Wie hoofdstuk 37 van het boek Ezechiël gaat lezen, komt terecht in een wonderlijke wereld. Misschien mag je de hele Bijbel wel een wonderlijk boek noemen, maar voor het boek van de profeet Ezechiël en in het bijzonder voor het visioen van het ‘dal vol beenderen’ geldt dat zeker. Hieronder ga ik twee aspecten hiervan bespreken: de plaats in het ‘verhaal van Ezechiël’ en de ‘feitelijke’ inhoud van de tekst. Ten slotte ga ik nog kort in op de interpretaties en associaties die deze tekst heeft opgeroepen. Het ‘verhaal van Ezechiël' Hoofdstuk 37 begint, nogal abrupt, met de woorden ‘Ik
Het volledige artikel lezen?
Dit artikel is voor Basis- en Premium-leden.
Log in en lees verder. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 6.700 artikelen over levensvragen, spiritualiteit, opinie en maatschappij en verdiep je in wat geloof en theologie betekenen voor het leven van vandaag.
Bekijk Basis & Premium >
InloggenLid worden