Begint het echte leven pas na de dood?
Matthijs den Otter over fundamentalisme en het hiernamaals
In de nasleep van 9/11 vond de FBI op Boston Airport een koffer die door een logistieke fout van het vliegveld niet was overgeladen bij een overstap. De koffer was van Mohammed Atta die uiteindelijk in de media het gezicht van de kapers zou worden. In de koffer zat een brief met instructies voor de laatste uren van de kapers. “Lach de tegenspoed toe, jongeman, want je bent op weg naar het paradijs”, stond er onder meer, een regel uit een traditioneel Arabisch gedicht. Het draait niet om dit leven maar om wat erna komt, was de strekking.
In westerse media kreeg de brief veel aandacht en in de periode van de ‘War on Terror’ die na de aanslagen aanbrak, gingen de passages over het hiernamaals uit de brief een eigen leven leiden. De Amerikaanse historica Nerina Rustomji1 beschrijft hoe het islamitische hiernamaals in de Amerikaanse media en politieke retoriek een karikatuur werd, waarbij concepten als het paradijs en de ‘huri’ (paradijsmaagden) werden gereduceerd tot een seksuele motivatie voor geweld. De theologische verdieping ontbrak, terwijl jihadistische denkbeelden werden uitgesmeerd over de gehele moslimbevolking.
Religie als blinde vlek
De manier waarop er over het paradijs gesproken werd vlak na 9/11 is een voorbeeld van de incomplete en gebrekkige aandacht die er in politiek, media en wetenschap vaak is rondom theologische thema’s en de rol die ze spelen in de persoonlijke levens van gelovigen. De focus ligt vaak op uitwassen, zoals terrorisme en extremisme. Deze fenomenen bouwen met geweld voort op een basis van fundamentalistische overtuigingen. Omgekeerd hebben fundamentalistische gelovigen, die een veel grotere groep vormen, zelden gewelddadige intenties. Door begripsverwarring wordt dit echter soms wel gedacht.
De wijze waarop de academische wereld naar deze fenomenen kijkt, is daar wellicht ook enigszins debet aan. In de vijfentwintig jaar na de aanslagen op de Twin Towers is het onderzoek naar radicalisering, jihadisme en fundamentalisme weliswaar flink toegenomen, maar daarbij vallen een aantal zaken op, betoogt VU-professor Rik Peels.2 Ten eerste is er weinig aandacht voor het verhaal en het perspectief van de gelovige zelf. Veel analyse komt van buitenaf, bijvoorbeeld door het toepassen van sociaaleconomische, psychologische of politicologische perspectieven en methodes. Ten tweede spelen theologie en filosofie een opvallend kleine rol in het debat. Geloofsopvattingen en religieuze bronnen komen weinig aan de orde of worden niet binnen de juiste context bekeken en er is weinig aandacht voor ethische en filosofische uitgangspunten.
Om dit gat te helpen vullen, doe ik onderzoek aan de Vrije Universiteit naar de rol die hemel en hel spelen in de levens van fundamentalisten. Het onderzoek hiernaar is tot dusver versplinterd en relatief beperkt. Al laat wat er wel aan academisch materiaal bekend is een hoop interessante dingen zien. Vanwege de beknopte ruimte richt ik me in dit artikel op christelijk fundamentalisme. Daarbij is het van belang om te vermelden dat het wetenschappelijk onderzoek naar christelijk fundamentalisme zich tot dusver in zeer grote mate richt op Amerikaanse gelovigen.
Wat is fundamentalisme?
Maar laten we om te beginnen eens kijken naar de definitie van fundamentalisme. Daar zit gelijk een probleem. Want net als rondom het ‘hiernamaals’ is er dus ook rondom ‘fundamentalisme’ veel verwarring en verschil aan opvatting. In het publieke debat wordt de term dikwijls gebruikt om maatschappelijke tegenstanders weg te zetten als star, onverdraagzaam en antidemocratisch, soms zelfs als bereidwillig om geweld te gebruiken. Fundamentalisme is zoals gezegd echter iets anders dan extremisme of terrorisme: het leidt zelden tot geweld en de grote meerderheid van de fundamentalisten heeft het goed voor met andersdenkenden. Ook leidt fundamentalisme ook lang niet altijd tot politiek engagement. Wel botsen fundamentalistische wereldbeelden regelmatig met meer sociaalliberale ideeën, bijvoorbeeld op thema’s als gender en lhbtiq+, de rol van het gezin in de samenleving en de rol van de wetenschap. Zeker op sociale media is er voor deze botsingen veel ruimte en aandacht.
Fundamentalisme leidt zelden tot geweld
Om wat orde in de chaos te scheppen, heeft Rik Peels een aantal basiselementen opgesteld die in alle vormen van fundamentalisme in meer of mindere mate terugkomen.
Ten eerste is dat de hierboven genoemde negatieve blik op moderne, liberale ontwikkelingen in de samenleving.
Ten tweede is fundamentalisme paradoxaal genoeg zelf ook een moderne ontwikkeling. Het ontstond in de jaren twintig in christelijk Amerika. Een groep gelovigen wilde de onwankelbare fundamenten van hun geloof vastleggen, zodat hun geloof overeind zou blijven in een snel veranderende wereld. Hierbij hoorde ook een letterlijke, historische lezing van de bijbel en een strikte wijze van interpreteren. Het centraal stellen van die letterlijke interpretatie was een nieuw fenomeen dat paste in een modernistisch wereldbeeld met de gedachte dat er uiteindelijk een universele, duidelijk afgebakende waarheid te vinden was.
Een derde kenmerk is dat fundamentalisten denken in grote verhalen van goed en kwaad, het zogenaamde ‘kosmisch dualisme’: vaak heeft de wereld een goed begin, maar dat is gecorrumpeerd geraakt door het kwade. We moeten daarom weer terug naar de oorspronkelijke goede staat, geloven ze, zoals traditionele gezinsverhoudingen of een samenleving die direct gebaseerd is op de bijbel. Er is enkel goed of slecht, zonder grijs gebied ertussen, en elk mens heeft hierin een keuze te maken.
Met deze kenmerken onderscheidt fundamentalisme zich ook van conservatisme, dat een veel bredere beweging is die weliswaar kritisch is op moderne ontwikkelingen maar niet noodzakelijk kosmisch dualisme aanhangt, en orthodoxie wat meer wijst op religieuze behoudendheid maar doorgaans minder gericht is op de maatschappelijke effecten daaromheen, al zijn deze verschillen ook niet zwart-wit.
Het hiernamaals als ultiem doel
Gelovigen met de drie kenmerken van fundamentalisme hebben nog een ander punt dat hen vaak typeert: een sterk geloof in het hiernamaals. En zoals ik eerder beschreef, wordt in het publieke debat, en deels ook in de wetenschap, vaak over het hoofd gezien hoe cruciaal dat geloofselement is. Het speelt een rol in hun gedrag, emoties en doelen, op een manier die niet-gelovigen zich doorgaans niet voor kunnen stellen.
Dat het hiernamaals voor fundamentalisten belangrijk is, is allereerst begrijpelijk als je bedenkt dat ze doorgaans geloven in een eeuwige hemel en een eeuwige hel. De keuzes die je in het huidige leven maakt, bepalen waar je terechtkomt. Geloven in de redding van Jezus is de basis en leidt je naar de hemel, terwijl je zonder geloof in de redding van Jezus eindigt in de hel. Een hel die vanuit fundamentalistische hoek ook dikwijls wordt beschreven in termen van straf, soms zelfs in fysieke zin.
