Geen rolmodel
Kinderbijbels en het geweld in de Simson-verhalen
Voor veel kinderen, waarschijnlijk vooral voor jongens, is Simson een aansprekende figuur. Zo’n krachtpatser die met alle gemak van de wereld duizenden Filistijnen verslaat, Superman, je reinste heldenfiguur. Opvoeders vinden het misschien minder leuk dat het oorspronkelijke bijbelverhaal zo gewelddadig is, met behalve heel veel gedode vijanden ook uitgestoken ogen, een bruid die verbrand wordt en een tempel die op een feestvierende menigte neerstort. Die laatste scène heeft na 11 september 2001 al helemaal zijn onschuld verloren. Zo’n verhaal stelt kinderbijbels voor een pedagogisch probleem. In de gemiddelde opvoeding, maar zeker in de geloofsopvoeding probeer je kinderen toch bij te brengen dat een conflict liever niet met vechten moet worden opgelost, dat je moet praten in plaats van er meteen maar op los te slaan. Maar hoe zet je dan een figuur als Simson neer, en het buitensporige geweld waarmee hij zijn conflicten oplost? Hij is toch rechter over Israël, een held met weliswaar zwakke kanten, maar wel een held – die liever geen directe navolging verdient. Oudere kinderbijbels schrikken over het algemeen niet terug voor een scheutje moralistisch commentaar, moderne kinderbijbels lijken daarin wat terughoudender, maar in beide gevallen vormt Simson een dilemma.