Menu

Basis

Korte Metten: Vasten is van niemand, en juist daarom van ons allemaal

Korte metten Kelly Keasberry

Na een lezing over Laudato si stak een man zijn hand op. Halverwege de dertig, schatte ik.
“Als je het over ecologie hebt, moeten we het ook weer eens over vasten hebben.”

Hij zei het zonder ironie. De veertigdagentijd was voor hem geen folkloristische traditie, maar een oefening in matiging. Veertig dagen nee zeggen tegen tussendoortjes, webshops, social media en andere verleidingen van de consumptiemaatschappij. “Vasten leert je wat echt belangrijk is,” vond hij. “En die oefening hebben we in onze samenleving hard nodig.”

Hij is niet de enige. Het afgelopen jaar gaf ik diverse lezingen, en opvallend vaak viel na afloop het woord ‘vasten’. Alsof mensen intuïtief aanvoelen dat de ecologische crisis niet alleen vraagt om nieuwe technologie, maar ook om begrenzing van onze verlangens.

Wachten als oefening

Vasten is van alle tijden. De vroege christenen — de woestijnvaders — aten tussen zonsopgang en zonsondergang niets. Pas wanneer het licht verdween, namen zij één maaltijd. Het wachten was een teken van verlangen naar God. In de oosters-orthodoxe traditie leeft dat ritme nog altijd voort, evenals in katholieke kloosterorden. Lang wachten met eten geldt als geestelijke oefening: het lichaam disciplineren om het hart wakker te houden.

Mijn katholieke moeder herinnert zich nog levendig hoe haar snoepjes tijdens de veertigdagentijd in een trommeltje werden opgeborgen. In het weekend mocht ze die opeten. Dan was het feest. Niet ondanks het wachten, maar dankzij het wachten. Vasten leerde haar dat genieten niet begint bij overvloed, maar bij verlangen.

Helderheid door onthouding

Terwijl christenen toeleven naar Pasen, vasten ook moslims tijdens de ramadan. Miljoenen mensen laten overdag hun eten en drinken staan. Een moslimvriendin getuigde hoe in deze periode haar denken steevast helderder wordt: “De eerste dagen zijn moeilijk, maar daarna merk je dat je scherper wordt.”

Dat is een ervaring die velen delen: vasten zuivert niet alleen het lichaam, maar ook de geest. Niet als crashdieet of religieuze dwingelandij, maar als oefening in loslaten. Zodat we opnieuw kunnen leren ontvangen.

Vasten zuivert niet alleen het lichaam, maar ook de geest

Want wees eerlijk: nee zeggen tegen die spritsen op tafel is niet makkelijk. Een uur stilte zonder je zoemende smartphone evenmin. Je swipe-brein op pauze zetten, advertenties negeren, je neiging tot emotie-eten onderdrukken, of de reflex waarmee je naar afleiding of amusement grijpt: dat vraagt wilskracht.

Maar wie die nee-spier oefent, ontdekt iets ongemakkelijks: hoe afhankelijk we zijn geworden. Welke dingen beheersen ons? Vasten brengt ze aan het licht. Vasten gaat daarom niet alleen over minder consumeren, maar over het herstellen van vrijheid. Over de vraag: wie bepaalt mijn verlangens: ik, of de wereld die mij voortdurend iets aan wil smeren?

Veertig dagen in de woestijn

In de Bijbel trekt Jezus Christus veertig dagen lang de woestijn in. Daar verliest hij alles wat hem houvast bood, zelfs brood. En juist daar, in de leegte, wordt zichtbaar wie hij werkelijk is. Dat is de paradox van vasten: door minder vast te houden, kun je meer ontvangen.

Toch klinkt in sommige protestantse kringen nog altijd: “Vasten? Daar doen we niet aan, dat is voor katholieken.” Of anders wel voor moslims. Je zou bijna denken dat er aan onthouding een confessioneel etiketje hangt. Maar de werkelijkheid is: vasten behoort niemand toe. Vasten gaat aan onze scheidslijnen vooraf. Mozes deed het, Jezus vastte. Geen erfgoed van één traditie dus, maar een uitnodiging aan iedereen.

De paradox van vasten: door minder vast te houden, kun je meer ontvangen

In een wereld die draait op alsmaar méér — meer consumptie, meer groei, meer prikkels — is vasten een stil verzet. Een weigering om mee te draaien in de logica van grenzeloze groei, productiviteit en consumentisme. Vasten is nee zeggen tegen overvloed om opnieuw te kunnen genieten van genoeg. Het is niet jezelf iets afnemen, maar jezelf terugvinden. En dat zou zomaar de meest ecologische daad kunnen zijn die er bestaat.

Kelly Keasberry is journalist, schrijver en ecotheoloog. Ze werkt als redacteur voor Tertio en publiceert over zingeving, ecologie en de relatie tussen spiritualiteit en samenleving. Daarnaast doet ze doctoraatsonderzoek naar planetaire gezondheid en de wijsheid van monotheïstische tradities in dialoog met de ecologische crisis (VU Amsterdam/KU Leuven).

Wellicht ook interessant

Modderige voetafdrukken in tapijt
Modderige voetafdrukken in tapijt
Basis

Bevrijd van de mantel der (zelf)liefde

In de serie ‘Het christelijke geloof in een therapeutisch Nederland’ onderzoekt Katie Vlaardingerbroek, auteur van Nederland Therapieland, de relatie tussen het christelijke geloof en onze huidige therapiecultuur. In haar laatste artikel, over de vraag hoe therapie en christelijke theologie elkaar kunnen versterken in de omgang met het lijden, wordt ze persoonlijk. Terwijl therapie haar bevrijd heeft van een beknellend godsbeeld, was het juist een nieuw soort theologie die haar in staat stelde zich op nieuwe manieren met anderen en ‘de Ander’ te verbinden. 

Nieuwe boeken