Menu

Premium

Een nieuwe lente, een nieuw geluid

Bij Hooglied 2,8-17 en 1 Johannes 3,1-8

Het Hooglied – sjir-ha-sjirim, ‘lied der liederen’ – is een feestrol. In de joodse synagoge hoort hij bij het Pesachfeest, dat acht dagen duurt. Wij lezen het in deze Paasweken om de grote liefde van God, die met Pasen is geopenbaard, nog dieper tot ons te laten doordringen. Volgens rabbi Akiva is sjir-ha-sjirim het heiligste van alle heilige geschriften.

De liefde in het Hooglied kun je in verschillende lagen uitleggen. Dit gedeelte (2,8-17) vertelt over de tedere en lichtvoetige liefde van een man voor een vrouw, die achter ‘spijlen’ opgesloten zit (2,9-10 – vertaling SHA).

1. Societas Hebraica Amstelodamensis (i.c. H. Blok, L. van den Bogaard, P. Booij, B. Dicou, F.J. Hoogewoud), Hooglied. Hebreeuwse tekst en Nederlandse vertaling, Haarlem/Amsterdam 1998.

De verliefde man lokt de vrouw naar buiten.

In de geschiedenis van de exegese is deze verliefde man vaak gezien als de Eeuwige, die zijn vrouw – het volk Israël of de gemeente van Christus – bevrijdt uit haar gevangenschap. Maar je kunt het Hooglied ook mystiek uitleggen als liefde tussen de Eeuwige en de menselijke ziel, die gevangen zit in allerlei oude banden. Hier zou een verband kunnen liggen met 1 Johannes 3,1-8.

Huppelend van verliefdheid

Het verhaal van de huppelende geliefde, die wel een gazelle of een ree lijkt, wordt verteld door de vrouw (2,8-9.16-17). De woorden ‘gazelle’ en ‘ree’ vormen een inclusie in dit gedeelte (2,7.9 en 2,17). Ze bepalen de kleur en het karakter van de mannelijke geliefde. Hij wordt ‘mijn liefste’ (Hebr.: dodi) genoemd (2,8.9.10.16.17). Vanuit haar venster ziet zij hem vrolijk, licht en gracieus aankomen, terwijl zijzelf binnenzit, achter een ‘muur’ en achter ‘spijlen’ (2,9). Wie zit hier gevangen? De ziel in ballingschap? Zuster Anna, die iemand ziet komen? Het volk Israël, de gemeente van Christus?

Hooglied beschrijft de verliefde vrouw als een lelie (2,1.2). De lelie vormt evenals de gazelle en de ree een inclusie in een iets groter geheel (2,1.2 en 2,16). Om met Matteüs te spreken: de lelie werkt niet noch weeft, en is toch schoner gekleed dan Salomo in al zijn luister (Mat. 6,28-29). De lelie is het voorbeeld van hoe je je als mens zonder zorg mag overgeven aan de liefde van de Eeuwige. Ook laat zij zien hoe mooi je bent in de ogen van de Eeuwige. Dat realiseren wij ons niet altijd.

De winter is vergangen

Tweemaal klinkt de oproep van de verliefde man tot de verliefde vrouw: ‘Sta op, mijn vriendin, mijn schone, en ga naar buiten’ (Hoogl. 2,10b en 2,13c). De ontluikende natuur in het voorjaar wordt daarbij als lokmiddel gebruikt: bloeiende bloesem, het gekoer van een tortel (Hebr.: tor), de eerste vijgen en bloeiende wijnstokken. De bloeiende bloesem verbeeldt hoe iemand opbloeit door liefde. De bloeiende wijnstokken – beeld uit de profeten – vertellen van naderende bevrijding uit ballingschap. Het beeld van nieuwe bloei geldt zowel de achter spijlen opgesloten vrouw als de vervreemde ziel. Het kan ook gelden voor de gemeente of het volk Israël.

Na de oproep om naar buiten te gaan aan ‘mijn vriendin, mijn schone’ wordt zijzelf rechtstreeks toegesproken als duif (Hebr.: jonah, 2,14). Zij houdt zich nog verscholen, maar heel poëtisch wordt in een chiasme (a-b-b-a) gevraagd om haar lieflijke ‘gestalte’ te laten zien en haar aangename ‘stem’ te laten horen. Horen en zien horen erbij in de verhouding tussen de Eeuwige en zijn mens(en). De duif is teken van nieuw begin (Gen. 8,11) en brengt bekering, omkeer teweeg in tijden van onheil (Jona 3).

Gevaar van vossen

Voor ontluikende liefde dreigt een groot gevaar: ‘vossen, kleine vossen’, die de bloeiende wijngaarden ‘vernielen’ (Hoogl. 2,15). Vossen zijn sluw en verliezen nooit hun streken. In het verhaal van Simson worden vossen met brandende fakkels aan hun staarten de wijngaarden ingestuurd, omdat zijn geliefde vrouw zich aan een ander heeft gegeven (Re. 15,1-5). De vossen verbeelden het verraad in deze vurige liefde.

In het evangelie van Lucas wordt Herodes door Jezus een vos genoemd. Herodes bedreigt Jezus’ verbondenheid met Jeruzalem (Luc. 13,32). Ook pleegt Herodes verraad aan de liefde door zijn schoonzuster te trouwen.

‘Vang die verraderlijke vossen,’ waarschuwt Hooglied. Laat geen enkele sluwe vos, geen verraderlijke gedachte, geen roddel of achterklap, geen vernietigend oordeel over de ander tussen de liefde komen. Deze waarschuwing geldt de menselijke liefde onderling, maar door sommige onrechtvaardige daden of gedachten kunnen mensen ook de liefde van de Eeuwige verraden. Hiervoor wordt gewaarschuwd in I Johannes 3,4.7-8.

Zorgvuldige liefde

Ten slotte hebben de geliefden elkaar gevonden. ‘Mijn liefste is van mij en ik ben van hem’ (Hoogl. 2,16). Behoedzaam klinkt: ‘Hij weidt tussen de leliën’ (2,16). ‘Weiden’ heeft te maken met zorg en zorgzaamheid. Dit is een zorgvuldige geliefde.

De vrouwelijke geliefde werd al eerder als lelie aangeduid (2,1.2). Zij leeft vermoedelijk tussen andere leliën in de harem van Salomo. De leliën hoeven niet bezorgd te zijn, want deze mannelijke geliefde is liefdevol en teder. Het woord ‘lelie’ roept erotische associaties op.

Tijd en plaats

Wanneer en waar de liefdevolle ontmoeting plaatsvindt (2,17), wordt heel verschillend vertaald. Volgens de NBV moet de geliefde weggaan als het morgen wordt: ‘Nu de dag weer ademt en het duister vlucht – ’. Volgens Pius Drijvers

P. Drijvers, J. Renkema (vert.), Hooglied, Baarn/Leuven 1996.

moet de geliefde terugkomen als het avond wordt. De SHA vertaalt: ‘Totdat de dag verwaait (…) ga rond, mijn liefste.’

Ook de plaats wordt verschillend vertaald. De SHA vertaalt: ‘de bergen van Beter’. In de NBV gaat het om ‘geurige bergen’. Bij Pius Drijvers zijn ‘de bergen aan de horizon’.

De tijd en de plaats zijn dus niet zo duidelijk, maar het belangrijkste gegeven blijft hetzelfde: de eenwording van de geliefden!

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken