Kijk goed naar het plaatje. We zien een Egyptische koning, de god Horus – en een onmogelijk klein nijlpaardje, dat door de harpoen van de koning doorboord wordt. Dat door Oussoren tot ‘beest-beest’ gedoopte wezen, met een pluimstaart als een ceder, botten als buizen van brons en knoken als stangen van ijzer, dat volgens Van Dale ‘groot, log en dikhuidig zoogdier’ dat wel drieduizend kilo kan wegen, dat monster reikt hier nog niet tot de knieën van de overwinnende koning. Wat is hier aan de hand?Lees het hele artikel
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden