Menu

Basis

Hoop als geschenk en opgave

Waarom hoop meer is dan optimisme

Bloem bol die aan het groeien is tussen houten planken
(Beeld: Congerdesign/Pixabay)

“Hoop lijkt op een ei, zegt kerkvader Augustinus. ‘Het is een ei en nog geen kip. En het is omhuld met een schaal. Omdat het bedekt is, kan het niet gezien worden. Laat er met geduld op worden gewacht, laat het warmte voelen om tot leven te komen’ (uit preek 55).”

Geen optimisme

“Denk je dat het nog goed komt?” vraagt mijn kleindochter aan me als we het over de klimaatcrisis hebben. Ik zie weinig reden tot optimisme, maar wil niet dat haar toch al wanhopige gevoel nog erger wordt. Het is een plicht van grootouders om de hoop voor de toekomst levend te houden, zo vind ik. “Ja”, zeg ik dan ook. “Ik blijf hoop houden, hoe somber het er soms ook uitziet. Er kan altijd wel weer iets onverwachts gebeuren waardoor het weer de goede kant op gaat. Dus blijf ik mijn eigen steentje bijdragen.”

Optimisme vertrouwt op een goede afloop, of een keer in de omstandigheden. Maar hoop ontspringt vaak daar waar geen enkele reden tot optimisme is. “Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien?” vraagt de apostel Paulus in zijn brief aan de Romeinen (8:24‑25). “Maar als wij hopen op wat we nog niet zien, blijven we in afwachting daarvan volharden.” Dit is het effect van hoop: de toekomst wordt als het ware al een beetje in het heden getrokken: het doet ons nu al die kant op bewegen. We stemmen ons gedrag er alvast op af. We slaan door onze hoop een soort brug naar de toekomst. Daarom vergelijkt Augustinus de hoop met een ei: de schaal die het bedekt vraagt om verzorging: om geduld, maar ook om ‘broedwarmte’ – je moet er dichtbij in de buurt blijven en het de warmte van jezelf bieden. Dan, als de tijd rijp is, zal waarop gehoopt wordt, aan het licht komen.

Goddelijke hoop

Hoop is ook een van de drie klassieke zogeheten ‘goddelijke deugden’, samen met geloof en liefde. Ze heten ‘goddelijk’ omdat ze geschenken van God zijn en op God gericht. Goddelijke hoop is niet hetzelfde als onze natuurlijke menselijke hoop. Menselijke hoop kun je verliezen, maar goddelijke hoop kun je alleen maar ontvangen. Het is geen karaktereigenschap van onszelf zoals optimisme, of iets dat we op eigen wilskracht kunnen verwerven, zoals geduld of vriendelijkheid. Goddelijke hoop vestigt zich op God en zijn toekomst, niet op een doel dat we al voor ogen hebben. Dan hoop je niet zozeer op redding uit de klimaatcrisis maar op God die zijn doel wil bereiken met ons en onze wereld. In welke vorm dan ook.

Waar komt hoop vandaan?

De grote theoloog van de hoop is Jürgen Moltmann, de vorig jaar overleden Duitse hoogleraar die zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog verwerkte in zijn theologie. Hij werd als soldaat krijgsgevangen genomen door de Amerikanen en kreeg een Bijbel in handen — dit bracht een keer in zijn leven en denken. Moltmann ziet optimisme als iets dat vanuit het heden naar de toekomst reikt. Waarop je op hoopt, ligt in het verlengde van wat je kent. Goddelijke hoop daarentegen reikt vanuit de toekomst naar het heden. (Uit: Theology of Hope, Harper & Row, 1975).

Hoop gaat over iets dat er nog niet is, maar tegelijk is er al wel iets, namelijk het effect van deze hoop. Het is als het ware alvast een voorproefje van wat er nog gaat komen. Zo is het mogelijk om zomaar een groot geluk te beleven ondanks en te midden van verwoesting. Zo herken ik in elke schoonheid, elke geboorte, elke menselijke liefde, elke nieuwe oogst, geschenken van deze goddelijke hoop.

