Korte Metten: Heel even nog
Over een broodje, een gebed en het verlangen naar leven
Wat maakt het leven, zelfs op hoge leeftijd en ondanks tegenslag, de moeite waard? In deze column beschrijft Bernd Hirschfeldt een ontmoeting met een oude vrouw, wier dankbaarheid en kleine rituelen hem herinneren aan een Joods verhaal over Bontsje de Zwijger.
Sommige mensen zijn niet zo spraakzaam. Zo kwam ik geregeld langs bij een oude dame die meestal zweeg. Samen zaten we voor het raam en keken naar buiten, terwijl we aan de koffie nipten. Soms keek ze me dan opeens intens vriendelijk aan en zei: “Mijn zoon is bakker!” En ze glom.
Elke dag verse pistolets
Ik vroeg haar dan steevast of ze soms elke dag vers brood van haar zoon kreeg, al wist ik het antwoord. “Jazeker,” zei ze, en ze glimlachte vergenoegd. Ze liep daarna naar de kast, pakte van de bovenste plank een broodzak en toonde mij dampend verse pistolets. “Van mijn zoon!” verklaarde ze, waarna ze me er eentje aanbood.

De wil om te leven, ondanks tegenslagen
Wat ze me ook geregeld vertelde: “Ik bad vandaag tot de Heer en vroeg Hem: ‘Kom mij nu nog niet halen, Lieve Heertje, laat mij hier nog even blijven, heel even nog…’”
En ze glimlachte daarna wat verontschuldigend, alsof het wel te veel gevraagd was voor iemand van haar leeftijd.
‘Kom mij nu nog niet halen, Lieve Heertje’, bad de oude vrouw, ‘laat mij hier nog even blijven’
Een keer vroeg ik haar waarom ze ondanks haar ziekte en de vele tegenslagen die ze toch in haar leven ervaren had, nog graag langer wilde leven. Ze keek me verbaasd aan, alsof ik een domme vraag gesteld had en gebaarde toen naar het raam. ‘Kijk dan, daar buiten; die bomen, die bloemen…”.
Het verhaal van Bontsje de Zwijger
Ze deed me denken aan een bekend Joods verhaal, geschreven in het Jiddisj: Bontshe Shvayg, oftewel Bontsje de Zwijger.
Bontsje, het hoofdpersonage, was net als deze vrouw een eenvoudig mens. Ook hij had veel tegenslagen te verwerken gekregen, ook hij zweeg veel. En als hij al eens sprak, waren het geen klachten die over zijn lippen kwamen, eerder woorden van dankbaarheid.
Toen Bontsje uiteindelijk het aardse voor het eeuwige verwisselde – zo gaat het verhaal tenminste – arriveerde hij in de hemel. Daar werd hij tot zijn grote verbazing welkom geheten door de gehele hemelbevolking. Bontsje dacht: “Ik ben toch geen belangrijk persoon, waarom juicht iedereen mij toe?” Maar voor hij daar langer over kon nadenken, kwam er een delegatie engelen naar hem toevliegen om hem te vragen wat hij voor het ontbijt wilde (in Joodse verhalen draait het wel vaker om eten).
Een vers broodje met roomboter: reden om te blijven
De engelen hadden oneindige voorraadkamers, vertelden ze, vol vaten met amberkleurige honing, hemelse kazen, smeltende desserts en fruit, geuriger en uitbundiger dan de mooiste frambozen op aarde. Na enig nadenken besloot Bontsje: “Ik zou graag een broodje lusten, een vers broodje met boter.“
En hij glimlachte vergenoegd. Nou ja, dát gebeurde alleen in mijn fantasie – hetzelfde glimlachje waarmee de oude dame mij een vers broodje van haar zoon aanbood. Waarna ze tot Onze Lieve Heer bad om nog even te mogen blijven. Heel even nog.
Over de auteur
Bernd Hirschfeldt is predikant van de Nederlandse protestantse kerk in Luxemburg, geestelijk verzorger en docent Hebreeuws en Oude Testament aan de FPTR Brussel. Als theoloog en verhalenverteller zoekt hij sporen van licht in het alledaagse.