Korte Metten: ‘U zij de glorie!’
Een levensles in veerkracht, humor en geloof
In de rubriek Korte Metten bespiegelen onze columnisten voor u de actualiteit. Elk leven kent uitdagingen, maar bij de pakken neerzitten? Dat stond niet in de vocabulaire van de oma van Bernd Hirschfeldt. Haar onuitputtelijke veerkracht en vermogen om in alles het positieve te zien, is tot op vandaag een inspiratiebron gebleven. In Korte Metten deelt hij zijn ervaringen. Een ode aan zijn oma, maar ook aan het leven zelf.
Een mens heeft altijd meer vrijheid dan hij of zij denkt. Dat leerde ik van mijn oma van moederskant, die bepaald geen gemakkelijk leven had. Ze verloor al jong haar man en moest vijf kinderen door de oorlog loodsen. Maar ging ze bij de pakken neerzitten? Nou, eerst wel. Maar algauw herpakte ze zich. Ze voedde haar kinderen op terwijl ze daarnaast werkte. Toen alle kinderen voor zichzelf konden zorgen, ging ze van het leven genieten: piano spelen, kaarten, naar het theater, vooral cabaretiers en lachen, veel lachen!
Onwrikbare vrolijke inborst
Ze wilde dat wij, haar kleinkinderen, net zo zouden genieten als zij. Ze legde een schapenvelletje voor de gaskachel waar ik op kon liggen lezen, terwijl ik af en toe in de vlammetjes staarde. Ook besloop ze me geregeld en zong dan opeens hard in mijn oor: “Butterfly, my butterfly!” Haar stem schalde door de kleine, schamele woonkamer. Breed had ze het niet, maar ze wist dat weinig al heel veel kon zijn.
Ze aanvaardde wat er niet was en nam het leven zoals het kwam, met al zijn tegenslagen. Het verlies van haar man, maar ook van twee van haar kinderen, die veel te vroeg overleden. Maar telkens weer keerde ze op wonderlijke wijze terug naar haar vrolijke inborst, haar lichte, vertrouwende manier van zijn.
Breed had oma het niet, maar ze wist dat weinig al heel veel kon zijn
Mijn oma was heel gelovig, maar op een heel vanzelfsprekende manier. Ze was zeker niet lid van de schuld-en-boete-kerk, eerder had ze een vertrouwen dat God haar wel zou bijstaan. “Ik heb nu eenmaal een opgewekt karakter,” zei ze altijd wat verontschuldigend. Dankbaarheid en vrolijkheid heersten zo altijd in haar schamele flat. Haar lijfgezang was dan ook: “U zij de glorie!” En in het Frans, “À toi, la gloire!” Want als kind van de hogere burgerij had ze op een Franse school gezeten.
Wonderbaarlijke vermenigvuldiging: van niets iets maken
Van niets iets maken, dat deed me als kind denken aan de wonderbaarlijke vermenigvuldiging. Dan fluisterde ze samenzweerderig dat ze iets heel lekkers voor ons ging maken: “Wittebrood!”… met boter! En suiker!” Alsof ze daarmee het geheim van haar best bewaarde recept prijs gaf. En dat smaakte na zo’n aankondiging beter dan het allerduurste gebak.
‘s Middags kookte ze een grote pan soep die twee dagen trok en kocht ze er verse kadetjes bij. Tot ver in de zestig fietste ze nog twintig kilometer naar een boer om asperges te kopen. Dat was zo’n beetje het hoogtepunt van het jaar: de hele familie werd opgebeld en opgetrommeld met de woorden: “Er zijn asperges!” Opeengepakt zat de hele familie de volgende avond rond de veel te krappe ronde tafel.
De vrolijkheid van een groot geloof zonder zwaarte
Zo creëerde mijn oma een wereld van gastvrijheid en vrolijkheid met de weinige middelen die ze had. Zonder veel woorden leefde ze het geloof op haar manier: altijd een goed woord voor anderen, een grapje hier, een anekdote daar, en altijd blij dat je er was.
Ik herinnerde me later haar Godsvertrouwen, vooral als mijn eigen leven eens tegenzat
Toen ik later de stralende glimlach van de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu op tv zag, moest ik aan haar denken. Want het was diezelfde lach, diezelfde vrolijkheid die van binnenuit opborrelde. Het koninkrijk Gods is in u. Het leek me de vrolijkheid van een groot geloof zonder zwaarte.

À toi la gloire: herinnering aan een lijflied
Ik herinnerde me later haar Godsvertrouwen, vooral als mijn eigen leven eens tegenzat. In tijden van weinig geld werd ik net als zij inventief. “Wie niet rijk is, moet slim zijn,” dacht ik, en ging met de paar muntjes in mijn portemonnee naar de supermarkt om soep te koken. Bij de nodige ziektes die ik ervoer, twee keer op de rand van de dood, veerde ik weer op als een duikelaar. Zo had ik dat van mijn oma geleerd. Dan dacht ik: Wat gaan we morgen weer voor iets leuks doen?Met mijn lief door de duinen fietsen en de zon zien ondergaan! En lachen, veel lachen!
Toen onlangs À toi, la gloire werd gezongen tijdens een Luxemburgse huwelijksdienst waarin ik voorging, schalde ik haar lijflied vrolijk mee, met een enkele traan van dankbaarheid in mijn ogen.
Over de auteur
Bernd Hirschfeldt is filosoof en theoloog. Hij is predikant van de Protestantse Kerk in Luxemburg en geestelijk verzorger. Daarnaast promoveert hij aan de FPTR Brussel op een aantal Joodse denkers in relatie tot de klassieke bronnen en commentaren.