Die pijnlijke derde dag…
Het verbondsteken misbruikt in Genesis 34?
Wat gebeurde er met Dina, nadat zij Sichem had bezocht? Vader Jakob en broers Simon en Levi reageren verschillend op wat haar is overkomen. Jakob wil haar uithuwelijken en een vreedzame relatie met Sichem aangaan, de broers zorgen ervoor dat Sichem in zijn mannelijkheid wordt aangetast. Het is wraak, waarbij besnijdenis, een element uit de verticale relatie tussen Jakobs familie en JHWH, wordt ingezet in de horizontale relatie tussen twee volken, die op spanning staat. Maar wat is eigenlijk de inzet: Dina of de mannelijke eer?
Het verhaal in Genesis 34 lijkt te draaien om eerwraak. Jakob heeft met zijn familie afscheid genomen van Laban, en hij heeft vervolgens de vrede getekend met zijn broer Esau. De broers zijn daarna ieder zijns weegs gegaan. Jakob komt bij de stad Sichem. Hij koopt er een stuk grond en richt een altaar op. Op een dag trekt Dina eropuit om de dochters van het land te zien. Schem ziet háár, en hij neemt haar. Sichem vraagt zijn vader Hemor huwelijksonderhandelingen te starten. Jakob is welwillend, maar zijn zoons, met name Simeon en Levi, denken er anders over. Zij verzinnen een list: ze stellen als voorwaarde dat de mannelijke bevolking zich laat besnijden. Sichem gaat akkoord, en op de derde dag, als de mannen onmachtig van de pijn zijn, brengen Simeon en Levi alle mannen om, inclusief Sichem en Hemor. Dina wordt meegenomen naar huis. De stad wordt geplunderd, alle vrouwen en kinderen worden meegenomen. Hierna trekt de familie verder, naar Betel, waar Jakob opnieuw een altaar opricht.Het verhaal is een mannenzaak: een man wil uit lust een vrouw, en wil haar daarna uit liefde(?) trouwen. Haar vader denkt aan de lieve vrede en het volk, en wil in rust onderhandelen. Haar broers denken aan de geschonden eer en de familie. Zij willen wraak.
Gekrenkte mannelijkheid
Jakob is van het harmoniemodel. Als Sichems vader Hemor het gesprek met hem aangaat, gaat hij in onderhandeling. Zijn toekomst staat op het spel. Zullen ze in Sichem blijven? Als hij ingaat op het aanbod van Hemor, dan wordt er wederzijds gehuwd en gaan ze een economische verbintenis aan. Dat biedt toekomst. Jakob heeft dan wel een stukje land gekocht, maar het is ‘veld’ en een veld is geen vruchtbare akkergrond. Het enige waar het goed voor is, is de bouw van een altaar.
Maar een verbintenis betekent ook vermenging van de populaties. Vermenging met het volk van Sichem zal God zich niet hebben voorgesteld toen hij het verbond met Abraham sloot en hij de aartsvader een volk beloofde zo talrijk als de sterren aan de hemel (Gen. 15:5), en ook niet toen hij Jakob in de droom te Betel een groot, uitbreidend volk in het vooruitzicht stelde (Gen. 28:14).
Hemor biedt het samengaan van de volken aan, en Jakob – de man van de minste weerstand – lijkt dat wel wat. Hij kiest wederzijds huwen als strategie om de verstoorde relatie tot rust te brengen en in vrede met elkaar te leven.
De broers van Dina zijn op het veld, en weten nog van niets. Als ze erachter komen wat er gebeurd is, zijn ze furieus. Slaan ze niet een beetje door in hun reactie? Ze lijken net zo onbesuisd als Sichem was, maar dan wel berekender. Sichem volgde zijn lust en wel onmiddellijk, zij handelen weliswaar in woede, maar doen dat weloverwogen en nemen de tijd om de wraak goed uit te werken.
De mannen voelden zich gekrenkt: ‘Hij heeft een dwaasheid gedaan aan Israël door bij de dochter van Jakob te liggen. Zoets doet men niet.’ (Gen. 34:7, SHA). Opvallend is dat de zoons hier de naam ‘Israël’ gebruiken. Deze naam is pas kort daarvoor geïntroduceerd, en heeft slechts driemaal geklonken, te weten bij de naamgeving van Jakob na het gevecht bij de Jabbok (Gen. 32:29), bij het noemen van de wetmatigheid dat de ‘kinderen van Israël’ niet de verwrongen spier eten (Gen. 32:33) en in de woorden van Jakob als hij een altaar te Sichem heeft opgericht en zegt: ‘Godheid: god van Israël’ (Gen. 33:20). Driemaal klinkt de naam Israël in een religieuze context. En nu, de vierde maal, horen we de naam in de context van geschonden familie-eer, zonder religieuze connotatie. De zonen van Jakob lijken zich bewust van de ‘status aparte’ die hun familie heeft verworven met het verkrijgen van deze naam. Israël is vernederd in de vernedering van hun zuster. Opvallend in dezen is dat Dina dochter en zus wordt genoemd, maar als zij door haar broers uit het huis van Sichem wordt gehaald – waar zij zich blijkbaar inmiddels bevindt – valt alleen haar naam. Dina. Geen dochter, geen zuster. Alsof de vernedering de familiebanden zo heeft geschonden dat deze niet meer bestaan.
Jakob schrikt hevig van wat Simeon en Levi aanrichten, en wijst op de nu goed verstoorde relatie met de Kanaänieten en de Perizzieten. Maar Simeon en Levi brengen ertegen in dat ze niet anders konden dan zo. De eer van hun zus was aangetast en moest gewroken. Later, op zijn sterfbed, zal Jakob zich nog van hun daden distantiëren (Gen. 49:5-7).
‘innah
Wat gebeurt er met Dina in deze mannenzaak? Van belang voor de betekenisgeving van wat er gebeurt, is de interpretatie van het werkwoord ‘innah (Gen. 34:3 ). In de NBG 51, de NBV en de Statenvertaling wordt ‘innah vertaald met ‘verkrachten’, de SHA geeft ‘vernederen’ en in de Willibrordvertaling uit 1995 staat ‘onteren’. Nu zegt dat ‘innah niet verkrachting betekent, maar ‘to take a woman without observing the proper formalities, that is, without speaking to her father or guardian first to arrange a marriage’. Daarom zouden de broers opmerken dat Sichem hun zus als een hoer behandelt (, 57).
verwijst hierbij onder meer naar 2 Samuël 13:12, waar Tamar haar halfbroer tevergeefs vraagt haar niet te vernederen (‘innah), waarna hij haar overweldigt (chazaq) en vernedert (‘innah). Tamar smeekt hem daarna bij hun vader om een huwelijk tussen hen te vragen. denkt dat de vertaling met verkrachting een rechtvaardiging biedt voor de gruwelijkheden van de extreme wraak door Jakobs zonen op de gehele mannelijke bevolking van de stad. Hemor en Jakob gaan in onderhandeling over het huwelijk, waarbij Hemor genereus (aldus ) vraagt hem de bruidsschat te noemen, hoe hoog die ook is (Gen. 34:12). verwijst in dit verband ook naar Deuteronomium 22:24 (een man die een vrouw vernederd heeft (‘innah) in de stad, waar zij om hulp had kunnen roepen). Gek genoeg laat hij Deuteronomium 22:25 buiten beschouwing. Hier is sprake van het overweldigen (chazaq) van een vrouw in het veld door een man. De man wordt ter dood veroordeeld en de vrouw vrijgesproken omdat ze in het veld niets kon doen om anderen te waarschuwen. Deze twee verzen geven dus onderbouwing aan een vertaling van ‘vernederen’ of ‘onteren’ voor ‘inna, en geen ‘verkrachten’.
De tekst van Genesis geeft niet prijs of Dina om hulp had kunnen roepen, doordat de locatieaanduiding ontbreekt. Werd zij op het veld onteerd of vergreep Sichem zich aan haar binnen de stadsmuren?
Er is een parallel te zien tussen de gebeurtenissen rond Dina en Tamar: ontering, gevolgd door het spreken over een huwelijk. Misschien is zelfs te zeggen dat de voorafgaande acties door de twee vrouwen vergelijkbaar zijn (zonder dat ik wil vervallen in ‘blaming the victim’!). Dina gaat op bezoek bij ‘dochters van het land’ en doet dat blijkbaar alleen (Gen. 34:1), Tamar brengt koekjes bij haar zogenaamd zieke halfbroer en blijft alleen met hem achter (2 Sam. 13:18). In beide gevallen neemt een man de gelegenheid te baat om de vrouw in kwestie te onteren. En in beide gevallen komt een huwelijk ter sprake in de context van de ontering. Beide dochters verdwijnen na de ontering uit de verhalen (Tamar wordt nog wel genoemd in 1 Kron. 2:4).
Verbondsteken
Tot nu toe speelt God geen rol in het verhaal. Op grond van de eis tot besnijdenis (34:15) zou je kunnen denken dat hier dan alsnog een religieus aspect binnenkomt, maar niets is minder waar. De besnijdenis is wel conform de afspraak met God (Gen. 17:10) en er vallen woorden die verwant zijn aan de verbondstermen in Genesis 17: alle zaad, land, besnijdenis. Alleen valt het woord verbond niet. En dat is veelbetekenend hier. De broers van Dina voelen zich gekrenkt in hun mannelijke trots. Sichem had aan hen toestemming moeten vragen Dina te mogen benaderen, maar hij heeft hierin verzaakt. Door dat niet te doen heeft hij Dina’s vader en broers te kijk gezet en in hun mannelijke eer getroffen. De gekrenkte broers van Dina gebruiken nu het verbondsteken voor eigen doel. Zij zullen Sichem wel eens terugpakken. De broers zijn door hun eigen besnijdenis bekend met de lichamelijke gevolgen op korte termijn van deze ingreep, en zetten precies dat in voor hun wraak. De mannen van Sichem worden getroffen in het hart van hun mannelijkheid, met fatale gevolgen. Hun verzwakking maakt ze weerloos voor de wrekende broers. De lezer, die weet wat de lichamelijke gevolgen zijn van besnijdenis, ziet het al aankomen en zal erom kunnen grinniken. De verteller helpt de lezer van tevoren zelfs al een handje op weg, door te stellen dat de zonen van Jakob ‘bedrieglijk’ antwoord geven aan Sichem en Hemor. Maar die zijn naïef genoeg om te vertrouwen op de woorden van de zonen van Jakob.
Transitieverhaal
de betekenis van het verhaal rond Dina beter in het vizier te krijgen, is het dienstig naar de directe context te kijken. Het verhaal vormt een episode in de wordingsgeschiedenis van het volk Israël. Het staat tussen twee verhalen die op meerdere punten voortgang laten zien, en is zo een transitieverhaal. Jakob koopt veld bij Sichem (33:19), in Betel krijgt hij land toegezegd door God (35:12). In Sichem bouwt Jakob uit eigen beweging een altaar op een gekocht stuk veld (33:20), in Betel bouwt hij een altaar op aanwijzing van God (35:1 en 7). Bij de Jabbok krijgt hij de naam Israël (32:29), in Betel zegt God dat hij deze naam voortaan draagt (35:10). Jakob en Esau gaan in vrede uit elkaar (33:16), in Betel wijst God Jakob aan als de erfgenaam van Abraham, aan wie een groot nageslacht gegeven wordt (35:11-12).
Laten we de context nog verder uitdijen, dan komen vergelijkbare scènes rond afgodenbeelden in het vizier. Als Jakob met zijn familie Sichem verlaat, is dat met vrouwen en kinderen als oorlogsbuit. Jakob zegt bij het vertrek ‘tot zijn huis en tot al wie met hem waren’ de afgodsbeelden te verwijderen en zich te reinigen. Hij begraaft de beelden en de ingeleverde oorringen ‘onder de eikenboom die bij Sichem is’ (35:4). Die afgodsbeelden moeten wel van de vrouwen en kinderen uit Sichem zijn, aangezien Jakob en zijn familie JHWH als god erkennen, en geen andere goden. Jakob heeft eerder iets vergelijkbaars meegemaakt. Toen hij met have en goed zijn schoonvader Laban verliet, bleek Rachel afgodsbeeldjes (terafiem) meegenomen te hebben. Laban kwam het gezelschap achterna om ze terug te krijgen, tevergeefs overigens. Jakob neemt wellicht het zekere voor het onzekere bij het vertrek uit Sichem. Hij wil geen afgodsbeeldjes in de bagage, want voor je het weet komen er achtervolgers die ze opeisen. En het werkt, want nadat de beeldjes zijn begraven en het gezelschap is opgebroken, komt er een ‘godshuivering’ ‘over de steden die rondom hen waren, ze achtervolgden de kinderen van Jakob niet’ (35:5).
In de episode tussen de altaarbouw bij Sichem en die bij Betel is de naam Israël nog niet bestendigd. De naam is wel gekregen, maar nog niet gedragen. Hij is zelfs onteerd. En het is nog erger: het voortbestaan van Israël als volk loopt gevaar. Als de onderhandelingen tussen Hemor en Jakob waren gelukt, waren de stedelingen en de nomaden tot één volk geworden. Hemor stelt dit voor (‘Verzwager je met ons’, 34:9), de zonen van Jakob geven het expliciet als antwoord: ‘Wij zullen tot één volk worden’ (34:16). Wel op voorwaarde van besnijdenis van alle mannen van de stad (een knipoog naar de bloedbruidegom (Ex. 4:25)?).
Doordat de broers reageren zoals ze reageren, namelijk vanuit hun gekrenkte eer als mannelijke verwanten van de onteerde vrouw, wenden ze het gevaar af van vermenging met een vreemd volk. Het inzetten van het verbondsteken in de (horizontale) relatie tussen de twee volken heeft positieve gevolgen voor het verbondsteken in de (verticale) relatie tussen Israël en God. Wordt het verbondsteken nu misbruikt, onteerd, zoals Dina onteerd werd? Misschien. Wat er gebeurd is, heeft – voor zover op schrift gesteld – niet de toorn van JHWH opgeroepen. En die pijnlijke derde dag – gevolg van het toebrengen van het verbondsteken – geeft de kinderen van Jakob wel toekomst als kinderen van het verbond. Het gebruik van het verbondsteken heeft de toekomst voor het nageslacht van Abraham, Isaak en Jakob voor dat moment veilig gesteld. (Net als Dina, die weliswaar uit het verhaal is verdwenen, maar in de familie is teruggekeerd.)
Literatuur
C. Carmichael, Sex & Religion in the Bible. , : Press 2010.
W.C.G. van Wieringen, ‘Seksualiteit in de Bijbel’, in: De Bijbel Theologisch, Zoetermeer: Boekencentrum 2011.