De vroege kerk een woord voor de wereld of geheimleer voor ingewijden
In zijn grote werk Tegen de ketterijen schetst de vroegchristelijke bisschop Irenaeus rond het jaar 180, tussen zijn bestrijding van de Valentinianen en andere gnostische sekten door, een imposant beeld niet alleen van de eenheid, maar ook van de wereldwijde verbreiding van het katholieke christendom. ‘Al is de kerk’, zo verklaart hij, ‘over de hele wereld verspreid, toch is het of zij één huis bewoont…’ De boodschap die zij van de apostelen ontvangen heeft, bewaart zij getrouw, verkondigt die eendrachtig verder, leert haar en levert haar over, alsof zij maar één mond bezit.