstroken!
Om over door te praten
Als dit artikel raakt aan de zoektocht van uw of jouw gemeente, kunnen de volgende gespreksvragen misschien helpen om wat verder te komen. Het is natuurlijk het mooist als ook de predikant en/of de kerkelijk werker en daarnaast ook leden van de kerkenraad aan een dergelijk gesprek meedoen.
- Paulus schrijft over leiderschap in de gemeente onder meer het volgende: ‘… om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus.’ (Ef. 4:12). Het is goed om hierover eens door te praten: in hoeverre ervaar ik in de gemeente dat ik door de leidinggevenden opgebouwd wordt tot dienstbetoon? Waar en hoe ontvang ik daarvoor impulsen? Kan ik concrete voorbeelden noemen? Zou ik meer toerusting verlangen en zo ja, op welk gebied dan?
- Hoe kijk je aan tegen het principe van vermenigvuldiging? Zou dat (meer) toepasbaar kunnen zijn in jouw gemeente? Zo ja, hoe stel je dat dan voor?
- Voor voorgangers: welke erfenis zou je graag willen achterlaten in de gemeente? Wat heb je na je vertrek zien gebeuren in gemeenten, waarbinnen je hebt gewerkt?
Dr. Sake Stoppels is emeritus-lector Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Hij is tevens lid van de redactie van Ouderlingenblad.