Menu

Basis

Geïnspireerd door oude meesters

Blikvanger

'Venerdi Tredici' in Museum W.
'Venerdi Tredici' in Museum W. Foto: Peter Cox

Waarom zou een moderne kunstenaar nog bijbelse taferelen schilderen? Hanneke Allewijn sprak met Frans Franciscus over zijn werk.

De figuren op de schilderijen van Frans Franciscus staan dikwijls afgebeeld in situaties die onderdeel van een verhaal lijken te zijn. Opvallend vaak is dat een bijbelverhaal.

Zie je jezelf als kunstenaar of meer als verhalenverteller?

‘Als allebei. Maar zeker als kunstenaar. Ik ben natuurlijk heel figuratief. Er moet voor mij wel een soort kloppend verhaal ontstaan. Je zal bij mij niet zo maar een landschap zien. En ik voel me zeker een kunstenaar. Ja, zeg!’

Momenteel heb je een tentoonstelling met portretten, geïnspireerd op Hans Memling. Hoe zijn die ontstaan en wat wil je daarmee zeggen?

‘Het zijn digitale fotomontages. Die heb ik samen met mijn echtgenoot Rienus Gündel gemaakt. Mijn allerbeste vriend was Erwin Olaf. Ik heb met hem twaalf jaar in een gebouw gewerkt. Ik heb altijd nog iets willen doen met fotografie.

Ineens was het daar. Hij had een foto van zichzelf en er een achtergrond achter gezet. En toen zijn we handen erbij gaan fotograferen, eigenlijk naar aanleiding van mijn grote inspiratiebron Hans Memling. Toen hadden we ineens fotografische portretten. Ze zijn een beetje anachronistisch en hebben een surreële sfeer gekregen.

In het begin maakten we ze met een simpele camera. Later werd dat steeds meer een ding. En we konden ze gelijk tentoonstellen. We kregen veel opdrachten en werden uitgenodigd om vier maanden lang een serie te maken op Curaçao. Dat is een beetje een buitenbeentje wat werk betreft.

Ik vond de foto’s wel passen in mijn idioom. Ik laat mij door oude meesters inspireren, vandaar ook de bijbelse verhalen. En toen kwam Memling in beeld. Het is een serie geworden van honderdvijftig foto’s. Ik nóem de portretten ook foto’s.’

Frans Franciscus: ‘Ik probeer mijn publiek met de schoonheid van mijn werk te epateren.’

Ik las in een interview dat je jezelf ziet als een product van de christelijke cultuur. Een product; zie je jezelf ook als bouwsteen van die cultuur?

‘Misschien wel. Eigenlijk heb ik daar niet zo over nagedacht. Ik maak me er niet heel druk over of ik dat moet zijn. Ik denk wel dat ik die cultuur voortzet door mijn interpretaties van bijbelpassages. Religie zie ik als cultuur. Voor mij zijn deze verhalen precies hetzelfde als die uit de Griekse mythologie.

Op jouw schilderijen staan mensen centraal binnen een religieuze context. Hoe kijk jij naar geloof?

‘Toen ik gekscherend tegen een gelovige vriendin zei dat ik in Zeus geloofde, antwoordde ze dat dat niet kon. Maar voor mij is het raar dat zij in God gelooft. Voor mij zijn die twee dingen precies hetzelfde. Ik ben niet spiritueel. Ik ben wel heel sensitief. Daarmee bedoel ik: sensitief voor andere mensen, dat er wind langs mijn gezicht waait, gevoelig voor alles wat naar mij toekomt.

Ik laat me niet alleen door christelijke cultuur beïnvloeden

Zingeving is echt zo’n woordje – ik zou dat niet zo snel gebruiken. Ik vind het een beetje een arrogant woord. Dat heb ik ook als ik hoor dat mijn werk zogenaamd zingevende capaciteit heeft. Het maakt mij niet uit als mensen mijn kunst als christelijk zien. Dat moeten ze zelf weten. Maar ik laat me niet alleen door christelijke cultuur beïnvloeden.

Ik ben geïnteresseerd in kostuums en kleding. Gesluierde vrouwen vind ik mooi, daar heb ik ook veel mee gewerkt. Ik laat me inspireren door De Stijl, denk aan Mondriaan, maar ook door Afrikaanse kunst. Ik ben een veelvraat.

Jezus herkende ik wel maar al die personen eromheen? Geen idee

De klassieke westerse schilderkunst is een grote liefde. Dat heeft ook te maken met hoe goed mensen toen met verf om konden gaan, van Giotto in de dertiende eeuw tot de schilders halverwege de negentiende eeuw. Daar hebben ze zo ongeëvenaard goed geschilderd. Dat kunnen we helemaal niet meer, dat is verloren gegaan. Dat fascineert me mateloos.

Maar zo kwam ik vanzelf bij de bijbelse verhalen uit. Toen ik me voor het eerst realiseerde dat me dat zo fascineerde, was ik nog niet afgestudeerd. Daarvoor was ik vooral geïnteresseerd in werken uit het begin van de twintigste eeuw. Ik ben niet religieus opgegroeid, ik heb altijd op openbare scholen gezeten. Ik kende de bijbelverhalen helemaal niet. Ik kon er mijn eigen interpretaties van maken.’

Heeft het je ook nieuwsgierig gemaakt naar religie en Bijbel?

‘Van de weeromstuit heb ik wel veel geleerd wie er nou eigenlijk afgebeeld stonden. Ik wist er niks vanaf. Jezus herkende ik nog wel. Maar al die personen eromheen, geen idee. Katholieke heiligen – ik ken er nu een paar. Maar dat wist ik eerder allemaal niet.

