Doorgaan en delen
Het gaat er bij pionieren om, eenvoudig gezegd, te proberen óf met een nieuwe vorm óf op een nieuwe plek kerk te zijn. Om dus als gelovige gemeenschap vruchtbaar te zijn en te vermenigvuldigen. Onze werkelijkheid van de kerkelijke krimp laat zien, dat dan ook losgelaten moet worden wat niet meer werkt. Een ingewikkelde puzzel voor deze 6e etappe.
Dat je als gemeente of kerkplek wilt doorgaan, is logisch. Maar waarom zou je willen delen? Zeker als je de handen vol hebt aan het eigen voortbestaan. In dit artikel bespreek ik waarom de kerk moet blijven pionieren. Dat doe ik aan de hand van de Bijbelse opdracht om vruchtbaar te zijn en te vermenigvuldigen.
Doorgaan: vruchtbaarheid
Wat betekent het om als gemeente of kerkplek vruchtbaar te zijn? Hiervoor moeten we op zoek naar de diepste bestaansreden van de mensheid en daarmee van de kerk. Die staat al in het eerste hoofdstuk van de Bijbel: ‘Bevolk de aarde en breng haar onder je gezag.’ Door als beelddragers van God vruchtbaar te zijn en zich te vermenigvuldigen, bereiken mensen hun oorspronkelijke bestemming (Genesis 1:26-28).
De roeping van Gods mensen is om een koninklijk priesterschap te zijn (Exodus 19:6, 1 Petrus 2:9). In het laatste Bijbelboek, Openbaring, wordt het beeld geschetst van een onafzienbare menigte, die niemand tellen kon, uit alle landen en volken, van elke stam en taal (Openbaring 7:9). Daarover wordt gezegd, dat Christus uit hen een koninkrijk heeft gevormd en hen tot priesters heeft gemaakt. Als Zijn dienaren zullen ze Hem vereren en als koningen heersen op aarde (Openbaring 5:10, 22:3,5).
De essentie en het effect hiervan werden poëtisch verwoord door koning David: ‘Wie rechtvaardig heerst… (koninklijk), heerst in diep ontzag voor God (priesterlijk). Hij is als een stralende morgenzon die na de regens opkomt aan een wolkeloze hemel en met zijn warmte het jonge groen laat opschieten’ (2 Samuel 23:3-4).
Doordeweeks wordt er koffie en aandacht geschonken, op zondag is er een laagdrempelige eredienst
Bij een vruchtbaar doorgaande gemeente kunnen we bijvoorbeeld denken aan een oude dorpskerk. Samen met anderen uit de dorpsgemeenschap wordt het historische kerkgebouw op een nieuwe manier tot een zinvolle ontmoetingsplek gemaakt en in stand gehouden voor het hele dorp. Op zondag vinden er erediensten plaats. Daaromheen gebeurt er de hele week van alles op het gebied van geloof, zingeving, levensrituelen, cultuur en dorpsbelang. Vanuit de betekenisvolle ontmoetingen, die hierbij plaatsvinden tussen gemeenteleden en andere dorpsbewoners, wordt het goede gezocht voor het dorp en de wijdere omgeving. Bij een vruchtbaar doorgaande kerkplek kun je ook denken aan een ontmoetingscentrum in een oude stadswijk. Dit wordt gerund door leden van enkele nabije gemeenten, in samenwerking met mensen uit de buurt en een welzijnsorganisatie. Doordeweeks wordt er koffie en aandacht geschonken. Bezoekers en betrokkenen helpen elkaar waar nodig en mogelijk. Er zijn ook jeugdactiviteiten en gespreksavonden voor volwassenen rond de Bijbel. Op zondag is er een laagdrempelige eredienst.
Wat beide voorbeelden kenmerkt bij vruchtbaar doorgaan, is de balans die wordt gevonden tussen draagkracht en draaglast. Er wordt alleen gestart met wat blijvend gedragen kan worden. Wat geen toekomst meer heeft, wordt losgelaten. De verantwoordelijkheid wordt zoveel mogelijk gedeeld met alle betrokkenen. Er wordt samenwerking gezocht met anderen die een gedeeld belang hebben. Bij het samenwerken met anderen en bij allerlei veranderingen in het kerk-zijn, weten de gemeenteleden waarom zij doorgaan. Hun blijvende betrokkenheid wordt ingegeven door een combinatie van geloof in God, hoop voor de wereld en liefde voor mensen.
Vruchtbaar kerk-zijn is als koninklijk priesterschap: God vereren en Hem representeren. Dit correspondeert met de protestantse kerkorde, die zegt dat alles in de kerk gericht moet zijn op ‘de lofprijzing van de Naam des Heren en de dienst in de wereld’ (Artikel IV-3). De kerk is geroepen om zo een teken, dienaar en voorsmaak te zijn van Gods nieuwe wereld. Om dit te kunnen waarmaken, is het noodzakelijk dat kerkmensen ‘deel krijgen aan de goddelijke natuur’. Dit staat in de tweede brief van Petrus (2 Petrus 1:3-10). Ontvankelijkheid en inspanning gaan hierbij samen. Het is leven vanuit geloof en de eigenschappen ontwikkelen, die bij een gelovige en bij een geloofsgemeenschap horen. Bij gemeenten en kerkplekken waar deze eigenschappen overvloedig aanwezig zijn, is volgens Petrus hun kennis van de Heer Jezus Christus ‘niet nutteloos maar vruchtbaar’. Dit legt de basis voor vermenigvuldiging. De goddelijke natuur wil namelijk delen. De opsomming van eigenschappen, die daar bij horen, eindigt daarom bij Petrus met ‘liefde voor allen’.
De kerk is geroepen om teken, dienaar en voorsmaak te zijn van Gods nieuwe wereld
Delen: vermenigvuldiging
Vermenigvuldiging van gemeenten en kerkplekken begint met vruchtbaar voortbestaan (doorgaan). In het Engelse origineel van de pioniersreis wordt het thema van dit artikel ‘do it again’ genoemd (delen). Het staat aan het eind van de pioniersreis, omdat het gericht is op kerkplekken die zich ergens nieuw gevestigd hebben. Het is een oproep om elders weer opnieuw te gaan pionieren. Je kunt het ook zien als een oproep aan oudere, gevestigde gemeenten, om elders te beginnen met pionieren. Om door te gaan, gericht op delen. Een voorbeeld is de groep Mozaiek-gemeenten. Dit jaar kwamen er weer twee gemeenten bij. Het totaal kwam daarmee op 16.
We zagen al dat de mensheid ‘in het begin’ de opdracht kreeg zich te vermenigvuldigen, talrijk te worden, de hele aarde te bevolken en deze namens God onder haar gezag te brengen (Genesis 1:28). De opdracht, die Jezus bij Zijn hemelvaart aan de kerk gaf, ligt in het verlengde hiervan (Matteüs 28:19-21). Uiteindelijk zal overal op aarde Gods naam geheiligd en Zijn wil gedaan worden. Dat is de komst van het Hemelse Koninkrijk waar christenen voor bidden (Matteüs 6:9-10). Daar zetten ze zich ook voor in, door met zoveel mogelijk mensen op zoveel mogelijk (kerk)plekken God te vereren en Hem te representeren.
Zelfs kerken, die door krimp moeten stoppen, kunnen leven geven aan nieuwe geloofsplekken
Delend sterven
Een artikel over doorgaan en delen kan niet voorbijgaan aan de pijnlijke en verdrietige realiteit van veel gemeenten, die niet kunnen doorgaan. Krimp en kerksluiting gaan ons niet in de koude kleren zitten. Maar in de praktijk blijkt ook dat gemeenten kunnen delen bij het sterven. Hierbij past het beeld dat Jezus gaf: ‘Als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft brengt hij veel vruchten voort’ (Johannes 12:24).
De Christelijke Gereformeerde Kerken van Rotterdam-Charlois en Amsterdam-Noord zagen zich beide door krimp genoodzaakt te stoppen. Dat ging uiteraard gepaard met verdriet en rouw, maar beide gemeenten gaven op hun sterfbed ook het leven aan een nieuwe geloofsgemeenschap. In Rotterdam ontstond de ICF Rotterdam Zuid, een interculturele gemeente. In Amsterdam was dat Hoop voor Noord, eveneens een interculturele gemeente. Beide nieuwe gemeenten zijn vitaal en hebben een belangrijke diaconale en delende functie.
Deels sterven
Gemeenten kunnen ook deels sterven om te delen terwijl ze doorgaan. Bijvoorbeeld door (tijdelijk) enkele leden uit te zenden naar een startende kerkplek of een kwijnende gemeente. In het maart-nummer van het Ouderlingenblad stond een artikel over de Nieuwe Kerk in Utrecht, die op twee nieuwe plekken in de stad opnieuw begonnen is met leden die bereid waren zich toe te wijden aan een nieuwe locatie. Ook kunnen kerken materialen of ruimtes beschikbaar stellen voor een nieuwe kerkplek. Of er kan besloten worden deze kerkplek financieel te gaan steunen. Zo kunnen gemeenten een stukje van zichzelf in de aarde laten vallen om het te laten sterven met het oog op delen. Het omgekeerde kan ook: een nieuwe kerkplek kan ook delen door een oudere gemeente te helpen met doorgaan. Of door ‘palliatief’ zorg te dragen voor een stervende gemeente. De kerk als geheel is een levend lichaam of ecosysteem. Dat wordt gevormd door diverse gemeenten en kerkplekken die groeien en bloeien, kwijnen en verdwijnen en in een nieuwe vorm weer verschijnen.
Pioniers verlangen, dat meer mensen op meer plekken ‘jong groen’ laten opschieten
Jong groen
Bij pionieren is het uitgangspunt, dat het talrijk worden en namens God met anderen de aarde beheren niet alleen gerealiseerd kan worden door de groei van gevestigde gemeenten. Dat strookt ook niet met de kerkelijke werkelijkheid die we kennen. Daarom zijn er telkens nieuwe kerkplekken nodig. Het verlangen van pioniers is, dat steeds meer mensen op steeds meer plekken, met diep ontzag voor God, rechtvaardig gezag gaan uitoefenen in hun omgeving en daarmee ‘jong groen’ laten opschieten (2 Samuel 23:3-4).
Hiervoor gaan we nog even terug naar het ‘deel krijgen aan de goddelijke natuur’ uit de brief van Petrus. In essentie gaat het bij kerk-zijn om een aardse belichaming van het goddelijke. Als lichaam van Christus (1 Korintiërs 12:13). Bij het nadenken over kerkelijke vermenigvuldiging helpt het om deze ‘belichaming’ zo letterlijk mogelijk te nemen. Dan wordt namelijk meteen duidelijk hoe natuurlijk het is dat de kerk zich vermenigvuldigt. Zo gedacht, wordt er ook wel gesproken over ‘kerkelijke voortplanting’.
In de kerk krijgt het liefdesverbond tussen God en mensen vorm. Daaruit ontstaan nieuwe kerkplekken, die dat verbond weer op een nieuwe manier belichamen. Bij het ontstaan en de ontwikkeling van een kerkplek wordt een nieuw kerkelijk lichaam gevormd, met goddelijke en menselijke elementen. Daarbij vormen ook de bredere kerk en de omgeving het nieuwe kerkelijke leven dat zich ontwikkelt. Het viervoudig luisteren is daarom een manier om kerkelijke gemeenschappen bewust en blijvend te laten vormen door een liefdevol samenspel tussen God, de eigen kern, de bredere kerk en de omgeving.
‘Waar twee of drie…’
Een nieuwe kerkplek hoeft niet altijd groots en meeslepend te zijn. Het kan al beginnen met twee of drie christelijke huisgenoten, die hun huis openstellen voor de buurt. Waar twee of drie mensen in Jezus’ Naam samen zijn, daar is Hij namelijk ook aanwezig (Matteüs 18:20). De grens tussen pionieren met een proefplek of gewoon als gemeente(leden) dienen en getuigen in de omgeving, is hiermee vloeiend.
Met dit minimalistische voorbeeld wil ik benadrukken, dat kerkelijke vermenigvuldiging of voortplanting (delen) relatief eenvoudig kan zijn. Er hoeft niet altijd meteen gedacht te worden aan een groot budget, een professional, een gebouw en veel vrijwilligers. In de meeste gevallen is het juist beter om kleinschalig te beginnen. Als het initiatief groeit, kan er opgeschaald worden. Of er kan voor gekozen worden om het klein en simpel te houden, door wat zich ontwikkelt te splitsen.
Peter den Hoedt is als senior beleidsmedewerker kerk-zijn, met een concentratie op missionaire kerkvernieuwing, werkzaam bij de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk.