Inleiding op het thema ‘is dit is mijn gemeente nog wel?’
Roelof De wit
Drs. R.F. de Wit is als predikant verbonden aan de Hervormde Gemeente Ermelo. Hij is ook lid van de redactie van Ouderlingenblad
Een willekeurige dorpsgemeente op het platteland. Een aantal jaren geleden fuseerden de plaatselijke hervormde gemeente en gereformeerde kerk. Dat kostte flink wat inspanning, maar leidde tot een mooi resultaat: een protestantse gemeente die nadrukkelijk in het dorp aanwezig wil zijn. Er waren wel wat opmerkingen, maar niet noemenswaardig. Tot opeens bij een besluit ontevreden geluiden klinken. Onderhuids bleek er toch nog ongenoegen te leven. Het kwam onverwacht en heftig. Het gaat over ‘geen herkenning’ en ‘niet thuis voelen’.
Een gemeente verwant aan de Gereformeerde Bond. Inhoudelijk traditioneel, maar liturgisch is er meer ruimte. De ontwikkelingen staan niet stil en de liturgische ruimte verandert mee. Niet iedereen maakt dit mee. Enkelen, die al tientallen jaren bij de gemeente betrokken zijn en actief meededen, heb-ben vragen bij het beleid van de kerkenraad. ‘Is dit mijn gemeente nog?’
Verschillende situaties
Zomaar twee gemeenten. Maar het kan met veel an-dere uitgebreid worden. Wie zijn oor te luisteren legt, kan regelmatig dergelijke geluiden horen. Het kan over heel diverse dingen gaan. Jongeren die andere liederen willen en vooral andere muziek (een band!), terwijl ouderen daar niets voor voelen; zij kunnen de liederen niet meezingen en voelen zich een vreemde in hun eigen kerk. Een deel van de gemeente heeft moeite met de zegening van de relatie van een homostel, terwijl een ander deel het niet meemaakt als de kerkenraad dit weigert. De een wil graag dat meer gemeenteleden participeren in de diensten, terwijl de ander vreest dat het dan gedaan is met de rust en de orde. Op de mogelijkheid om briefjes met zonden en wonden voor in de kerk bij het kruis neer te leggen reageert de een tot tranen toe geroerd, terwijl de ander het maar ‘poppenkast’ vindt. En zo zijn er nog meer zaken te noemen. De spanning kan op allerlei manieren naar boven komen: het kan zowel met de vorm als met de inhoud te maken hebben.
Mooi en moeilijk
Samen gemeente zijn heeft mooie kanten. Gelukkig voeren deze meestal de boventoon. Je weet je verbonden met anderen, je leeft met elkaar mee en helpt elkaar. Dat kan veel voor mensen betekenen. Er zijn prachtige initiatieven, variërend van het opknappen van een jeugdruimte tot koken voor ouderen in de gemeente. Het omzien naar elkaar, het vele bezoekwerk, de diaconale inzet, verschillende activiteiten voor de kinderen en jongeren – de kerk blijkt voor velen van grote betekenis te zijn.
Dat is echter niet het enige wat je over gemeentezijn kunt zeggen. Het is niet alleen mooi, maar soms ook lastig om samen gemeente te zijn. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. De toegenomen mondigheid maakt dat mensen gevraagd en ongevraagd hun mening ventileren. De toegenomen mobiliteit maakt het makkelijker om een andere kerk uit te zoeken (kerkhoppen). Sommige gemeenteleden zijn al vertrokken. Andere zijn gebleven, maar met pijn in het hart. De krimp plaatst soms voor onontkoombare keuzes. Leiding geven aan een diverse en mondige gemeente, ga er maar aan staan! Daarover gaat dit themanummer.
Opzet
Na deze inleidende verkenning volgt een beschrijving van de eerste christelijke gemeenten. Wat speelde er toen? Ook in de nog jonge kerk waren er verschillen van inzicht. In Handelingen en de brieven van Paulus komen we conflicten tegen. Daarom de oproep de eenheid te bewaren en elkaar te verdragen. Op welke manier wijst het Nieuwe Testament een weg in deze thematiek?
Vervolgens komt de veranderde context van de gemeente ter sprake. De samenleving ziet er anders uit dan een aantal decennia geleden, en verandert ook in snel tempo verder. Niet iedereen is daar gelukkig mee: het brengt onrust met zich mee. Als er dan in de kerk ook van alles verandert, raken sommigen hun veiligheid en zekerheid kwijt.
Hoe ontwikkel je als kerkenraad beleid bij alle verscheidenheid die er in de gemeente is? Daarover gaat het derde artikel. Lukt het om een samenbindende visie te formuleren, waar iedereen zich in kan vinden? Of moet je dat niet willen, omdat dan het gevaar van kleurloosheid dreigt? Hoeveel verscheidenheid kan een gemeente aan?
Lang niet iedereen staat te juichen bij de veranderingen die plaatsvinden. Een deel van de gemeente ervaart verdriet en pijn. Ze herkennen zich niet in wat er allemaal gebeurt en hebben er moeite mee. Soms geven ze dat aan, maar soms wordt er in eenzaamheid geleden. Het vierde artikel heeft een pastorale inslag. Welke pijn hoor je? Hoe ben je deze mensen nabij?
In het slotartikel komen de verschillende lijnen samen en worden concrete aanwijzingen gegeven om als kerkenraad en gemeente met het thema aan de slag te gaan.