Menu

None

Geloven ‘helpt’ niet tegen rouw

Detail van de bronzen deur in de Sint-Ursulakerk te Keulen.
Foto: Johan Timmer; Detail van de bronzen deur in de Sint-Ursulakerk te Keulen.

Verdergaan na een groot verlies? Johan Timmer schrijft hoe dat is voor hem en zijn vrouw.

27 december 2021. Toen de reanimatie werd gestaakt in de behandelkamer van de Spoedeisende Hulp in het UMC Utrecht lag daar roerloos het lichaam van onze lieve dochter Marlies. Haar ogen open. Maar zij zag niet meer. Vergeefs wachtte ik op een teken van leven. Haar leven (hier) was voorgoed voorbij.

We moesten verder, zonder haar. Zonder haar lieve lach, haar humor, haar zorgzaamheid voor de schepping en voor haar medemens, haar bewogenheid. Ze werd 32 jaar oud. Volkomen onverwacht overleed ze aan een dubbele longembolie.

Als je kind sterft, word je gekatapulteerd in een vreemde wereld waarvan je het bestaan niet kende. Je staat voor de opdracht nieuw leven op te bouwen uit de brokstukken die zijn overgebleven van de wereld die je voorheen bewoonde.

Een citaat van Manu Keirse, klinisch psycholoog en de autoriteit in Nederland en België als het gaat om verdriet, verlies, rouw en de laatste levensfase. Van koers houden na zo’n ingrijpend verlies is geen sprake. Het verdriet, de leegte, het gemis: te groot om te dragen en te verdragen. Als ik met lotgenoten spreek, hoor ik hoe ze allemaal gedesoriënteerd zijn geraakt. En van het oppakken van het leven van voor het verlies is geen sprake.

God hief de leegte niet op

Waar was God? Hij raapte de scherven van ons bestaan niet op, Hij heelde de diepe wond niet. Hij stelpte de rouw niet, Hij hief de leegte niet op.

Hoe mooier en rijker de herinneringen, des te moeilijker is het afscheid. Maar dankbaarheid zal de pijn der herinnering veranderen in stille vreugde. De mooie dingen van vroeger zijn geen doorn in het vlees, maar een kostbaar geschenk, dat je met je mee draagt.
Dietrich Bonhoeffer

Zover ben ik nog lang niet.

Geborgen

Wat houdt mij op koers? In de eerste plaats de overtuiging dat mijn dochter geborgen is in God. Dat is niet vanzelfsprekend. Ze was niet langer kerkelijk betrokken. God heeft haar nooit losgelaten, hoewel zij wel geprobeerd heeft los te komen. Uiteindelijk bleek uit haar leven – anderen hebben dat met ons gedeeld – dat ze een volgeling was van Jezus. Kort voor haar dood heeft zij haar moeder bedankt voor de wijze waarop we haar hebben opgevoed.

‘Hij is een God van liefde en genade, barmhartigheid en goedheid zijn zijn daden…’ (Psalm 103, Liedboek voor de kerken; 1973). Dat waren de woorden die opwelden in het hart van mijn vrouw toen ze de behandelkamer binnenging waar haar dochter lag. Ze was verbijsterd: haar kind was dood. God maakte duidelijk dat ze niet was verdwenen in de donkerte, maar dat ze vanaf dat moment in het Licht woonde.

Geloven ‘helpt’ niet tegen de rouw. Ik vind geen onderscheid tussen het rouwen van gelovigen en andersdenkenden. Het ‘vergezicht’ helpt niet in het leven van alledag. Wat wel helpt, is een kring van trouwe meelevende vrienden, in de familie, in de kerk, op het werk, in de straat, op het internet. Rouwen duurt langer dan meeleven. Behalve bij hen, zij blijven trouw. Ook dat is niet vanzelfsprekend.

Verdriet wacht, last meer dan één adempauze in … als er eenmaal een bepaald besef is ingedaald, barst het los, zwelt het aan en kost het heel veel moeite om het in te dammen.
Laura Imai Messina, De verborgen kleuren van het leven (Amsterdam, 2022)

En:

Na enige tijd, als de hevigheid van het verdriet vermindert, neemt juist het gevoel dat zich tégen het leven richt een steeds grotere plaats in, het gevoel van vergeefsheid, betekenisloosheid.
Marjoleine de Vos, En steeds is alles er (Amsterdam, 2023)

Dat vraagt veel van mij. En van mijn omgeving. Het is een wilsbesluit om niet ten onder te gaan. Dat geeft geen enkele garantie. Zowel mijn vrouw als ik zijn ons werk kwijtgeraakt. Rouwen en verantwoordelijkheid dragen in je werk, we kregen het niet gecombineerd.

Aandachtiger

Wat me het meest op koers houdt, is de ‘verborgen omgang met God’. Mijn relatie met de Eeuwige is ingrijpend veranderd. Ik heb veel te klein van Hem gedacht.

Mijn relatie met de Eeuwige is ingrijpend veranderd

Mijn vertrouwen in Gods liefde groeit, met de dag. In het begin, in de diepste wanhoop was een schreeuw genoeg. Hij antwoordde voor ik mijn mond opende. Op onnavolgbare wijze werden we telkens weer opgetild, konden we verder.

Nu, iets meer dan twee jaar verder, geeft God me stukje bij beetje ruimte en verantwoordelijkheid om op weg te gaan, een nieuw bestaan op te bouwen, een nieuwe koers te kiezen. Dat gaat met vallen en opstaan, ik blijf een mens met fouten en gebreken. Het tast Gods liefde niet aan, heb ik ervaren.

Sterker dan voor de dood van mijn dochter heb ik het verlangen om van betekenis te zijn voor anderen. Ik leef aandachtiger. En God laat zoveel mogelijkheden zien om er te zijn voor een ander. Hij helpt een koers te kiezen en die ook te houden. Daarin schuilt, ondanks het blijvende verdriet, diepe vreugde.

Nooit is er ook maar een moment geweest dat ik God iets kwalijk nam, dat ik Hem voor de voeten wierp dat Hij niet had ingegrepen. Hij was en is mijn ademtocht.

Uiteindelijk, aan het eind van mijn leven – ik geef mezelf nog zo’n vijftien tot twintig jaar – zal mijn levensschip ook afstoten van de kust en zee kiezen. Ik zal onderweg ten onder gaan en aanspoelen op de andere eeuwige oever. Daar zal ik haar ontmoeten. En Hem die mij heeft liefgehad vanaf het begin. Die mij is voorgegaan.

Johan Timmer is vakdocent Natuurvakken en betrokken bij de Oosterkerkgemeenschap in Zeist.


Koers houden
Woord & Dienst 2024, nr. 4

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken