In de schoenen van Pilatus
Waar op Palmzondag of op Goede Vrijdag het lijdensevangelie gelezen wordt, klinkt de naam van de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus. Zijn rol bij de veroordeling van Jezus is door alle vier de evangelisten beschreven. Doordat binnen de protestantse traditie de zogenaamde ‘lijdensprediking’ in de veertigdagentijd én op de Goede Vrijdag een plaats heeft, komt Pilatus veelvuldig aan de orde. Het feit dat hij bij name genoemd wordt, evenals Jezus, Petrus, Judas of Bar-Abbas, maakt van hem een persoonlijkheid. Daarmee wordt hij een karakter in het drama rondom Jezus en is hij zeer geschikt om in preken als identificatiefiguur te fungeren. Zijn gewetensnood wordt de nood van de hoorders, zijn dilemma’s worden de onze en zijn houding ten opzichte van Jezus appelleert aan onze verhouding tot Jezus.
In de christelijke traditie is Pilatus echter tevens zijn rol als mens ontstegen: hij is een symbool geworden, een archetype van de toestand van mens en wereld. Zo komt aan Pilatus de twijfelachtige eer toe als enige mens naast de maagd Maria met name genoemd te worden in de apostolische geloofsbelijdenis: ‘Die geleden heeft, onder Pontius Pilatus is gekruisigd, gestorven en begraven.’ Enerzijds gaat het hierbij om een referentie aan een concrete, historische werkelijkheid waarin de veroordeling van Jezus plaats heeft gevonden. Tegelijkertijd staat de daad van Pilatus model voor het failliet van de mensheid, want in Pilatus is de mens zelf schuldig aan de dood van Jezus.