Menu

Basis

Kom je buiten spelen?

Omdat het buiten aangenaam warm is, staan de ramen en deuren open. Het geluid van spelende kinderen komt mijn woning binnen. Als ik naar ze kijk, zie ik een jongetje op skeelers die iets roept tegen een meisje op een fietsje. Een derde kind hangt ondersteboven op de schommel.

Holkje van der Veer is dominicanes en redactielid van Open Deur, zie www.Holkje.nl.

De klanken van spelende kinderen maken mij vrolijk. Hun spel roept bij mij herinneringen op aan een lang vervlogen tijd. Ik ben tien jaar oud. De bel gaat; het is mijn vriendinnetje Danielle. Ongeduldig vraagt ze aan mijn moeder: ‘Holkjes moeder, mag Holkje komen spelen?’ Mijn Mem fluistert mij toe dat ik binnen moet zijn voordat de straatlantaarns branden en antwoordt: ‘Het is goed, Holkje komt eraan.’

GROTE PIER EN VILLA KAKELBONT

Ik was een Amsterdams buiten-speel-kind. Ondanks de drukte van het autoverkeer speelden we verstoppertje, blikkie-trap en stoeprandje; we elastiekten, knikkerden en sprongen touwtje. Al spelend renden, hinkelden en klommen we heel wat af. Het klimrek in de buurtspeeltuin werd in onze fantasie het kasteel van Floris en Sindala – uit de toen populaire tv-serie. Omdat ik voor mijn leeftijd buitengewoon lang was, een Friese voornaam heb én goed kon organiseren, mocht ik de strijdtroepen van de tegenpartij, Grote Pier, aanvoeren. Op een braakliggend veldje ontdekte ik hoe je wormen kunt vangen, om ze vervolgens aan een vishaak te rijgen. De schrik was onmetelijk groot, toen bleek dat er daadwerkelijk levende vissen in de grachten zwommen. Wat moet je doen als je zo’n beest aan je haakje hebt?! Ter afsluiting van de zomervakantie werd er bij het buurthuis een bouwdorp georganiseerd. Met hout en spijkers, hamers en tangen bouwden wij ons eigen huis. Een hut die de naam Villa Kakelbont kreeg. Pippi Langkous was toen al mijn grootste held.

EEN EIGEN WERELD

Ik was niet alleen een buiten-speel-kind. Op troosteloze regendagen ontwierp ik samen met een buurmeisje een kledinglijn voor onze barbies. Bij de buren hadden ze een abonnement op de Tina, een meisjesblad dat er bij mijn ouders absoluut niet in kwam. Het strookte niet met hun opvoedkundige waarden en normen. Met mijn barbie speelde ik de verhalen uit dit magazine na. Mijn barbie had een glamoureus bestaan. Ze had een eigen paard, met bijbehorende outfit. Ze ging tennissen en zwemmen, ook daarvoor had ze de juiste kleding. Met haar prachtige lange avondjurken was zij in mijn ogen de allermooiste vrouw van deze wereld. Ik creëerde een eigen wereld en vergat de tijd. In mijn barbie-universum was het altijd mooi weer, hoefde er niemand naar een ziekenhuis en dokters waren overbodig.

POPPETJES

Nu ik een volwassen vrouw ben, zeg ik nog wel eens tegen een vriendin: ‘Ga je mee buiten spelen?’ Mijn vraag roept meestal een glimlach op. Wat ik bedoel, is: ga je mee tijd versnoepen? Natuurlijk zou ik nog wel eens willen hinkelen, maar ik ben al gelukkig met een fietstochtje langs de Waal met een kopje koffie op een terras als afsluiting Voor troosteloze regendagen staan er op de hoek van mijn bureau een paar poppetjes te wachten. Soms verplaats ik de dames naar de keuken of het kastje bij de kapstok. Met hen ben ik weer even dat spelende kind met een barbiepop. Ik vertel ze verhaaltjes die vanzelf ontstaan. Met de Chinese dame maak ik lange reizen, met de clown maak ik grapjes en de dame in het zwart vertelt mij over moed en kracht.

Wellicht ook interessant

None

Creatiewedstrijd: ‘geloof in generaties’

Er is een “zingevingsrevival” gaande. We raken er niet over uitgepraat en uitgedacht. Grote fascinatie is er voor Gen. Z., maar dat is niet de enige generatie waarin het (christelijk) geloof leeft – voor het eerst, opnieuw, of sinds jaar en dag. Hoe ziet geloofsbeleving eruit en hoe wordt deze verbeeld, ongeacht leeftijd? Welke variëteit komt aan het licht, binnen en tussen de verschillende generaties? Laat het zien en doe mee met onze Creatiewedstrijd!

None

Recensie van Luc Nijs over het boek God. Naar een andere filosofie

Erik Meganck is een Vlaams filosoof en theoloog die enkele jaren geleden het publieke intellectuele domein bestormde met zijn boek ‘religieus atheïsme’ (2021) waarvoor hij de prijs van het beste spirituele boek ontving. In dat boek maakt hij een rondje langs de velden van grote moderne denkers en vroeg zich af waarom -ondanks al het (post)modernisme- men er niet in slaagde God uit het Westerse denken te bannen. Hij concludeerde dat geen van deze grote denkers ooit de stelling heeft geponeerd dat God simpelweg niet bestaat, maar dat ze vooral gekant waren tegen het richtingloze Westerse metafysische denken.

Nieuwe boeken