Tegen de oorlog of voor de vrede?
Bij de Nationale Herdenking op 4 mei in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, heeft het gebed van hoofdkrijgsmachtpredikant Kees Jan Rodenburg velen geraakt. We hebben hem daarom uitgenodigd met ons en onze lezers te delen wat hem drijft, wat hem bezielt en wat hij ons vanuit zijn functie bij Defensie wil laten weten.
In het boek Mijn avonturen door V. Swchwrm vertelt Toon Tellegen over een jongen die een wedstrijd wint. De hoofdprijs? Op een bepaald moment zal hij één seconde lang almachtig zijn. De jongen droomt ervan dat er geen oorlog meer zal zijn. Hij telt af tot het moment dat hij almachtig is en spreekt razendsnel de woorden ‘nooit meer oorlog’ uit. Hij wacht af. De twijfel slaat toe. Misschien heeft hij te langzaam gesproken en op het beslissende moment ‘nooit meer oor’ gezegd. Wat gaat er dan gebeuren? Of misschien is hij net te laat geweest en heeft hij ongewild om ‘meer oorlog’ gevraagd?
De passage uit dit kinderboek heeft me altijd geïntrigeerd. Wie wil niet een seconde lang almachtig zijn en eens eindelijk orde op zaken stellen? Ik kan wel wat problemen bedenken, die zouden moeten worden opgelost. Wat als met een knip in de vingers de armoede zou zijn opgelost, klimaatverandering zou stoppen of de volken van het Midden-Oosten zouden verbroederen? Of misschien zou je die ene seconde op de mens zelf moeten richten: ‘weg met de jaloezie’, of: ‘laat er naastenliefde zijn’.
In onze tijd zien we – zoals vaker in de geschiedenis – mensen opstaan, die leven in de waan dat ze almachtig zijn. Hun wil is wet. Ook voor vrede zijn ze wel te paaien, maar dan een vrede die je oplegt, afdwingt, door de strot duwt. Ik zeg het maar zoals het is. Dat maakt meteen ook duidelijk dat langs deze weg, die van de macht, conflicten en geweld niet worden overwonnen.
Hoe kan het dat de weg van samenwerking wordt opgegeven om eigenbelang..?
Kyrië
Nooit meer oorlog, geen mensenlevens meer die naamloos worden opgeofferd. Ik vermoed, dat in veel kerken met grote intentie het kyrië-gebed wordt uitgesproken of gezongen voor de slachtoffers van allerlei gewelddadige conflicten en dat er gebeden wordt dat wereldleiders tot omkeer en bezinning komen, opdat de wapens zullen zwijgen. Misschien doen we het ook wel tegen beter weten in, of voelt het opnoemen van problemen, oorlogen, slachtoffers als een dooddoener die niets uithaalt. Wordt er niet méér van ons gevraagd?
Voor de generatie die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt is het verbijsterend om te zien, dat internationale verhoudingen weer op de schop gaan en vijandschap de kop opsteekt. Mijn vader heeft het begin daarvan nog net meegemaakt en reageerde diep geëmotioneerd. Hoe kan het dat de weg van samenwerking, stabiliteit wordt opgegeven ten gunste van eigenbelang, hoe kan het dat de herinnering aan de verschrikkingen van de oorlog naar de achtergrond verdwijnt? Mijn vader bleef de krant lezen, maar ik ken intussen heel wat mensen, die dat niet of nauwelijks meer doen. De verhalen en beelden zijn soms te aangrijpend. Er lijkt geen enkel respect voor het leven van de mens. Daar komt bij dat machthebbers een bijna onaantastbare positie hebben, waardoor kritiek verstomt of geen enkele invloed lijkt te hebben.
Zielzorg
Als krijgsmachtpredikant bid ik het kyrië van harte mee en zoek ik zoals velen naar houvast en perspectief. Ik hoop op en bid om het zwijgen van de wapenen, de inzet van diplomatieke kanalen, het vinden van een uitweg. Tegelijk is de geopolitieke situatie uiterst zorgwekkend en vraagt die om waakzaamheid.
Samen met 45 collega’s van de Protestantse Geestelijke Verzorging én nog eens 100 collega’s van andere levensbeschouwingen, verkeer ik in een bijzondere positie bij Defensie. Met een zending van uiteenlopende kerkgenootschappen doen we ons werk ín de krijgsmacht, maar zijn we niet ván de krijgsmacht. Onze rol is een vrije rol en dat is nodig om voor iedere individuele militair de vertrouwelijke gespreksruimte te bieden, om zijn of haar verhaal te doen. Op militairen, veteranen en hun relaties, komt veel af en er wordt veel van hen gevraagd. Als geestelijk verzorgers ligt daar onze primaire taak, om bereikbaar en beschikbaar te zijn voor wie behoefte heeft aan wat met een ouderwets maar passend woord zielzorg heet.
Militairen hebben er last van niet te kunnen handelen volgens hun waarden en overtuigingen
Als geestelijk verzorgers zijn onze ogen bepaald niet gesloten voor de vragen en spanningen, die het militaire bedrijf met zich meebrengen. In een bundel die binnenkort verschijnt, vertellen collega’s over hun ervaringen en verbinden die met Bijbelse teksten over geweld. Om een voorbeeld te geven: we zien van dichtbij wat het met militairen doet, als zij geweld moeten gebruiken of geweld ondergaan. Je kunt er korter of langer verwond of getraumatiseerd van raken.
Tegelijk hebben veel militairen, die zich inzetten voor veiligheid en een rechtvaardige zaak, vaak last van iets anders, dat minder zichtbaar is en vaak niet begrepen wordt, namelijk dat ze niet hebben kunnen handelen in overeenstemming met hun diepste overtuigingen en waarden. Moral injury, morele verwonding noemen we dat. Die wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door machteloosheid, als je bij onrecht niet mag of kunt ingrijpen, omdat jouw opdracht daar geen mandaat voor geeft.
Maar ook het gemakzuchtige oordeel van buitenstaanders, zoals de media of de samenleving over iets, waarbij jij betrokken bent geweest namens diezelfde samenleving, kan tot morele stress of verwonding leiden. Een ander thema dat in de bundel naar voren komt, is het denken in vijandsbeelden, iets dat vaak voorafgaat aan een gewelddadig conflict en er de voedingsbodem voor vormt.
Bescherming
Als geestelijk verzorger heb ik moeten ontdekken, dat de Nederlandse krijgsmacht geen oorlogsmachine is, maar een heel specifieke taak heeft om ons land en dat van bondgenoten te beschermen, bij te dragen aan de internationale rechtsorde en te ondersteunen bij calamiteiten. Dat doet de krijgsmacht in opdracht van de politiek en die beslist daarover namens ons allemaal. Het is daarom belangrijk dat de politiek uitvoerig spreekt over de inzet van alle beschikbare middelen om oorlog te voorkomen en vrede te bewaren. Politici mogen en moeten daar ook op worden aangesproken.
Als krijgsmachtpredikant heb ik leren waarderen dat de Defensie-organisatie niet gestuurd wordt door emotie, maar door een nuchtere, rationele kijk op de wereld. Dat is nodig om goede beslissingen te nemen. Dat betekent bijvoorbeeld, dat je het handelen van je tegenstander zo goed mogelijk probeert te begrijpen en voorspellen. De reden dat een agressor oorlog voert is, dat hij daarmee één of meerdere doelen denkt te bereiken. Pas als het lukt een aantrekkelijk alternatief te bieden voor oorlog voeren, als onderhandelen en een overeenkomst sluiten voordeel biedt, als de werkelijke behoeften van de ander worden beantwoord, dan pas zal de gewapende strijd stoppen.
De krijgsmacht is geen oorlogsmachine, maar wil bijdragen aan de internationale rechtsorde
Chaos
Ik moet erkennen dat ik soms moedeloos ben. Ik ben opgevoed met de Bijbelse boodschap, dat God levensruimte schiep door de krachten van wanorde en chaos te beteugelen. Hij bracht scheiding aan tussen donker en licht, tussen nacht en dag, tussen water en land, zodat er leven kon ontstaan. In de wereld om ons heen lijkt de omgekeerde beweging gaande, een beweging van schepping naar chaos, van levensruimte naar ademnood. Misschien zijn we wat te optimistisch geweest over ons vermogen om de wereld tot een leefbare plek te maken voor alle mensen.
Het verhaal van Toon Tellegen legt volgens mij terecht de vinger bij dat element. De jongen betwijfelt of hij zijn moment van almacht goed gebruikt heeft, of er niet iets mis is gegaan. Dat is geen onterechte vraag. Goede bedoelingen, ook die van ons, kunnen zomaar verkeerd worden geïnterpreteerd. Zonder het te willen en soms ook zonder het te weten, hebben we zelf een aandeel in conflicten. Miroslav Volf heeft daar in het spoor van Maarten Luther uitvoerig over geschreven in het prachtige boekje Onbelast. Geven en vergeven in een genadeloze tijd. Volgens Volf verkondigt het christelijk geloof juist op dit punt een essentiële waarheid: in een conflict zijn alle betrokkenen zowel dader als slachtoffer en dat betekent, dat wij allen de genade van God in Christus nodig hebben. Als we dat erkennen, kunnen we de ander tegemoet treden als medemens en naaste. In de chaos is dat het spoor, dat het Evangelie ons wijst. Ik geloof er heilig in dat we als gelovigen geroepen zijn om ons niet alleen te verzetten tegen oorlog en te bidden voor de slachtoffers, maar daadwerkelijk zelf instrumenten van vrede te worden.
Christenen en kerken hebben een krachtige stem te laten horen tegen fanatisme
Ademruimte
In Israëlische schrijver Amos Oz heeft in zijn laatste jaren gepubliceerd over wat volgens hem de bron van veel ellende is, het fanatisme. Ik denk dat hij gelijk heeft. De kritiekloze inzet voor een bepaalde zaak, het onbetwijfelde geloof, dat iemand of een bepaalde beweging weet wat waar en wat goed is, de wens om de eigen wil op te leggen aan anderen, dat ondermijnt ons gezonde verstand en zet verhoudingen in de samenleving op scherp.
Ik denk dat we als christenen en als kerken geen grotere bijdrage aan de samenleving kunnen leveren en geen krachtiger stem tegen het fanatisme kunnen laten horen, dan door voluit een geloofsgemeenschap te vormen. Een gemeenschap van mensen, die niet hetzelfde stemmen, maar wel eenzelfde gezindheid hebben, een gemeenschap die plaats maakt voor iedereen, een gemeenschap die weet van eigen kwetsbaarheid en falen, maar ook van vergeving, een gemeenschap die steeds opnieuw de uitnodiging hoort om met Christus de weg van de vrede te gaan.
Ik geloof, dat zo ademruimte ontstaat temidden van een dreigende chaos, waar we de ogen niet voor sluiten. Mij troost het te weten, dat volgens Genesis 1, boven de wateren van de chaos, de Geest zweefde. Dat zal in onze tijd toch niet anders zijn?
Drs. Kees Jan Rodenburg is Hoofdkrijgsmachtpredikant en geeft leiding aan de Protestantse Geestelijke Verzorging bij Defensie. Hij is mede-redacteur van de publicatie ‘Niet door kracht, niet door geweld. Bijbels geweld in militair perspectief’, een bundel artikelen waarin geestelijk verzorgers, vanuit hun ervaringen bij de krijgsmacht, Bijbelse teksten over geweld lezen en becommentariëren. De publicatie verschijnt in september 2026.