‘Hier ben ik …’
Wie de Bijbel aandachtig leest, zal zien dat het in dit oude boek niet gaat om louter goede of louter slechte mensen. En als je dat gezien hebt, is het niet vreemd dat ook Samuël veelkleuriger uit de verf komt dan we altijd dachten.
Blijkbaar is het Bijbelse perspectief niet gericht op een perfecte persoon (daarmee zou het boek ons in bovenmenselijkheid overstijgen en waardeloos zijn), maar op iets anders. Maar ja, wat is dat anders? Kan het de vraag zijn in hoeverre de Bijbelse persoon in kwestie beschikbaar is voor Gods verhaal? lk vermoed het.
De verhalen over Samuël beginnen met beschikbaarheid. Het eerste wat hij in de teksten (tegen de oude Eli) zegt, is: ‘Hier ben ik.’ In het Hebreeuws is dat maar een enkel woordje: hineni. Dat woordje komt nogal eens voor: 178 keer in de Hebreeuwse Bijbel, en daarvan alleen al vijf keer in 1 Samuel 3. Grammaticaal is het van weinig betekenis, en daarom wordt het door vertalers lang niet altijd vertaald. In gevallen waarin duidelijk is dat een persoon er al is, hoef je hem niet nog eens ook nadrukkelijk ‘hier ben ik’ te laten zeggen, is blijkbaar de gedachte. Maar dat had de bijbelschrijver natuurlijk zelf ook kunnen bedenken! Hineni verdient, ook al is het een woordje van niks, wel serieuze aandacht.
Dat had de bijbelschrijver natuurlijk zelf ook kunnen bedenken!
Onder joodse bijbellezers is die aandacht altijd groter geweest dan onder christelijke. Het gaat in een aantal gevallen, zo zeggen zij, namelijk om beduidend meer dan alleen maar ‘hier ben ik’. Een persoon die hineni in de mond neemt, geeft niet alleen aan dat hij er is, nee, hij stelt zich onvoorwaardelijk beschikbaar, met alles wat hij of zij in zich heeft. De persoon die ‘hier ben ik’ zegt, stelt zich beschikbaar in verantwoordelijkheid. Daarom zal er, steeds wanneer de naam van een persoon tweemaal wordt genoemd, zeker sprake zijn van een meerwaarde. Abraham Abraham, Mozes Mozes, Samuël Samuël … Zij veinzen geen aanwezigheid. Zij vluchten niet voor wat hun te wachten staat. Zij zeggen: ‘Hineni!’
Het is geen toeval dat het woordje in de werken van de Frans-joodse filosoof Emmanuel Lévinas ook een meerwaarde heeft. Letterlijk betekent hineni: zie mij hier. En dat klinkt prachtig door in het Franse me voici, omdat ook daar het werkwoord ‘zien’ (voir) in zit.
In 2009 is men begonnen met de uitgave van Lévinas’ verzameld werk, en sindsdien kunnen we ook kennis nemen van de krabbeltjes die Lévinas in telegramstijl tijdens zijn gevangenschap in de oorlog schreef. Een enkel citaat: ‘Wezenlijk: het appèl van God verstaan/horen. Daarom is er altijd hineni. De schoonheid van de passage uit Samuël waarin de jonge Samuël de stem van God nog niet kan kennen’. En: ‘Het belang van heneni. Heel het tafereel waarin Samuël niet kan begrijpen dat God tot hem spreekt en waarin hij naar Eli gaat: hebt u mij geroepen?’ Hier al vinden we heel Lévinas’ filosofie in een notendop: de weg naar God loopt via de ander.
Zo houdt de mens die ‘hier ben ik’ kan zeggen, de geschiedenis gaande. Omdat hij – anders dan Adam – een antwoord heeft op de vraag ‘waar ben je?’.
Gerard van Broekhuizen is theoloog en kunstenaar. Hij is sinds het begin van Schrift betrokken geweest als redactielid, beeldredacteur en auteur.
Literatuur
Emmanuel Lévinas, Oeuvres l, Carnets de captivité (…), Crasset, 2009, 78.83.
(eerder gepubliceerd in Schrift 256 [2011], 144)