Nou hangt een behoorlijk deel van de christenen het idee aan dat er na dit leven een hemel en hel zijn – en die zijn niet allemaal fundamentalist. Voor fundamentalisten staat het hiernamaals echter nog een stukje centraler, zeggen onderzoekers. Ze koppelen dat onder meer aan de grotere focus die in fundamentalistisch geloof ligt op zonde, de noodzaak van bekering en de redding van Christus.3 4
Wat fundamentalistische gelovigen echter vooral typeert, is hoe hun hiernamaalsgeloof terugkomt in hun dagelijks leven.
Zo zijn er verschillende onderzoeken die laten zien welke invloed hiernamaalsgeloof op het gedrag heeft van fundamentalisten. Een voorbeeld is de inzet op het bekeren van anderen door ze te waarschuwen voor de hel. Zo beschrijven onderzoekers onder meer fundamentalistische gelovigen die in het verpleeghuis, vlak voor hun eigen dood, nog proberen om personeel of bezoekende familieleden te bekeren.5 Ook zijn er voorbeelden van personen die het geloof verlieten, maar voortdurend berichten kregen van fundamentalistische familieleden die hen op andere gedachten wilden brengen.6
Een veel zeldzamere en extremere variant – die piekte in de VS in de jaren ’00 en nu al een tijdje weer op z’n retour is, maar intussen wel veel beschreven is in de literatuur – zijn ‘hell houses’. Dit waren een soort christelijke spookhuizen waar in toneelstukken allerlei zonden (zoals abortus, homoseksualiteit, zelfmoord en drugsmisbruik) werden vertoond, met vervolgens scènes waarin de hoofdpersonen in de hel boetten voor deze zondes.
Hiernamaalsgeloof vertaalt zich soms ook in opvoedvisies. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de steun voor de ‘opvoedkundige tik’ onder fundamentalistische ouders groter is, naarmate ze sterker in een hiernamaals geloven. Opvallend is wel dat geloof in de hemel hier een belangrijkere factor lijkt te spelen dan geloof in de hel.7
Maar fundamentalistische gelovigen doen ook juist dingen níet, met het hiernamaals in het achterhoofd. Zo benoemen onderzoekers het principe van ‘setting aside’ (dingen opzijzetten): tijd, hobby’s en toekomstplannen worden in de ijskast gezet om meer tijd aan het geloof te kunnen besteden. Later, in de eeuwigheid, is er nog tijd genoeg voor deze dingen, is dan de gedachte.8
Als hemel en hel zo prominent zijn, maakt dat emotioneel ook wat los
Als hemel en hel zo prominent zijn, maakt dat emotioneel ook wat los. Troost en zekerheid in sommige gevallen, maar vaak ook angst, met name in contexten waar met de hel gedreigd wordt. Soms leidt dat er zelfs toe dat mensen zich in hun eigen gedachten niet meer veilig voelen.9
In (Amerikaans) evangelisch christendom wordt de hel vaak beschreven als ‘eternal conscious torment’: eeuwige bewuste kwelling. Een beeld van de hel waar veel mensen die ermee opgroeiden nog altijd last van hebben. Zij zijn niet gek, betoogt een groep psychologen: vormen van extreme angst voor de hel zijn niet pathologisch. Het idee van een hel waarin mensen eeuwig gekweld worden, is immers zo extreem dat de psychologische respons van extreme angst geen afwijking is die behandeld moet worden, maar een passende en rationele respons.10
Als je leven minder om het ‘nu’ draait dan om het ‘straks’, worden zaken in het heden dikwijls een stuk relatiever. Dat kan helpen problemen in je leven in hun context te zien, maar kan ook beïnvloeden hoe je naar wereldproblematiek kijkt. Zaken als klimaatverandering worden bijvoorbeeld minder urgent als je toch een nieuwe schepping verwacht.11 Sommige auteurs beschrijven de passiviteit die kan optreden bij een sterk geloof in een hiernamaals: als de nadruk ligt op het leven ná dit leven, en je verwacht dat daar orde op zaken gesteld wordt, dan ben je minder gemotiveerd om nu al je doelen te bereiken. Je krijgt een soort metafysisch geduld.12
Fundamentalisten begrijpen
Het moge duidelijk zijn, in de beschikbare wetenschappelijke data zien we dat het hiernamaals een grote rol speelt in de levens van fundamentalisten. Er passen nog wel een paar kanttekeningen bij, ik heb immers in het begin betoogd dat het academische beeld niet volledig is. De onderzoeken die ik hierboven bespreek, zijn bijvoorbeeld vaak gericht op de wat extremere en afwijkendere gedragingen, die niet gelden voor alle fundamentalistische gelovigen.
Ook valt op dat er weinig kwalitatief onderzoek is naar de verhalen van gelovigen zelf vanuit een eerste persoonsperspectief. In de drieënzestig publicaties die ik heb onderzocht, gaat het maar om een handjevol artikelen met deze narratieve, autobiografische insteek.
Op zich is er wel een voorstelling bij te maken waarom hiernamaalsgeloof vaak niet begrepen of niet gepikt wordt in het maatschappelijk debat en de wetenschap. Het is vanuit seculier perspectief immers een behoorlijke denkstap om je te verplaatsen in iemand die echt gelooft in een hiernamaals, en bereid is daar dingen voor te doen of in te leveren, als je daar zelf niets mee hebt. Deze vervreemding is wellicht ook een verklaring voor het feit dat er relatief weinig serieus gesprek is tussen fundamentalistische gelovigen en de seculiere wereld, zowel in de academie als in de media.
Onbegrip en overlap
De aanslagen van 11 september liggen inmiddels vijfentwintig jaar achter ons, maar hebben ons beeld van religieus fundamentalisme sterk beïnvloed. In die vijfentwintig jaar is bovendien in het Westen de democratie – met onderliggende waarden als wederzijdse interesse en tolerantie, kritische dialoog en ruimte voor verschil – flink onder druk komen te staan. Niet zelden ligt er daarbij ook een grens tussen seculieren en religieus fundamentalisten. Het hiernamaals is hierbij een belangrijk punt van onbegrip: iemand die gelooft dat het echte leven ophoudt bij de dood en iemand die gelooft dat het echte leven dan juist begint, hebben qua prioriteiten weinig overlap. Ook kunnen de verschillende visies op sociaalliberale thema’s een flink struikelblok vormen.
Tegelijkertijd kan de overlap qua passie, rechtvaardigheidsgevoel of trouw en doorzettingsvermogen enorm zijn. Dat biedt kansen voor al diegenen die een diverse, weerbare democratie overeind willen houden, ook al denken ze heel verschillend over bepaalde zaken. Maar dit vraagt om een open blik, basiskennis van elkaars wereld, en de bereidheid om hierover uit te wisselen.

Matthijs den Otter is bestuurskundige, theoloog en metaldrummer. Hij werkt als adviseur inclusie, mensenrechten en het tegengaan van radicalisering en polarisatie bij de gemeente Utrecht, en promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam op de rol die het hiernamaals speelt in het geloof van fundamentalistische christenen en moslims. Daarnaast speelt hij in de Nederlandse metalband Mountain Eye.
Meer lezen over het hiernamaals? Bestel deze boeken
In Wat er na dit leven komt neemt Daniël de Waele lezers mee in een fascinerende cultuurgeschiedenis over hoe ideeën over het hiernamaals zich in de westerse wereld ontwikkelden. Al eeuwenlang zoeken mensen naar een antwoord op de vraag: wat gebeurt er na de dood? Maar tot één overtuiging is het nooit gekomen. Daniël de Waele vertrekt vanuit het oude Egypte en neemt lezers mee langs hemelse vergezichten, schimmige oorden en wonderlijke voorstellingen. Hemel en hel krijgen een heropleving, mede door de verhalen van mensen met een bijna-doodervaring. Wat er na dit leven komt is een boek waarin hoop, angst en verbeelding samenkomen.
In Inferno deelt Theoloog der Nederlanden Arnold Huijgen zijn prikkelende onderzoek naar de verschillende visies op de hel. Hoewel we er liever niet over spreken, raakt het thema van de hel aan de kern van het christelijk geloof. Arnold Huijgen neemt ons in dit boek mee in een spannende zoektocht langs bijbelse bronnen, eeuwen van theologisch denken en menselijke ervaringen van schuld en gebrokenheid. Met Christus’ nederdaling in de hel als uitgangspunt ontwikkelt hij een nieuwe visie, die confronteert en hoop biedt. Daarmee vormt Inferno een fundamentele herijking van het gesprek over de hel in onze tijd.
In Het einde van de hel pleit theoloog Reinier Sonneveld voor een tijdelijke, open hel. Hij tart de overtuiging dat er niets na de dood is en beroept zich daarbij op recente wetenschappelijke inzichten over bijna-doodervaringen. Daarnaast keert hij zich tegen de leer van een eeuwige hel. Hij laat dit idee steunen op oude christelijke bronnen. Hiermee maakt hij ruimte voor een toekomst waarin iedereen uiteindelijk zal voortleven en biedt soelaas aan diegenen die door de leer van de eeuwige hel zijn beschadigd.
Meld je aan voor het symposium ‘Inferno’ in de Pieterskerk in Utrecht
Lees ook deze artikelen over de hel en het hiernamaals
- Rustomji, N. (2021) The Beauty of the Houri: Heavenly Virgins, Feminine Ideals ↩︎
- Peels, R., (2024) De extremist en de wetenschapper ↩︎
- Roberts, F. M. (2013). The Afterlife in Fundamentalism. In Heaven, Hell, and the Afterlife: Eternity in Judaism, Christianity, and Islam: Volume 1-3 (Vol. 2, pp. 165-195). ↩︎
- Exline, J. J. (2002). Belief in heaven and hell among Christians in the United States: Denominational differences and clinical implications. Omega: Journal of Death and Dying, 47(2), 155-168. ↩︎
- Ivan Smith, H. (2016). “It Will Do When I Am Dying”: Navigating the Nuances of Fundamentalist Christianity’s Understandings of Death and Dying. In Final Acts: The End of Life: Hospice and Palliative Care (pp. 205-226). ↩︎
- Stang, D. P. (2016). Hell Fire and Damnation. The Journal for Spiritual and Consciousness Studies, 39(2), 84-107. ↩︎
- Beller, J., Kröger, C., & Kliem, S. (2021). Slapping Them Into Heaven? Individual and Social Religiosity, Religious Fundamentalism, and Belief in Heaven and Hell as Predictors of Support for Corporal Punishment. Journal of Interpersonal Violence, 36(15-16), ↩︎
- Ringnes, H. K., Demmrich, S., Hegstad, H., Stålsett, G., & Danbolt, L. J. (2019). End Time and Emotions: Emotion Regulation Functions of Eschatological Expectations among Jehovah’s Witnesses in Norway. Journal of Empirical Theology, 32(1), 105-137. ↩︎
- Barton, B. (2010). “Abomination”-Life as a Bible Belt gay. Journal of Homosexuality, 57(4), 465-484 ↩︎
- Cranney, S., Leman, J., Fergus, T. A., & Rowatt, W. C. (2018). Hell anxiety as non-pathological fear. Mental Health, Religion and Culture, 21(9-10), 867-883 ↩︎
- Shin, H. (2021). The Influence of the Bible in Shaping the Negative Viewpoint of Korean Christians towards Nature. Expository Times, 132(5), 211-222. ↩︎
- Karabin, G. (2017). “Impotent Vengeance: Is Afterlife Belief a Vehicle to Avenge?” in Power and Public Reason, Hoskins, Zachary (ed); Woolfrey, Joan (ed), 131-153. Social Philosophy Today. ↩︎
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast.
Word lid van Theologie.nl
Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand.


