Menu

Basis

Korte Metten: De ommekeer van een soldaat

Teshuva, terug naar het huis van de HEER

Bernd Hirscheldt

In de columnreeks Korte Metten werpen onze auteurs een scherp licht op de actualiteit. Deze week deelt ziekenhuispastor Bernd Hirschfeldt een indrukwekkende ontmoeting met een doorgewinterde soldaat aan het einde van zijn leven.

‘Ha, Padre!’ riep een patiënt me vrolijk toe toen ik zijn kamer binnenstapte. Hij bleek in het vreemdelingenlegioen te hebben gediend, waar aalmoezeniers ‘Padre’ worden genoemd. Zijn warme welkom verraste me: ik kende hem eerder als een stugge, vaak lethargische en soms zelfs regelrecht agressieve man. Nu zat hij rechtop in zijn bed en keek me intens aan met vriendelijke hemelsblauwe ogen.

Ik kende hem als een strenge man. Nu zat hij rechtop en keek me aan met hemelsblauwe ogen

Ik sprak met hem over zijn leven. Over hoe het was om in den vreemde te gaan vechten, en hoe het leven in het leger voor hem was geweest. ‘Toen was ik er trots op’, zei hij. Maar plotseling betrok zijn gezicht – wolken voor het hemelblauw. ‘Het was niet goed’, voegde hij er zacht aan toe. Hij zweeg. Tranen stonden in zijn ogen.

Hij vertelde hoe hij in Afrika als huurling voor vreemde mogendheden gevochten had. Details hoefde hij niet te geven – het was duidelijk wat daar gebeurd was. ‘Het enige dat ik wilde, was samen met mijn beste maat in het leger overleven. En dat lukte ons altijd. Maar achteraf… had ik liever gehad dat we het níet overleefd hadden.’

soldaat
(Beeld: Sander Sammy/Unsplash)

Ik zweeg, onder de indruk.

‘Padre’, vervolgde hij, ‘ik dacht dat ik de wereld wel aankon. Altijd vechten. Altijd streng voor mijn mannen, te streng. Ook nu nog – in het ziekenhuis – ben ik vaak boos op de artsen. Maar… het is niet goed. Daar ben ik nu pas achter gekomen.’

Hij herpakte zich: ‘Ik blijf maar doorzeuren over mezelf, hoe gaat het eigenlijk met u?’ Ik stelde hem gerust: dat hij tegen mij zoveel mocht zeuren als hij wilde. En ik vroeg hem om verder te vertellen. Hij sprak over zijn familie, waar hij dankbaar voor was. Wat me opviel, was de mildheid die uit zijn woorden sprak – richting zijn familie, maar ook richting het ziekenhuispersoneel. Hij leek zo heel anders dan die verbitterde, boze man die ik een tijdje terug had leren kennen.

Een levensomkeer: van strijd naar verzoening

Ik vroeg me af wat die verandering teweeg had gebracht. Het deed me denken aan het joodse begrip teshuva: de terugkeer, de ommekeer nadat iemand de balans van zijn leven heeft opgemaakt. Daarbij hoort het inzicht dat wat je gedaan hebt niet altijd goed was. Soms zelfs ronduit slecht, ‘kwaad in de ogen van de HEER’ (vgl. 2 Koningen 24,9 e.v.). Vanuit dit moeilijk aanvaardbare gevoel besluit iemand het voortaan anders te doen.

Ik zag tranen van wroeging in zijn ogen staan. Het leek erop dat deze man in het ziekenhuis een ommekeer had gemaakt. Ik merkte het aan het feit dat hij vooral aan anderen dacht, bekommerd was om het welzijn van de mensen om hem heen; om zijn familie, het verplegend personeel.

Ik zag tranen van wroeging in zijn ogen. Het leek erop dat deze man in het ziekenhuis een ommekeer had gemaakt

Samenzweerderig boog hij zich naar voren en zei: ‘Ik weet dat ik niet lang meer te leven heb. Maar die oefeningen ‘s ochtends, die blijf ik elke dag doen, ondanks de pijn. Voor die jonge gasten, ze doen zo hun best, ik ga ze niet teleurstellen!’

En hij bulderde: ‘IK BLIJF VECHTEN!’

Ja, hij was veranderd. En toch was hij dezelfde gebleven: de ruwe-bolster-soldaat die hij altijd geweest was. Alleen vocht hij voortaan voor het goede. Het leek een wonder, die scherpe bocht aan het einde van zijn leven, die haarspeldbocht, teshuva: terug naar het huis van de HEER.

Over de auteur

Bernd Hirschfeldt is filosoof en theoloog. Hij is predikant van de Nederlandse Protestantse Kerk van Luxemburg en werkt als ziekenhuispastor bij het AZ Sint-Lucas in Brugge. 

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken