Profetische naamgevingLucas vertelt dat Elisabet en Zacharias en later ook Maria en Jozef niet hoeven na te denken over de naam die zij aan hun zoons zullen geven. Een engel had het hun al voorgezegd: Johannes, ‘de Heer is genadig’, en Jezus, ‘de Heer redt’, moeten zij heten. Hun naam gaat daarmee de boodschap vooruit die zij later in woord en daad zullen brengen. Hun naam verwijst niet naar het voorgeslacht. Dat gaat tegen het verwachtingspatroon in. Zacharias krijgt er zijn tong voor terug, om dat duidelijk te maken. Als een ware profeet getuigt Zacharias in zijn lied dat deze
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden