Een glimp van de hemel
2e zondag van de Veertigdagentijd (Exodus 34:27-35, Psalm 27:7-14, 1 Korintiërs 13:1-13 en Lucas 9:28-36)
In Exodus 34 zien we hoe Mozes’ gelaat na veertig dagen en nachten op de berg bij de Heer Gods hemelse licht weerspiegelt. Die weerspiegeling was te schitterend voor de mensen en Mozes verborg zijn gelaat. De psalmist smeekt de Eeuwige de weg te wijzen naar zijn nabijheid om zijn goedheid te zien in het land der levenden. Er zijn veel hindernissen: Gods toorn – zal Hij zich niet verbergen? Zullen ze onderweg veilig zijn voor belagers en valse getuigen? ‘Wacht op de Heer, wees dapper en vastberaden’ (Psalm 27:14).
Het hooglied van de liefde (1 Korintiërs 13 ;1-13) schetst ons hoe de liefde uit de hemel werkelijkheid wordt onder de mensen, in de weg van Jezus door lijden en dood naar nieuw leven, terug bij de Vader in de hemel.
Jezus’ verheerlijking
Alle drie synoptische evangeliën vertellen hoe Jezus enige ogenblikken bekleed wordt met een hemelse gestalte: op een berg, in gesprek met Mozes en Elia en overschaduwd door een wolk. Bij alle drie staat het verhaal in dezelfde context. Petrus belijdt dat Jezus de Messias is (Matteüs 16:16; Marcus 8:29; Lucas 9:20). Dan volgt de zogenaamde ‘eerste lijdensaankondiging’ waarin Jezus de leerlingen leert wat in Jeruzalem ‘moet’ gebeuren: zijn lijden en sterven en, in dezelfde ademtocht, zijn ‘opstanding uit de dood op de derde dag’ (Matteüs 16:21; Marcus 8:31; Lucas 9:22). Matteüs en Marcus schrijven dit bij alle drie de lijdensaankondigingen tweede kondigt de uitlevering van de Mensenzoon aan mensen aan (Lucas 9:44b). Dan schetst Jezus de moeilijke en gevaarlijke weg die zijn volgelingen in de wereld te wachten staat (Matteüs 16:24-26; Marcus 8:34-9,1; Lucas 9:23-27).
Op de berg
Acht dagen later gaat Jezus met Petrus, Jakobus en Johannes ‘de berg’ op om te bidden, zoals Hij bij beslissende momenten in zijn leven doet. Ook in het oude Israël zochten mensen de ontmoeting met de Eeuwige op een berg: Abraham (Moria), Mozes (Sinai), Elia (Karmel) deden dit. Op de top van een berg raakt een puntje van de hemel als het ware een puntje van de aarde. Daar komen God en mensen vlak bij elkaar, al zijn die ontmoetingen voorbehouden aan enkelen (Exodus 24; 31:18; 34:2.28-34).
Vaak zien de mensen een wolk en soms klinkt er een stem uit de hemel. In die wolk daalt de ‘heerlijkheid’ (Hebr.: kabhod) van de Heer af naar de aarde (Exodus 16:10; 24:15; 1 Koningen 8:10-11). Later daalt de wolk neer op het heiligdom, dan kunnen mensen er niet binnengaan; Gods aanwezigheid neemt alle ruimte in (Exodus 40:34-38). Tegen deze achtergrond ontmoet Jezus, bekleed met hemelse glorie, Mozes en Elia, ook in hemelse gedaante.
Jezus’ uittocht
Mozes had oudtijds de wet als wegwijzer aan het volk gegeven. Elia en andere profeten hadden het volk telkens in hun actuele situatie de weg laten zien die de wet hun wijst. Jezus zal in zijn tijd hun werk voortzetten. Hij moet in Jeruzalem zijn ‘uittocht’ (Gr.: exodos, Lucas 9:31) volbrengen. Zijn ‘levenseinde’ zoals de NBV 2004 dit woord hier vertaalt, is daarvan slechts het begin, waarvan we al wisten (9:22). Jezus noemt daar zijn lijden en sterven in één adem met zijn opwekking uit de dood op de derde dag. De lange, moeilijke weg van lijden en sterven zijn nog maar eerste stappen op de weg van Jezus’ ‘uittocht’.
Zoals ook de uittocht uit Egypte de eerste stap was van de Israëlieten op hun lange en moeilijke weg naar het Beloofde Land. De verrezen Jezus blijft nog veertig dagen in deze wereld en voltooit zijn ‘uittocht’ pas als Hij die verlaat met zijn hemelvaart (Lucas 24:50; Handelingen 1:9). Hoe zou het toch komen dat zovelen in de kerk een blinde vlek lijken te hebben voor wat er ná Jezus’ lijden en sterven gebeurt: zijn verrijzenis, en bij Lucas zijn hemelvaart?
Mozes en Elia
De drie leerlingen schrikken op tijd wakker om te kunnen zien dat Jezus met Mozes en Elia spreekt. Ze vangen kennelijk ook de inhoud op. Nu kunnen ze rechtsgeldige getuigen zijn van de ontmoeting, het gesprek en de stem uit de wolk. Petrus wil dit moment van genade, toen de hemel even de aarde raakte, vastleggen in drie tenten. Wie zou dat niet willen? Maar: ‘Hij wist niet wat hij zei’ (9:33). Plotseling overschaduwt een wolk hen. De drie leerlingen worden bang. Het moet wel de wolk zijn die we in Exodus zijn tegengekomen, waarin Gods luister woont, waarin Hij zo dicht bij de mensen is dat ze kunnen blijven leven. ‘Ze’ gaan er binnen (9:34): de leerlingen? Mozes en Elia? Jezus? Het is grammaticaal niet duidelijk, en ook de verschillende geleerden opperen de verschillende mogelijkheden.
‘Mijn uitverkoren Zoon’
Dan klinkt een stem uit de wolk, duidelijk gericht aan de leerlingen: ‘Dit is mijn Zoon, de uitverkorene (Gr.: eklelegmenos), luister naar Hem (Gr.: autou akouete)’ (9:35). Bij Jezus’ doop, toen Hij ook aan het bidden was, had de stem uit de hemel gezegd: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in Jou vind Ik vreugde’ (Lucas 3:21-22). Dat was voor Jezus zelf bedoeld. Het gaf Hem de zekerheid dat de Vader plezier in Hem heeft. Hier op de berg zegt de stem dat Jezus door de Eeuwige zelf is uitgekozen voor zijn bijzondere taak. Daarom moeten de mensen naar Hem luisteren: horen wat Hij zegt en dan de weg gaan die dat woord hun wijst.
Wij mensen hebben even een glimp van de hemel mogen zien, op die berg. Onderaan de berg blijkt de mensenwereld nog steeds allesbehalve verheerlijkt en het geloof maar zwak (Matteüs 17:14-21; Marcus 9:14-29; Lucas 9:37-43). Maar wat even gezien is, blijft altijd gezien, gelukkig!
Deze exegese is opgesteld door Hans Fortuin .