Een superdag
Bij Matteüs 17:1-19
Verhaal
Het is vandaag een spannende dag voor Peter en Jaap. Ze gaan voor het eerst van hun leven naar Schiphol. Ze gaan hun tante Mirjam ophalen, de zus van mama. Die woont in Israël en vorig jaar heeft ze een tweeling gekregen die ook meekomt. Peter en Jaap hebben de twee jongetjes nog nooit gezien. Ze hebben Israëlische namen: Mosje en Elja. Met twee roltrappen gaan ze omhoog. Daar is de aankomsthal en kunnen ze door de ramen naar de vliegtuigen kijken. Als mama haar zus ziet, moet ze eerst huilen en daarna lachen.
Mirjam kijkt heel blij. Trots laat ze de tweeling zien. Peter en Jaap mogen allebei een neefje uit de kinderwagen tillen. Wat is dat leuk, twee dezelfde jongetjes! Mama en haar zus zijn druk aan het praten: ‘Wat zijn ze gegroeid. En wat lijken ze veel op hun vader en opa. Ik hoop maar dat ze net zo aardig en wijs worden als zij.’
Dan zegt mama: ‘Kom, we gaan gauw naar huis, daar wacht de rest van de familie.’
Met de twee roltrappen gaan ze weer naar beneden. Peter en Jaap vinden de roltrappen super. ‘Mogen we nog een keer naar boven en naar beneden?’ vragen ze.
‘Nee,’ zegt mama, ‘we gaan nu.’
‘Hoe lang blijven ze?’ vraagt Peter. En Jaap vraagt: ‘Mogen ze bij ons blijven wonen?’
‘Nee, dat kan niet,’ zegt mama, ‘ze hebben hun huis in Jeruzalem.’
Ze blijven twee weken, en dan wordt alles weer gewoon…
Gesprek
Wat vind jij superleuk? Een topervaring? Denk je daar nog weleens aan terug? Heb je ook een aandenken daaraan, een souvenir?
Jezus gaat met zijn leerlingen Petrus, Jakobus en Johannes naar de top van een berg. Daar maken ze iets heel bijzonders mee: ze ontmoeten Mozes en Elia, wijze mannen van meer dan duizend jaar geleden! Die komen niet met een vliegtuig of met roltrappen naar die bergtop, maar op een veel wonderlijker manier… En dat is nog niet eens alles!