Het stromen van de Geest
Alternatief bij Pinksteren (Psalm 19.5ab.2, Handelingen 2,1-11, Psalm 33,6.13 en Johannes 7,37-52; 8,12)
In de orthodoxe traditie is er een bijzondere verbinding tussen de Pinksterdag en het Loofhuttenfeest. De evangelielezing voor het Pinksterfeest is uit Johannes 7, de enige nieuwtestamentische verhalende passage die zich expliciet tijdens het Loofhuttenfeest afspeelt. We horen de woorden die Jezus sprak op de ‘laatste en grote dag’ van het feest, dus op hosianna rabba. Maar nu zijn ze uit de context van het grote najaarsfeest getransponeerd naar het begin van de zomer, voor het feest van de grote vervulling.
Al heel vroeg in de christelijke traditie is het grote najaarsfeest uit de Hebreeuwse Bijbel, Soekot, als het ware aan het zwerven gegaan. Misschien had dat voor een deel te maken met het teloorgaan van de Jeruzalemse tempel. Voor zover we het uit de vroege joodse traditie weten, waren er bij het Loofhuttenfeest twee centrale tempelrituelen: een takkenprocessie waarbij hosianna werd geroepen, en een waterprocessie waarbij dagelijks een kruik water werd uitgegoten.1 De takkenprocessie met het hosianna vinden we in de christelijke traditie al heel vroeg terug in de verhalen van de intocht van Jezus aan het begin van zijn lijdensweek volgens de synoptische evangeliën: zo werd het ten slotte de palmpaasprocessie. Maar orthodoxe christenen brengen ook met Pinksteren groene takken in de kerk. Het is het feest van de grote zomer die we in LB 747 bezingen.
Het Loofhuttenfeest was in het vroege jodendom niet alleen een herinnering aan de woestijnreis uit de Tora en ook niet alleen een oogstfeest; het kende ook een sterk eschatologisch aspect. De toekomende wereld, als God bij de mensen komt wonen, werd aangeduid als het ultieme Loofhuttenfeest: dan hoeft niemand zich meer in stenen huizen te verschansen, dan is het eeuwige oogstfeest aangebroken en is alles vervuld van Gods aanwezigheid. Dan heeft God zijn loofhut (skènè is daarvoor de Griekse term, ‘tent’!) bij de mensen opgeslagen, zegt Openbaring 21,4. Petrus wilde er ook al loofhutten voor bouwen op de berg van de verheerlijking. Díé volheid wordt in de orthodoxe liturgie met Pinksteren gevierd.
Dat sluit aan bij het gegeven dat orthodox Pinksteren bij uitstek het feest van de Drievuldigheid is: hier komt de volheid van God-met-ons aan het licht. De orthodoxe kalender kent geen apart Trinitatis-feest na Pinksteren, want Pinksteren zelf is dat al (en de zondag daarop is in de orthodoxe kalender het allerzielenfeest). Het is het oogstfeest van de Godsopenbaring, alles stroomt vol en raakt vervuld.
Uitgieting
Maar in de tijd van Jezus was er dus ook een waterritueel tijdens het Loofhuttenfeest, en in onze evangelielezing haken de woorden van Jezus daarbij aan. Hij staat op de plek waar op elke dag van dit zevendaagse feest een kruik water werd uitgegoten, die eerst in processie vanaf de Siloambron hierheen was gebracht. Het ritueel wordt in de vroege joodse traditie geassocieerd met het water uit de rots in de woestijnverhalen, en met de tempelrivier uit de visioenen van Ezechiël: dus met verleden en toekomst, oorsprong en voltooiing.
Zoals Johannes het vertelt, roept Jezus met zijn woorden over levenbrengend water dit hele complex aan beelden op, en verbindt dat vervolgens expliciet met de gave van de Geest. Wij gebruiken vaak de anachronistische term ‘uitstorting van de heilige Geest’ – want storten gebeurt verder vooral met afval, ellende en taartdeeg. Maar de term gaat terug op het beeld van het uitgieten van water. In de traditie wordt het benoemd als ‘uitgieting’, ekchysis. Dat beeld wordt pas echt tastbaar als we het verbinden met het waterritueel van het oude Loofhuttenfeest, met het water uit de rots en de eschatologische tempelrivier die met haar levenbrengende kracht zelfs de Dode Zee zoet maakt. Na de verwoesting van de Jeruzalemse tempel is het waterritueel verdwenen, maar de woorden van Jezus zeggen dat het levende water zal stromen uit degene die in Hem gelooft. De uitgieting van de Geest gebeurt niet alleen vanuit God over de gelovigen, maar in diezelfde beweging ook vanuit de gelovigen over de wereld.
Pinkstericoon
Op de klassieke orthodoxe pinkstericoon2 wordt de wereld (Gr.: kosmos) verbeeld als een koning die (nog) in duisternis verkeert. De kring van apostelen over wie het geestesvuur wordt uitgegoten, welft zich als het ware over hem heen, en hij houdt een doek met de apostolische tekstrollen in zijn handen: het getuigenis gaat hem bereiken, de uitgieting zal zijn duisternis binnenvloeien en daar licht brengen.
De psalmteksten spreken ook van die goddelijke vervulling van de kosmos: hemel en aarde zijn vol van zijn heerlijkheid, alles loopt over van zijn glorie. De pinkstericoon ademt nog verstilling, ze verbeeldt de stilte voor de vreugdestorm, maar daaromheen is alles uitbundig en zomers en niets is zonder God.
Deze exegese is opgesteld door Piet van Veldhuizen.
- Zie Jeffrey L. Rubenstein, The History of Sukkot in the Second Temple and Rabbinic Periods (Brown Judaic Studies 302), Scholars Press, Atlanta (Georgia), 2006 (diss. 1992). Of zie mijn verhaal hierover op woordenmetzielenzin.nl/artikelen onder het lemma ‘Loofhuttenfeest’. ↩︎
- Zie voor de pinkstericoon: tinyurl.com/pinkstericoon ↩︎