Geloofstaal & cultuurtaalHet woord 'hart' gebruiken we in de biologische betekenis voor een lichamelijk orgaan, de hartspier. In figuurlijke zin (psychologisch, filosofisch, theologisch) is het hart de zetel van gevoelens, emoties en van de omgang met God; het is het centrum van wat er in de mens omgaat. Bekend zijn bijvoorbeeld de uitdrukkingen: 'Hij maakt van zijn hart geen moordkuil', 'Dat is een pak van mijn hart', 'Het is mij uit het hart gegrepen', 'Heb het hart eens!' ('Heb het lef eens'; 'lef is het Hebreeuwse woord voor hart), 'Van harte gelukgewenst'. In het profane spraakgebruik zijn er onmiskenbaar raakvlakken
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden