Menu

Premium

Een nat pak

Bij Marcus 4:35-41

Moeder Maria moppert: ‘Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen.’ Ze legt dertien droge broeken en dertien schone jassen klaar op de stoelen in de kamer. ‘Die grote lummels, hoe konden ze nou gaan varen bij dat weer en in die harde wind!’ Kletsnat hebben Jezus en zijn twaalf vrienden nog net het strand gehaald. Het schip stond half vol water. Ze laten een druipend spoor achter in de straten van het dorp. Hun sandalen maken een plakkerig geluid op de stenen. En even later staan ze bibberend voor de deur of ze droge kleren aan mogen. Aagje moet denken aan dat witte hondje dat laatst ook in het meer gevallen was. Het rilde en schudde. Het water spatte in het rond. ‘Ja, mevrouw,’ zegt een van Jezus’ vrienden. ‘We zaten zo te praten in de boot, dat we helemaal niet meer op het weer letten. En eerlijk gezegd, was uw zoon in slaapgevallen. Misschien had dat nog wat uitgemaakt. Maar toen de golven zo hoog werden en over de rand van het schip sloegen, raakten we in paniek. Als er een golf van links kwam, gingen we allemaal snel naar de rechterkant van de boot. En als er een golf van achteren kwam, kropen we voor in de boot. Maar dat hielp niks. Er kwam juist steeds meer water in. Toen werd Jezus wakker. ‘Is het nu uit met jullie!’ riep hij. ‘Spreiden en blijf op je plek.’ Zo hebben we het overleefd en zijn aan land gekomen…’

Aagje gaat met haar moeder boodschappen doen, zodat de heren binnen droge kleren aan kunnen trekken. Op het boodschappenlijstje staat: een groot pak waspoeder.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken