Gijs Frieling: genezing van een blinde

In deze rubriek licht Marleen Hengelaar een kunstwerk uit, dat raakt aan de actualiteit van het kerkelijk jaar. Ze geeft deze keer haar commentaar bij een werk van Gijs Frieling.
‘In het voorbijgaan zag Jezus iemand die al vanaf zijn geboorte blind was. Zijn leerlingen vroegen: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’ (Johannes 9:1-2) Met deze verzen is de toon gezet voor het verhaal over de genezing van een blinde in Johannes 9, een hoofdstuk dat over veel meer gaat dan fysieke blindheid en genezing alleen. Hetzelfde geldt voor dit schilderij.
Rechts op het doek zien we het gezicht en de hand van Jezus. Hij strijkt een klodder modder van zand vermengd met slijm op de ogen van de blinde man. De man strekt zijn linkerarm uit naar Jezus. Wie is deze man die zomaar opeens uit het niets is opgedoken? Opwinding maakt zich van hem meester, zijn gezicht loopt rood aan. Zou er dan toch nog hoop zijn voor zijn leven? Jezus draagt hem op het vuil te gaan afwassen en biedt de blinde zo een rituele handeling aan, waardoor hij voortaan zeker mag weten dat hij niet te zondig is om te mogen zien en leven.

Wat is zien?
In Johannes 9 worden de Farizeeën met hun hooghartige denksystemen over heiligheid en zondigheid tegenover de blinde gezet. De Farizeeën menen te zien, maar zijn in wezen blind. Ze menen zonder zonde te zijn, maar bezondigen zich aan hoogmoed en machtsmisbruik. De blinde ziet niet, maar heeft een haarscherp oog voor zijn eigen zondigheid. Hij weet dat hij een Messias nodig heeft. Hij gaat in dit hoofdstuk van de belijdenis van Jezus als profeet (vers 17) naar Jezus als de Mensenzoon (vers 35-38).
In de modder ook het beeld van de balk en de splinter
Het is opvallend dat Gijs Frieling in de modder op het rechteroog van de man een horizontale streep geschilderd heeft. Hiermee lijkt hij te refereren aan een ander beeld dat Jezus gebruikte toen hij het had over de zondigheid van de mens: dat van de balk en de splinter. Hij roept ons op de confrontatie aan te gaan met de balk in ons oog, zodat we vervolgens voldoende besef van eigen zwakten hebben om een ander te kunnen helpen met zijn splinter. Geen oordeel, maar ontferming.
Links en rechts van het hoofd van de ‘blinde’ heeft Frieling bloesems en bladeren geschilderd als beelden van genezing en bloei. Boven zijn hoofd zien we een vage kroon. Deze twee beelden roepen bij mij Openbaring 22:1-5 in herinnering: ‘De bladeren van de boom brachten de volken genezing’ en ‘zij zullen als koningen heersen tot in eeuwigheid.’ Door zijn liefde, die verbeeld wordt in de harten en kruisen op de trui van de man, had Jezus de ogen om deze aangevochten blinde man te zien voor wie hij was en zou kunnen worden.
Marleen Hengelaar-Rookmaker is hoofdredacteur van ArtWay, een website over kunst en geloof.