Menu

Basis

‘Het briefje van oma’

Wie bepaalt de inhoud van de dankdienst voor het leven van een geliefde die is overleden? Mag je, vóór je dood al, je wensen kenbaar maken en erop vertrouwen dat je nabestaanden hier zorg voor dragen? Of heb je daar niets over te zeggen, en zijn het de nabestaanden die bepalen hoe de dankdienst ingevuld wordt?

We zitten rond de tafel, de dag na het overlijden van Annie. Een warme vrouw, betrokken op mensen en op de kerkelijke gemeente. Ze vierde iedere zondagmorgen de kerkdienst mee en was ook door de week actief. Ze nam deel aan de bijbelkring, schonk koffie na de kerkdienst in het verzorgingstehuis en stond altijd klaar om bij te springen als ergens hulp nodig was.

Nu zitten we bij elkaar, ik als predikant en haar twee kinderen en drie kleinkinderen, om samen te bespreken hoe we de dankdienst voor haar leven vormgeven. De koffie is nog warm als het hoge woord eruit komt. ‘ik zeg het maar gelijk, hoe wij erin staan,’ zegt de dochter, ‘wij geloven niet in God en willen eigenlijk helemaal geen kerkdienst.’ ‘ja,’ vult de zoon aan, ‘ma heeft op een briefje allemaal liederen en bijbelteksten geschreven die ze mooi vond, maar wij vinden dat niks.’ Een kleinkind merkt op dat het fijn was voor oma, dat ze stierf met de gedachte dat haar kinderen haar wensen zouden opvolgen, maar dat ze het toch niet merkt, als ze het anders doen. Het is hún afscheid, niet dat van oma…

Als je merkt dat er weerstand is tegen ‘de kerk’ of ‘het geloof’, is het goed om daar gelijk ruimte voor te maken. Welke gedachten en gevoelens roepen ‘de kerk’ en ‘god’ op? Hoe denken ze over het leven en over de dood? Soms merk je dat nabestaanden de traditie niet kennen, omdat ze zelf niet gelovig zijn, of lid zijn van een andere geloofsgemeenschap. Er kunnen nare herinneringen meespelen, aan kerkbezoek van vroeger, of aan een dienst waarin ze zich niet thuis voelden. Het kan ook zijn dat gesprekken over geloof thuis altijd uitliepen op ruzie of verwijten.

…Een dankdienst waarin we recht doen aan zowel oma als henzelf

Al sprekend en ruimte gevend aan hun verhaal, hoop je dat er vertrouwen ontstaat. Dat nabestaanden zich gehoord weten, dat hun angsten, vooroordelen en twijfel (deels) weggenomen kunnen worden. Het helpt, is mijn ervaring, om te stellen dat je een gezamenlijk doel voor ogen hebt: recht doen aan iemands leven en sterven. Je wilt zorg dragen voor een liefdevol en waardig afscheid. Daarbij is het zaak om een balans te vinden tussen de beleving, het geloof en de taal van de nabestaanden én die van de overledene.

We zitten rond de tafel, na het overlijden van Annie. Het hoge woord is eruit. Ze delen hun zorgen, dat er in de kerkdienst geen ruimte is voor hún verhaal, hun verdriet… Dat ze er met kromme tenen zitten… Ze begrijpen ook niet zo goed wat de rol van hun moeder en oma in de gemeente was. Kortom, ze voelen zich onzeker, kunnen zich geen voorstelling maken van een dankdienst.

We spreken af dat zij eerst hun herinneringen aan hun moeder en oma met me delen. En dat we daarna kijken wat hun gedachten en ideeën zijn voor een dankdienst, waarin we recht doen aan zowel oma als henzelf. Dan kunnen we kijken hoe we de dienst invullen, zodat zij op een goede manier afscheid kunnen nemen en er recht gedaan wordt aan wie Annie was en aan waar ze in geloofde.

Ma heeft een briefje geschreven met liederen en teksten, maar wij vinden dat niks…

In de verhalen en herinneringen die we delen komt iedere keer hetzelfde woord naar voren ‘verbinding’. Ma bracht mensen altijd samen, was er altijd voor hen die haar nodig hadden. Je kon op haar leunen… Ik herinner me een van de laatste bijbelkringen met Annie, waar we Psalm 23 bespraken: ‘de Heer is mijn herder’. Met letterlijk als de centrale woorden ‘want U bent bij mij’. Woorden van verbinding. Ik vertel over de bijbelkring waar Annie bij betrokken was, over de psalm die haar lief was en leg uit dat we in geloof zeggen dat God zich blijvend aan mensen verbindt, in leven én sterven. Zijn naam is ‘ik zal er zijn’. ‘maar die psalm, die hing toch altijd boven het bed bij haar ouders?’, zegt de dochter. ‘prachtig, om dat dan te laten klinken, ook in verbondenheid met hen…’

Zo komt er een opening, vanuit het thema ‘verbondenheid’. We bespreken de dankdienst, waarbij ik de rituelen en vaste momenten uitleg, we samen zoeken naar liederen die hun moeder en oma graag zong en zij die aanvullen met muziek die hen raakt. Er is volop ruimte in de dienst om persoonlijke verhalen te delen en een kleinzoon speelt piano.

‘Wat was het fijn, zo had ma het gewild’, zegt de zoon na afloop. ‘Het is niet dat ik gelijk lid wil worden, maar ik snap wel dat zij het fijn vond in de kerk. Hier word je gezien en gehoord.’

Erica Hoebe-de Waard is als gemeentepredikant verbonden aan de Protestantse Gemeente Wageningen. Zij is lid van de redactie van Ouderlingenblad

Wellicht ook interessant

Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
None

Interview: “Ik wil een eerlijk gesprek over de doodswens”

Mensen die niet meer willen leven, krijgen niet zomaar euthanasie. Er zijn strenge eisen waaraan moet worden voldaan, voordat het eigen leven bewust gestopt kan worden. Maar als een euthanasieverzoek wordt afgewezen, is de wens om te sterven vaak niet verdwenen. Soms kiezen mensen dan voor ‘de autonome dood’, een zelfgeorganiseerd levenseinde. Hoe is dit voor nabestaanden? Krina Huisman deed er onderzoek naar en schreef het boek Nabestaan. Leven na de autonome dood. Redacteur Maartje Amelink ging met haar in gesprek.

Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Basis

Lazarus voorbij

AI zo lang als er mensen bestaan, gaan ze ook dood. Het zou dus moeten wennen, maar dat is niet zo. En daar zijn wel wat redenen voor: onze herinnering reikt niet tot de eerste mens; voor eenieder is er altijd een eerste betreurde dode in zijn of haar leven. Daarbij is de dood geen optelsom van steeds en altijd hetzelfde. Sterft er iemand, dan nemen we afscheid van een persoon zoals er nooit eerder een geweest is, en ook nooit meer een zal zijn. Vervelend is ook dat de dood zo veel gezichten heeft. Mensen kunnen vreselijk sterven, maar ook heel mooi. Veel te jong, en ja, soms ook te laat. In verzet, maar ook in overgave. Overvallen, maar ook voorbereid. Zinloos, maar ook zinvol.

Nieuwe boeken