De kerkvader Augustinus was als bisschop verantwoordelijk voor de geloofsvorming in zijn kerk. Wie christen wilde worden, moest studeren, God leren liefhebben en uiteindelijk bekeerd worden door de doop. De rituelen—de sacramenten—die de leerling onderging, hadden een lijfelijk karakter: proeven, voelen, naakt het doopwater ingaan. Als de gelovigen vervolgens mogen deelnemen aan de eucharistie—eten en drinken—worden zij meer en meer lichaam van Christus. De christelijke spiritualiteit werd lange tijd in verband gebracht met het geestelijke leven, waarbij de nadruk meer lag op de geest dan op het lichaam. In de afgelopen vijftig jaar is er een kentering gekomen in de
Het volledige artikel lezen?
Dit artikel is voor Basis-leden.
Log in en lees verder. Nog geen lid?
Al vanaf € 5,83 per maand heb je toegang tot dit artikel en veel meer op Theologie.nl.
InloggenLid worden