‘Hier ben ik …’
Wie de Bijbel aandachtig leest, zal zien dat het in dit oude boek niet gaat om louter goede of louter slechte mensen. En als je dat gezien hebt, is het niet vreemd dat ook Samuël veelkleuriger uit de verf komt dan we altijd dachten.
Wie de Bijbel aandachtig leest, zal zien dat het in dit oude boek niet gaat om louter goede of louter slechte mensen. En als je dat gezien hebt, is het niet vreemd dat ook Samuël veelkleuriger uit de verf komt dan we altijd dachten.
De knecht is wel de meest intrigerende gestalte uit Jesaja 40-55. Wie is deze knecht? Welke rol vervult hij? Talloze exegeten hebben geprobeerd hem als een historische figuur te duiden. Maar ligt de kracht van de knecht niet veeleer in zijn anonimiteit? In dit artikel gaat het er niet zozeer om de knecht te identificeren. Het gaat er veeleer om iets te zeggen over de rol van de knecht als plaatsbekleder, als iemand die de plaats van een ander inneemt, als een ’vertegenwoordiger’.
Het chassidisme is in Oost-Europa in de vroege 18e eeuw begonnen met Rabbi Israel Baal Shem Tov, de Meester van de Goede Naam. Het is een mystieke beweging die meer nadruk legt op het enthousiasme in het dienen van HaShem (God) dan op pure kennis en studie van de Geschriften. Intellectuele kennis werd als erg belangrijk beschouwd in de toenmalige Oost-Europese Joodse wereld van de grote en toonaangevende Talmoed geleerde Elijahu ben Shlomo Zalman, de Vilna Gaon – tot frustratie van Joden die om wat voor reden ook niet geleerd waren of konden worden.
De haan kraait dat de dag begint. Daarom noemde de dichter Aurelius Prudentius Clemens (348 – omstreeks 405) hem in de uitgebreide Hymnus ad galli cantum de gevleugelde bode van de dag (ales diei nuntius). Mede door dit lied kreeg de haan in de christelijke traditie een symbolische meerwaarde. Die meerwaarde was echter niet slechts voorbehouden aan het christendom. Ook in de joodse traditie kende en kent men een grote waardering voor (het beeld van) de haan.
Op het eerste gezicht hebben de teksten van deze zondag weinig met elkaar te maken. Maar in elk van de vier teksten vinden we beelden van overvloed, als vooruitzicht om vol te houden óf als aansporing om aan de slag te gaan.
Het verhaal van de bezetene in het land van de Gerasenen is een meeslepend verhaal. Net zoals de bezetene zich laat meeslepen door legio demonen, laten uitleggers zich meeslepen door historische weetjes, psychologiserende interpretaties en weinig zeggende parallellen. Wat moet je er ook anders over zeggen? Het Lucascommentaar van Creed verzuchtte al: ‘This is a strange story’.1 NBV21 zet er voorzichtig boven: ‘Naar de overkant van het meer.’ Wat gebeurt er toch in dit verhaal?
Weerbaarheid, verzet en overgave: op het eerste gezicht lijken het tegenpolen, maar in werkelijkheid horen ze vaak bij elkaar. In de Joodse geschiedenis vinden we van elk talloze voorbeelden. In deze beeldmeditatie, met een schilderij van Shoshannah Brombacher, worden we uitgenodigd stil te staan bij deze thema’s – juist met Rosh Hashana voor de deur.
In de teksten uit Jeremia 18 en 19 staat op twee verschillende manieren het werk van de pottenbakker centraal. In de eerste tekst gaat het om de actie in de werkplaats: klei die zich onder de handen van de maker vormt op de draaischijf. In de tweede tekst gaat het om een eindproduct waar niets meer aan te veranderen valt, een aardewerken fles of kruik die demonstratief wordt stukgeslagen.
Reeds in het eerste hoofdstuk van Johannes, bij het optreden van zijn naamgenoot, zien we een tegenstelling tussen mensen van de tempel en de wegbereider van de Ene. Daarbij lezen we dat ‘de Joden’ uit Jeruzalem kwamen om poolshoogte te nemen. Het zijn mensen uit de tempel, priesters en levieten. Mensen van wie je mag verwachten dat ze hun zaakjes op hun duimpje kennen.