Maar je zou kunnen zeggen dat je met je kunst een reflectiehorizon in de wereld zet. Daarmee plaats je jouw verhaal in de wereld. Vervolgens begint het proces wat mensen ervan maken en wat ze erin zien, hoe ze het duiden. Ja, ik kan er niet naast staan om uit te leggen wat ik bedoel. Vaak als ik ernaast sta, weet ik het zelf ook helemaal niet meer. Ik ben vaak vaag, dat klopt.’

Hoe ga je te werk?

‘Soms ontstaan ideeën in een split second. Zoals nu. Ik ben met een klein schilderijtje al weken bezig, naar aanleiding van Picasso. Ik zie op een gegeven moment een meisje op een balletje, een soort circusartiest. Later wordt het dan meer een jongetje. Dan denk ik eerst dit, en vervolgens denk ik: nee toch dat. Zo ontstaat het langzamerhand. En ineens staat er een jongetje op een bal met een soort hele moderne Apple bril die ik in New York tegenkwam. Het is een kloppend verhaal. Waar gaat het dan over? Ik zie dan dat het een portret geworden is van iemand die zich helemaal afgesloten heeft van de wereld.

Soms ontstaat het heel snel. In 2003 heb ik een hele grote expositie gehad in het Museum Catharijneconvent. Daar vond men het heel leuk als ik een van hun werken wilde gebruiken als aanleiding voor een schilderij. Ik liep er rond en zag de doornenkroon van Dirck van Baburen, een zeventiende-eeuwse Utrechtse schilder. Ik wist gelijk dat ik er iets mee moest maken.

Meestal ben ik niet zo snel. Je moet outfits bedenken voor mensen, op wat voor stoeptegel ze staan, een achtergrond kiezen. De kleur. Je moet het allemaal bedenken. Maar toen was het meteen duidelijk.’

Heb je lievelingsthema’s waar je graag mee bezig bent?

Nee, maar als ik actie wil voeren, dan staan homoseksualiteit en queerness wel op één. In de schilderkunst heb ik dat niet. Ik ben wel een fanatiek GroenLinks-stemmer maar ben nergens lid van. Aan politieke thema’s denk ik wel als ik mijn werk maak, maar dat hoeft niet altijd even geëngageerd te zijn.

De nieuwe garde vond dat het niet kon

Ik probeer altijd iets te maken waarmee ik mensen epateer van schoonheid: het moet het netvlies strelen. Maar je kunt niet iedereen een plezier doen. Schoonheid tonen is in ieder geval mijn eerste doel, wat dat ook mag zijn. Of het klopt en wanneer het klopt, is een gevoelskwestie.’

Wat is voor jou een dierbaar werk?

‘Een werk uit 2005. Het heet “Venerdì tredici” (vrijdag de dertiende) en is aangekocht door het Valkhof Museum in Nijmegen. Het is naar aanleiding naar een lamentatie, een bewening van Christus, door Anthony van Dyck. Het moest een Italiaanse omgeving worden, Maria met een grote hoepelrok. Het meet 1.60 bij 2 meter.

Het klopt gewoon allemaal. Sigaret op de voorgrond. De lavastenen van Sicilië. Dat schilderij heb ik onlangs weer uitgeleend voor een tentoonstelling in Museum W te Weert.’

Hoe maak je van zo’n beroemd werk dan je eigen vertaling?

‘Ik maak van een religieus stuk iets wat relateert aan de realiteit. Ik maak van een lamentatie iets waarvan je kunt geloven dat het nu gebeurt: travestieten worden in elkaar geslagen. Dat laat ik zien.’

Je werk is maatschappijkritisch. Tegenwoordig leven we in een cancelcultuur. Heeft dat invloed op jouw manier van werken?

‘Ik heb me er zelf nog niet veel van aangetrokken maar mijn werken worden soms wel, op z’n zachtst gezegd, met een soort argwaan bekeken.

In 1996 maakte ik een schilderij “De drie gratiën”. Afgebeeld zijn drie gesluierde vrouwen die in de houding staan van de drie gratiën. Dat had ik verkocht aan een advocatenkantoor. Ik werd onlangs opgebeld dat het schilderij beschadigd was met de vraag of ik het wilde repareren. Toen kreeg ik te horen dat ze het na de reparatie waarschijnlijk niet meer gingen ophangen. De nieuwe garde vond dat dat niet kon.

Ook bij de Gasunie in Groningen heb ik een tentoonstelling gehad, daar hing een groot werk van Adam en Eva. Adam is daarop een zwarte man en Eva een witte vrouw. Er waren twee vrouwelijke bezoekers die zich er onveilig door voelden. Ik kan nog wel even doorgaan en word er niet goed van.’

Beïnvloedt het je?

‘Alles heeft invloed. Ik weet alleen niet of ik er meer of minder strijdbaar door word. Ik zou eerder zeggen: méér. Dan wil ik kijken waar we de randen kunnen opzoeken.’

Dank voor het interview. Dat je met jouw kunst nog lang de netvliezen van de kijker mag strelen en de geesten mag scherpen!

Franciscus studeerde aan de kunstacademie in Utrecht en woont en werkt in Amsterdam. Hij schildert met olieverf. Zijn werk is geïnspireerd door klassieke Europese schilderijen en sculpturen, gemaakt door barokschilders als Caravaggio, El Greco en Bronzino, maar ook Girodet, Rubens en Jan Lievens. Aan de thema’s en composities van deze oude meesters geeft hij vervolgens een hedendaagse draai. Zo levert hij commentaar op actuele kwesties. Aspecten als diversiteit, gender, klimaat maar ook sociale misleiding en manipulatie komen daarbij aan de orde.

Hanneke Allewijn


Rood!
Woord & Dienst 2024, nr. 6/7

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken