Bij Jeremia 17,5-26, Romeinen 8,18-23 en Lucas 6,36-42In de lezingen voor deze zondag zijn we op zoek naar een antwoord op de vraag: op wie moeten wij hopen, bij wie moeten wij onze steun zoeken? Bij Vader, Zoon en Geest natuurlijk. Maar waarom? Wat is de meerwaarde van de Heer tegenover andere goden en machten?Het eerste vers van de gekozen perikoop (Jeremia 17,5) bespreek ik in drie stukken. Het begin is duidelijk: ‘vervloekt (is) de kerel’ (Hebr.: gèbhèr). God richt zich hier bij monde van de profeet blijkbaar tot de jonge mannen van het volk. Het Hebreeuwse woord gèbhèr wordt
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden