Menu

None

Korte reactie van Henk Bakker op: Het einde van de hel

Vulkaan met ondergaande zon
(Beeld: Lukáš Vaňátko via Pixabay)

Mij is gevraagd om te reageren op hoofdstuk 5, de christologie daar, en ik heb hoofdstuk 9 er toch maar bij genomen, omdat die overwegend ook christologisch van aard is. Daarbij heb ik vanzelfsprekend ook goed notie genomen van de andere hoofdstukken, om zo zicht te krijgen op de thematieken en de ontvouwing van hoofdgedachten en argumenten.

Toegankelijk

Het einde van de hel

Het is een toegankelijk geschreven boek, met vooral pastorale belangen en bedoelingen. De discussie is niet een Bijbels-theologische of exegetische of filosofische. Het gaat Reinier Sonneveld om de verwerking van het denken over hel en eeuwige straf in de tijd van nu, gezien wat dit uitricht, welke argumenten daarachter liggen, hoe dun en tegenstrijdig die lijken, met de bedoeling om hier een einde aan te maken. Vandaar de titel Het einde van de hel.

De korte christologische schetsen in hoofdstukken 5 en 9 bieden een selectie van teksten en inzichten die voldoende duidelijk maakt wat Sonnevelds christologische uitgangspunten zijn. Jezus belichaamt een ‘mini-apocalyps’ en ontketent in zijn persoon een ‘onverwacht oordeel’. Aan dit leven van Jezus valt dus af te lezen hoe wij anno 2025 over de hel hebben te denken. Jezus schreef niemand af, nam het kwaad en het oordeel in zich op, en opende daarmee een weg van vergeving en verwachting voor zijn volk, en voor de wereld.

Vragen

Jammer is dat dit allemaal zo kort en fragmentarisch is en dat Sonneveld veel in korte tijd op een rij wil zetten. Daarbij is zijn stijl sterk syllogistisch (denken in sluitredeneringen, pp. 78, 79, 109), terwijl de strekking vooral pastoraal is. Dat maakt dat aan beide kanten, de theoretische en pastorale, veel vragen overblijven, zoals ‘kun je wel thetisch over de hel denken?’ tot ‘waarom zou je vandaag de dag juist wel mensen willen afschrijven?’

Het is beter om de christenwereld niet op te delen in ‘infernalisten’ en ‘universalisten’

Het corporatieve element in de christologie, in het denken en geloven van Jezus, komt tekort in deze hoofdstukken. Jezus belichaamde niet een apocalyps, maar een volk, waarbij men er toen vanuit ging dat oordeel en hel vooral met ballingschap en onderdrukking te maken had. Als God ingreep, ging dit met oordeel gepaard, waarop meestal herstel volgde, maar niet van alles en iedereen. Het belang voor Jezus en Paulus van Daniël 12 (en de context) laat dit zien. Sommigen ego’s zijn zo groot dat alle werelden en tijden die God zou maken nog niet voldoende waren. Zulken bleven er dan ook buiten.

Veelzijdigheid

Dat de leer van de hel toch dominant is geworden en dat daarover in de loop der eeuwen stevig is door-gefantaseerd is een typisch voorbeeld van reïficatie, waarbij iets abstracts, zoals een idee of voorstelling, zo groot en belangrijk wordt dat deze concreetheid krijgt in het sociale leven. Ik denk dat zoiets in de vroege kerk al te zien is, maar ook weer niet bij iedereen. De vroege kerk was veelvormig en veelzijdig in haar denken, en het is niet mogelijk om te zeggen dat bijna alle grote christelijke denkers in die tijd universalisten waren.

Het is beter om de christenwereld niet op te delen in ‘infernalisten’ en ‘universalisten’, en een geloofsleven te beperken tot die simpele omschrijving. Dat komt niet uit de Schrift en de oorspronkelijk daaraan ontleende theologie voort. Het gaat om spinragjes tekst, en daar kunnen geen stenen aan gehangen worden.

Henk Bakker is hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam in Geschiedenis, Identiteit en Theologie van Baptisme.


Reinier Sonneveld, Het einde van de hel. Waarom niemand wordt afgeschreven. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 288 pp. € 23,99. ISBN 9789043542326

Wellicht ook interessant

Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
None

Interview: “Ik wil een eerlijk gesprek over de doodswens”

Mensen die niet meer willen leven, krijgen niet zomaar euthanasie. Er zijn strenge eisen waaraan moet worden voldaan, voordat het eigen leven bewust gestopt kan worden. Maar als een euthanasieverzoek wordt afgewezen, is de wens om te sterven vaak niet verdwenen. Soms kiezen mensen dan voor ‘de autonome dood’, een zelfgeorganiseerd levenseinde. Hoe is dit voor nabestaanden? Krina Huisman deed er onderzoek naar en schreef het boek Nabestaan. Leven na de autonome dood. Redacteur Maartje Amelink ging met haar in gesprek.

Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Basis

Lazarus voorbij

AI zo lang als er mensen bestaan, gaan ze ook dood. Het zou dus moeten wennen, maar dat is niet zo. En daar zijn wel wat redenen voor: onze herinnering reikt niet tot de eerste mens; voor eenieder is er altijd een eerste betreurde dode in zijn of haar leven. Daarbij is de dood geen optelsom van steeds en altijd hetzelfde. Sterft er iemand, dan nemen we afscheid van een persoon zoals er nooit eerder een geweest is, en ook nooit meer een zal zijn. Vervelend is ook dat de dood zo veel gezichten heeft. Mensen kunnen vreselijk sterven, maar ook heel mooi. Veel te jong, en ja, soms ook te laat. In verzet, maar ook in overgave. Overvallen, maar ook voorbereid. Zinloos, maar ook zinvol.

Nieuwe boeken