Menu

None

Ik weet dat ik niets weet – door Henrieke Remmink


Henrieke Remmink, auteur van Dezelfde maar dan anders. Samen verder na de coming-out van je kind, schrijft over de opdracht om vanuit Gods liefde en genade het gesprek over homoseksualiteit te voeren.
Als ik de nieuwsberichten over homoseksualiteit en geloof van de laatste tijd lees, bekruipt mij  een wat ongemakkelijk gevoel. Niet alleen als jonge christen die de Bijbel wil laten spreken. Maar ook als studente aan een wetenschappelijke opleiding, groot gebracht met de idee van zuiver redeneren en rekenschap afleggen van je opvattingen (inclusief de weg naar die opvattingen toe!). In de theologie samengebracht bij het vak hermeneutiek; een vak dat mij er telkens weer toe dwingt om de Bijbel gezaghebbend aan het woord te laten komen, en ook om vanuit de Bijbel iets teweeg te brengen in mijn eigen wereld – in de wereld van mijn luisteraars. Niet alleen in de zondagse eredienst, maar heel de week door bij alle vragen en dilemma’s die ik tegenkom op mijn weg.
Spagaat
Een gave en opgave tegelijkertijd. Want ik leef in een tijd en cultuur waarin het geloof naar de rand van de samenleving is verbannen. Geloof is niet meer een vanzelfsprekende factor in het leven van mensen, en kan tegenwoordig op heel veel manieren worden ingevuld en uitgelegd. Iets wat helaas maar al te goed zichtbaar wordt in het spreken over homoseksualiteit en geloof. Een spreken dat wordt gekenmerkt door uitersten en polarisatie. Met aan de ene kant het kamp-‘waar doen we toch moeilijk over’, waarin alle vraagstukken rondom homoseksualiteit glad worden gestreken met een beroep op Gods liefde en genade. De discussie over christelijke hulpverleningsinstantie Different  staat iedereen nog vers in het geheugen. Aan de andere kant het kamp dat homoseksualiteit ziet als zonde of ziekte, waarin vraagstukken rondom homoseksualiteit vooral exegetisch en ethisch worden behandeld. Twee kampen die mijlenver van elkaar afstaan, en toch allebei menen dat ze de Bijbel aan hun kant hebben. Twee kampen die het moeilijk vinden om elkaar met respect en integriteit te behandelen; vaak is het hete hoofden en koele harten! Een hopeloze spagaat waar je niet uitkomt als je niet probeert om het spreken over homoseksualiteit en geloof naar een niveau hoger te tillen. Weg uit de sfeer van verwijten en persoonlijke aanvallen; naar een sfeer waarin ook ons spreken en ons omgaan met elkaar Gods Woord weerspiegelt.
Wat wilt Gij dat ik doen zal?
Om naar dat hogere niveau te komen, is het goed om je te realiseren dat een bijbeltekst op meerdere manieren tot ons spreekt. Ook als het gaat om de bijbelteksten die gebruikt worden in de discussie rondom homoseksualiteit en geloof. Al zal een bijbeltekst lang niet altijd al haar geheimen prijsgeven, en moet je accepteren dat we sommige onderwerpen pas echt doorgronden als Jezus terugkomt op aarde. Natuurlijk spreekt een bijbeltekst door de letterlijke betekenis van een tekst. Daarnaast door de geestelijke betekenis, deze geestelijke betekenis kun je uitsplitsen in drie verschillende lagen. De allegorie leert je wat je zou moeten geloven; wat een tekst voor jou persoonlijk betekent. De morele betekenis leert je wat je zou moeten doen; zet je tot nadenken over wat je doet, zou moeten doen en misschien wel moet laten. De anagogie leert je wat je doel zou moeten zijn; welke hoop geeft het geloof, geeft deze bijbeltekst jou voor de lange termijn. Een manier van bijbellezen die begint met het zo onbevooroordeeld en verantwoord mogelijk lezen van de teksten rondom (homo)seksualiteit, en tegelijkertijd je alvast aan het denken zet over hoe je je luisteraars met diezelfde onbevangenheid en frisse blik deze teksten kunt laten lezen. Om samen tot een verstaan te kunnen komen van die lastige en moeilijk te duiden teksten; geen verstaan in de zin van letterlijk begrijpen wat er staat, maar een verstaan voor Gods Aangezicht – waarbij maar één vraag centraal staat: wat wilt Gij dat ik doen zal? Een manier van bijbellezen die heel je leven omvat.
Mensen van vlees en bloed
Zelfs als je er in slaagt om het spreken over homoseksualiteit en geloof naar dat hogere niveau te tillen, wil dat niet zeggen dat alles opeens helder en duidelijk is. Ik houd mij nu al 4 jaar intensief bezig met het onderwerp homoseksualiteit en geloof. Je zou verwachten dat in die tijd mijn kennis is gegroeid, mijn visie zich heeft ontwikkeld en ik het onderwerp begin te beheersen. Niets is minder waar! Elk nieuw boek dat verschijnt, elk uurtje studie, ze bepalen mij telkens opnieuw bij het feit dat ik enkel weet dat ik niets weet. Want homoseksualiteit en geloof is een grillig onderwerp, de uitleg ervan is aan tijd en cultuur onderhevig, maar bovenal: de uitleg raakt mensen van vlees en bloed, oprechte gelovigen; mensen voor wie het worstelen met homoseksualiteit de dagelijkse realiteit is. Wat geeft mij dan het recht om over homoseksualiteit en geloof in stellige zekerheden te spreken? Wat geeft mij dan het recht om te oordelen over keuzes die homoseksuele mensen maken? Wat geeft mij dan het recht om van homoseksuele mensen te vragen het kruis van onthouding te dragen? Wat geeft mij dan het recht om …. Niets. Geen niets in de zin van wie zwijgt stemt toe, of een reden om mij niet meer te verdiepen in het onderwerp homoseksualiteit en geloof. Wel een niets met een opdracht, de opdracht die Jezus mij gaf en nog steeds geeft in Mattheüs 28 vers 19: Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. Met andere woorden: ik mag er op uit gaan, van Gods liefde en genade getuigen en doorgeven en voorleven wat het betekent om christen te zijn. Om vanuit die levenshouding in alle terughoudendheid en met alle voorzichtigheid iets bij te kunnen dragen aan het voortgaande gesprek over homoseksualiteit en geloof dat het meer dan waard is om gevoerd te worden! In het geloof en met het vertrouwen dat God daarbij zal zijn, en met het gebed of Hij mij wil gebruiken. Want Jezus eindigt zijn opdracht aan mij met een belofte: Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld.
Henrieke Remmink (1979) studeert theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit afdeling Kampen. Verder werkten aan dit boek onder andere mee: dr. G.C. den Hertog, dr. J. Hoek, dr. G.W. Marchal en Gerry Velema-Drent.
Voor meer informatie over het boek, klik hier.

Wellicht ook interessant

Donkere ruimte met open deur waarachter licht schijnt
Donkere ruimte met open deur waarachter licht schijnt
None

Begint het echte leven pas na de dood?

In de nasleep van 9/11 vond de FBI op Boston Airport een koffer die door een logistieke fout van het vliegveld niet was overgeladen bij een overstap. De koffer was van Mohammed Atta die uiteindelijk in de media het gezicht van de kapers zou worden. In de koffer zat een brief met instructies voor de laatste uren van de kapers. “Lach de tegenspoed toe, jongeman, want je bent op weg naar het paradijs”, stond er onder meer, een regel uit een traditioneel Arabisch gedicht. Het draait niet om dit leven maar om wat erna komt, was de strekking.

The good place
The good place
None

Is er voor de moderne mens nog plaats in The Good Place?

Kunnen we ons handelen op aarde punten geven? Pluspunten voor de goede en minpunten voor de slechte daden? In de serie The Good Place is dat het geval. Door genoeg punten te verdienen, kom je na je dood op een hemelachtige plaats waar de eeuwige gelukzaligheid op je wacht. Wat vertelt deze serie over hemel, hel en ethiek? Herma Beuving analyseert The Good Place en laat zien dat ook ‘het goede’ nastreven een keerzijde heeft.    

Nieuwe boeken