Heer, leer ons bidden…
Lucas 11,1 (bij Lucas 11,1-13)
‘Wil je ons leren bidden?’ vragen de leerlingen aan Jezus. Een vreemde vraag eigenlijk. Kunnen ze dat dan nog niet? Wat doe jij als je bidt? Hoe doe je dat?
Waar doe je dat? Tegen wie praat je dan? Waar gaat het over? En… helpt het?
Als de leerlingen van Jezus Hem vragen of Hij hun wil leren bidden, geeft Hij hun de woorden van het Onze Vader. Het is één gebed: als ze willen, kunnen ze elke dag die woorden bidden. Jezus zegt: ‘Probeer het maar eens. Het is net een doos bijzondere puzzelstukken. De stukken zijn los te gebruiken, maar samen vormen ze een heel mooi geheel. En als je de woorden steeds opnieuw bidt, zul je merken hoe je aandacht nu eens naar het ene, dan weer naar het andere puzzelstuk toe getrokken wordt.’
Bidden is praten met God. Aan God kun je vertellen en vragen stellen, naar God kun je luisteren. Met je eigen woorden of met woorden die je geleerd hebt. Aan tafel, in de kerk, op het schoolplein, op het voetbalveld, in de bus.
Of het helpt? Lijkt God op Sinterklaas, aan wie je een verlanglijstje kunt geven?
Volgens Jezus krijg je van God een heel bijzonder cadeau als je bidt. Niet zomaar wat je vraagt, wel wat je nodig hebt: ‘de Geest.’ Maar wat is dat eigenlijk?