Al dadelijk aan het begin van het eerste hoofdstuk van het boek Openbaring wordt Christus getekend in zijn heerlijkheid. Johannes is op Patmos, en hij raakt daar in vervoering des geestes, op de Dag des Heren. Johannes hoort de klank van een trompet achter zich, hij draait zich om en ziet dan te midden van zeven gouden kandelaren ‘iemand als eens mensen zoon’, - de NBV vertaalt prozaïscher ‘iemand die eruitzag als een mens’. In de grondtekst staat ‘de zoon van een mens’, of ‘mensenzoon’. En dat kán inderdaad een oosterse omschrijving zijn van ‘mens’, of ‘man’. Hier is echter