Ei waar een kuikentje uitkomt
(Beeld: Myriams Photos/Pixabay)

Paulus schrijft in het eerder geciteerde gedeelte in de Romeinenbrief over de barensnood van de wereld: “(en) ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat wij kinderen van God zijn: de verlossing van ons sterfelijk bestaan. In deze hoop zijn wij gered.” Christelijke hoop is gebaseerd op de belofte die in de opstanding van Christus ligt, zegt Moltmann. Daarom kan hoop ontspringen te midden van wanhopige omstandigheden. De kruisdood van Christus kent het goddelijke vervolg van de opstanding: dat is de hoop die ook ons in leven houdt en leven doet. Zo kwam het dat een martelinstrument als het kruis het symbool voor christelijke hoop is geworden.

Onrust

Een ander gevolg van deze goddelijke hoop is onrust, aldus Moltmann. Geloof verbindt ons met Christus, en hoop verbindt ons met zijn toekomst. Hoop wekt ‘passion for the possible’, passie voor het mogelijke, om met de filosoof Søren Kierkegaard te spreken. Daarom kan hoop geen genoegen nemen met de wereld zoals deze is, een wereld waar de dood voortdurend het laatste woord heeft. Deze hoop “kalmeert het onrustige hart niet, maar is zelf het onrustige hart in de mens”. We kunnen niet langer genoegen nemen met de wereld in haar huidige staat. We zijn niet in staat ons te verzoenen met haar onrecht en verderf, juist vanwege de levende hoop op God en zijn beloften. Hoop is de onrust die het geloof levend houdt. Zo voorkomt hoop dat geloof in God zelfgenoegzaam wordt. Want er zijn wel een paar valkuilen als het over hoop gaat.

Aanmatigheid

Doen alsof de hemel nu al op aarde is gekomen en Gods beloften al vervuld zijn, is aanmatigend, en een doodzonde wat Moltmann betreft. In sommige vormen van spiritualiteit lijkt het alsof er niets meer te hopen is, alles is er al. Maar dat kan niet de hele waarheid zijn. Zolang de wereld nog in de greep van onrecht en dood is, is de toekomst van God nog niet doorgebroken, hoeveel prachtige glimpen ook ontvangen worden. God geeft geen permanente privé gelukzaligheid. Als jij lijdt, dan lijdt Christus en ik dus ook. Zolang er nog één mens hongert, kan hoop niet gemist worden.

Hoop ontspringt aan de tegenspraak uit tussen de toekomst van God en de werkelijkheid van het lijden

Hoop is het geschenk van God waardoor de toekomst van God zich een weg baant naar het heden. Daarom is hoop het kenmerk van de gave van de Geest.

Wanhoop

Ook wanhoop die meent dat geen enkele belofte van God ooit uit zal komen, doet de werkelijkheid tekort. Dat soort wanhoop kan zich overigens heel goed verbergen in zogenoemde ‘werkelijkheid‑zin’. Het is wat het is, het komt zoals het komt, klinkt het dan. Alsof de wereld niet vol nog onbekende mogelijkheden zit! Hoop houdt het heden open naar de toekomst. Sterker nog, het kleurt hoe het heden wordt beleefd. “Zalig zijn de armen van geest, zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid…” De hoop die vanuit de toekomst geschonken wordt, brengt geluk in ongeluk, vrede in strijd, leven midden in de dood. Dat is voor het verstand onbegrijpelijk, maar door velen zo ontvangen, zoals bijvoorbeeld de nog niet zo lang geleden vermoorde Alexei Navalny.

Antoine de Saint‑Exupéry

Een heel ander perspectief op hoop brengt schrijver en vliegenier Antoine de St. Exupéry, onder andere bekend van het boekje De Kleine Prins. De St. Exupéry was een van de pioniers in de luchtvaart, in het begin van de 20e eeuw. Hij vloog in kleine soms open vliegtuigjes langs vaak nog onbekende vliegroutes en stortte regelmatig neer. Hij schrijft niet vaak over hoop als zodanig, maar tegelijk is zijn werk ermee doorweven. Een mens heeft obstakels nodig om zichzelf te leren kennen, zegt hij.

Gebed dat geen antwoord krijgt is een leerschool van de liefde

En zonder zelfoverstijging is er ook geen zin en betekenis in de lotgevallen van het leven. Hoop is verbonden met ver‑antwoordelijkheid: antwoord geven op de plichten die het leven meebrengt. En hoop kan niet zonder verbondenheid. Een geïsoleerd mens is een wanhopig mens.

Persoon die achter een raam staat met regen
(Beeld: Olya Adamovitch/Pixabay)

Zelfoverstijging

Mensen voelen zin en betekenis als dat wat hun tijd en inspanning vraagt, bijdraagt aan iets groots, moois, edels, iets dat van waarde is. Als je je leven lang met stenen sjouwt zonder idee waar deze voor dienen, ben je niet veel meer dan een slaaf. Maar ben je een klein radertje in de bouw van een kathedraal, dan ontleen je zin en betekenis aan je gezwoeg; dan kleurt hoop je inspanningen. Je bent deel van iets dat je misschien nooit met eigen ogen zult zien, maar anderen zullen erdoor geraakt worden. Je wisselt jezelf uit zonder zelfverlies, zo zegt de St. Exupéry. Zelfs al vraagt het je leven. “‘Een mens sterft voor een thuis, niet voor een muur en objecten. Een man sterft voor een kathedraal, niet voor stenen. Voor mensen, niet voor een menigte. Hij sterft alleen voor datgene waardoor hij kan leven.’” zegt hij in zijn boek Oorlogsvlieger (Flight to Arras).

Verantwoordelijkheid, zelfoverstijging en hoop liggen in elkaars verlengde

De Mens

Dat ‘grote en edele’ noemt de St. Exupéry ‘Mens’ met een hoofdletter. Ofwel Christus, in het denken van de kerk. Het is de onderliggende goddelijke eenheid, het heilige, waar wij allemaal een onderdeel van zijn. Het is de kunst om die Mens te zien in elke mens die je tegenkomt, en in alle schoonheid van stad en kathedraal, van natuur en techniek. Achter alle werkelijke beschaving en in ieder mens ligt een waarde die alles vraagt en alles geeft. Hij noemt het een “knoop van liefde” die alles aan elkaar verbindt. Een cultuur gaat ten onder als die Mens, die Christus‑gestalte, onzichtbaar is geworden. Dat gebeurt als de samenleving uiteenvalt omdat alles aan nut en economie onderworpen raakt. Rijk komt tegenover arm, sterk tegenover zwak, mens tegenover natuur. We raken zelf innerlijk verdeeld en verliezen ons besef van zinvolheid. In het postuum uitgegeven boek Citadelle zoekt de hoofdpersoon (een sjeik) een manier om zijn volk opnieuw te bezielen met hoop en betekenis.

Hoop als plicht

“Ik begrijp nu eindelijk waarom de liefde van God mensen verantwoordelijk voor elkaar heeft gemaakt en Hoop als deugd aan hen opgelegd. Omdat het iedere mens tot ambassadeur van God maakte, ligt de redding van iedereen in de handen van elk mens. Niemand had het recht om te wanhopen omdat iedereen boodschapper is van iets dat groter is zichzelf. Wanhoop is het ontkennen van God in zichzelf. De plicht tot Hoop kon dus zo worden verwoord: ‘Dus jij denkt dat je zo belangrijk bent? Wat een eigendunk ligt er in jouw wanhoop!’” (Uit: Flight to Arras).

Handen die naar elkaar reiken
(Beeld: JooJoo41/Pixabay)

Over de auteur

Marianne Vonkeman is emeritus predikant (PKN), geestelijk begeleider en redactielid van Herademing – Spiritualiteit & Mystiek op Theologie.nl. Ze schrijft over mystiek, hoop en het verborgen werk van God in het alledaagse leven.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken