Ladder
trap, trede, podium, helling
In onze moderne maatschappij behoren ladders en trappen tot het dagelijks bestaan. Ladders, trappen en hellingen doen ons afdalen en brengen ons omhoog. Hun vormen en omgeving verschillen sterk, maar zij hebben allemaal hetzelfde doel: een verbinding tot stand te brengen tussen hoog en laag, beneden en boven. Deze verbindingsvoorwerpen hebben ook in onze beeldspraak een plaats gekregen. Bijvoorbeeld ‘de trap des levens’, waarin levensfasen als traptreden worden gezien; of ‘de maatschappelijke ladder’ als aanduiding voor de positie die iemand in de samenleving heeft verworven.
Ook de bijbel kent zijn voorwerpen om de hoogte of diepte te bereiken. Overbekend is de ladder van Jakobs droom, waarin hemel en aarde elkaar raken. Er zijn zelfs romans met de ‘Jakobsladder’ in hun titel (Maarten ‘t Hart, Siegfried van Praag).
Grondtekst
Het Hebreeuwse soellam – van de stam sll, ‘verheffen, ophopen, omhoog brengen’ – komt alleen voor in Genesis 28:12, doorgaans vertaald met ‘ladder’. De vertaling ‘oprit’ of ‘trap’ past minstens zo goed. De Septuaginta geeft het weer met klimaks, waarvan ons woord climax is afgeleid (vgl. 1 Makk. 5:30; 11:59, ‘de trap van Tyrus’, dat is een steile kaap bij Ptolemais waarlangs een trap is uitgehouwen). De woorden ma’alèh, in de betekenis ‘trap, helling, het opstijgen, de opgang’, en ma’alah, ‘trede’ (van trap), verschijnen respectievelijk 8x en ca. 20x, voor een deel samen (Ez. 40:31,34,37; Neh. 12:37). Doorgaans zijn het de treden van een tempel- of paleistrap. Met solalah geeft het Oude Testament de ‘stormbaan’ aan, meestal in de context van het veroveren van een stad, bovenal gebruikt door de profeten Jeremia en Ezechiël (2 Sam. 20:15; 2 Kon. 19:32; Jes. 37:33[33]; Jer. 6:6; 32:24; 33:4; Ez. 4:2; 17:17; 21:27[22]; 26:8; Dan. 11:15). Bij dit woord verschijnt nogal eens het werkwoord werpen (sjafak), wat erop duidt dat de oprit door opeenhoping van aarde tot stand kwam. Een ander belegeringswerktuig is dajeeq, ‘wal’, mogelijk een afleiding van dawaq, ‘omgeven’. Zes keer komt het voor, in Ezechiël telkens samen met de stormbaan, die als een soort oprit waarschijnlijk haaks op de wal werd geplaatst. De kijjoen is een soort podium of spreekgestoelte (2 Kron. 6:13; misschien ook in 1 Kon. 7:40); datzelfde kunnen we zeggen van de migdal ‘ets in Nehemia 8:4 (vgl. 2 Makk. 13:26).
In het Nieuwe Testament vinden we weinig van dit oudtestamentische gedachtegoed rechtstreeks terug. Paulus spreekt de menigte vanaf de trappen van de burcht toe (Hand. 21:35, 40). En hoewel het woord ladder niet voorkomt in Johannes 1:51, vormt de Jakobsladder uit Genesis 28 daarin zeker de achtergrond.
Letterlijk en concreet
a.Over het gebruik van losse ladders zijn ons geen duidelijke voorbeelden in de bijbel overgeleverd. Zij moeten wel bestaan hebben. De apo-criefen en de Qumran-literatuur noemen hen wel: bij het innemen van een vesting (1 Makk. 5:30) en bij het redden van een drenkeling uit een waterput (Damascusgeschrift XI,17).
b.Daarentegen treffen we de vaste trap met zijn treden meer dan eens aan. In huizen en vooral in grote complexen zoals tempel, paleis en toren; zij leiden naar het dak of de verdieping (o.a. Ez. 40:6-37; Hand. 21:35, 40). De meeste steden zijn om defensieve redenen op een heuvel gebouwd. Dit houdt in dat men via een helling of uitgehouwen trappen de stad binnenkomt (Neh. 3:15; 12:37). Ook in de stad zelf kan er door de bergachtige structuur hoogteverschil zijn. Heden ten dage zien we dat nog in het oude Jeruzalem.
c.De bijbelse steden zijn uit veiligheidsoverwegingen voorzien van hoge muren. Het aanvallende leger legt veelal een aarden wal om de muur. Daarbij maakt men eveneens gebruik van de stormbaan, een oprit die de aanvaller dicht bij de muur brengt en hem in staat stelt de muur te rammen en de verdedigers uit te schakelen. Deze aanvalsmethode boezemt de betreffende stadsbewoners grote angst in. Vandaar Hizkia’s vurige gebed tot de Heer, dat het Assyrische leger Jeruzalem niet zal innemen (Jes. 37:33[32]).
d.Andersoortige verhogingen zijn podium en spreekgestoelte. Koning Salomo laat een koperen verhoging vervaardigen, die hij bij de inwijding van de tempel midden in de voorhof opstelt (2 Kron. 6:23). Ezra leest vanaf het houten platform de Tora voor (Neh. 8:4) en het cul-tuspersoneel neemt bij het ritueel van boetedoening plaats op een podium (Neh. 9:4). De functie van de verhoging is dat de menigte hoort en ziet wat er gebeurt. Mogelijk dat beide teksten de achtergrond vormen van de Biema, het platform in de synagoge waar de Tora wordt gelezen. Ook ligt er misschien vanuit deze verhalen een lijn naar de preekstoel in de kerken.
Beeldspraak en symboliek
a.Om bij het laatstgenoemde aan te sluiten. Deze podia zijn primair letterlijk bedoeld. Toch zegt de opstelling ervan wellicht meer. In alledrie de teksten breekt er een nieuwe godsdienstige fase aan in Israëls bestaan. Het gaat steeds om een keerpunt: de aanwezigheid van de tempel, het opnieuw lezen van de Tora, de dag van boete. Het podium of gestoelte duidt een belangrijk moment: wat hier gebeurt, mag niemand ontgaan! Niet de personen op het podium staan in het middelpunt, maar de boodschap die ervan uitgaat.
b.De ladder als symbool in Jakobs droom, Genesis 28, heeft bij talloze hoorders tot op de dag van vandaag de verbeelding aangewakkerd. Driemaal horen we in de verzen 12-13 het partikel ‘en zie’. En zie…een ladder. De ladder staat op de aarde en reikt tot aan de hemel (vs. 12). Hemel en aarde, zo vertelt de ladder ons, worden hier met elkaar verbonden. De hemel komt naar de aarde, naar de hulpeloze Jakob, die staat voor de mens als collectief. De ladder symboliseert Gods zorg voor zijn schepselen. En zie… engelen Gods klommen op en daalden af. De engelen vertegenwoordigen de heilige God, zowel naar boven als naar beneden. Opmerkelijk is de volgorde: eerst opstijgen, daarna afdalen. Engelen komen toch van de hemel, moeten zij daarom niet eerst afdalen? Wat betekent deze onlogische volgorde? De joodse traditie suggereert dat het de beschermengel van Jakob is. Nu Jakob het land Israël verlaat, trekt deze zich terug en maakt ruimte voor andere engelen, gericht op het buitenland. Het zou op de spanning tussen beloofd land en vreemd land duiden. Een andere verklaring luidt dat de ladder het voertuig is waarlangs de gebeden opstijgen naar de hemel en waardoor de hulp afdaalt naar de aarde. Misschien zit ook dit element erin: de hemel is via zijn vertegenwoordigers onafgebroken op aarde, vandaar dat zij eerst opstijgen en daarna afdalen. En zie… de Heer stond bovenaan. Jakob ligt beneden (vs. 11) en de Heer staat boven (vs. 13). Het toenmalige heersende geloof in de kosmische band tussen hemel en aarde krijgt een wezenlijke wending: de persoonlijke betrokkenheid van de Eeuwige. Twee van elkaar verwijderde plaatsen en situaties, maar toch sterk op elkaar betrokken. Of mogen we hier lezen, dat de Heer bij Jakobs hoofd staat? Hoe dan ook, het benadrukt dat Hij de verlaten Jakob nabij is. Die nabijheid overstijgt de grens van het land Israël. Het verhaal zit vol symboliek, bedoeld als bemoediging. Het loopt uit op een rijke belofte, ingeleid met een vierde ‘en zie’: nabijheid op alle plaatsen en terugkeer naar het land (vs. 15). Daarna ontwaakt Jakob! Er is echter meer. Wij spreken wel van ladder, maar eerder valt te denken aan een zware trap, opgebouwd van stenen, zoals deze in de oudheid te vinden waren als verbinding tussen verdiepingen van gebouwen en riante huizen. Het ladder-tafereel zinspeelt wellicht op de hemeltoren in Genesis 11. Daar deden de mensen zelf een poging de hemel te naderen, hier neemt God het initiatief. We mogen zeggen: Genesis 28 is het contrastverhaal van Genesis 11; het laatste leidt tot vervreemding, het eerste tot verbondenheid. Beide verhalen laten zien, dat de aardse mens geduldig moet wachten tot de hemel aan hem verschijnt. Jakob staat voor Israël dat keer op keer als balling onderweg is, maar telkens door Gods genade wordt bevrijd.
Johannes 1:51[52] ontleent zijn beelden waarschijnlijk aan het verhaal van de Jakobsladder. Jezus zegt hier tot de leerlingen, dat zij de hemel zullen open zien en dat de engelen van God opstijgen en neerdalen (weer die onlogische volgorde) op de Zoon des Mensen. De tekst noemt geen ladder. Toch ontbreekt de ladder niet. De Zoon des Mensen treedt bij wijze van spreken als ladder op. Hij vormt de verbinding tussen hemel en aarde. In Hem krijgen de leerlingen deel aan de hemel en komt de aarde binnen het gezichtsveld van de hemel.
c.Het aantal treden (zeven en acht) van de trappen in het tempelcomplex waarvan Ezechiël droomt, lijkt bewust gekozen te zijn (Ez. 40:2231). De trap als verbinding drukt daarmee de volledigheid uit. Hetzelfde mogen we aannemen van de tien treden van de trap waarop de stand van de zon kon worden afgelezen: Hizkia wordt teruggezet in de tijd, hij mag zijn werk en leven overdoen (Jes. 38:8).
d.In de prediking van met name Ezechiël en Jeremia maakt de aanvalsmethode van wal en oprit deel uit van het goddelijk oordeel (Ez. 26:8; Jer. 6:6 enz.). Het is niet altijd duidelijk of we dit letterlijk dan wel als metafoor van dreiging en ondergang moeten opvatten. In elk geval willen deze beelden bij de hoorders een schokeffect teweegbrengen, opdat zij zich omkeren.
Praxis
a.Liederen:
Liedboek: Psalm 139; 144; Gezang 67; 129; 142; 169; Alles I: 5; II: 4; Bijbel I: 12; Droom: 89; Gezegend: 3; Liederen: 47; 143; 250; ZAD II: 12; II: 12; Zingend V: 5; VI: 53; Zleven: 8.
b.Poëzie:
H.C. ten Berge, Materia prima. Gedichten 19631993, Amsterdam 1993, blz. 17: ‘De slaper’. Ida Gerhardt, Verzamelde gedichten, Amsterdam 1980, blz. 480: ‘Het vers’. Muus Jacobse, Het oneindige verlangen, Nijkerk 1982, blz. 167: ‘Kanaän’. Anton Korteweg, Stand van zaken, Amsterdam 1991, blz. 42: ‘Groei’. H. Marsman, Verzamelde gedichten, Amsterdam 198810, blz. 105: ‘Toren van Babel’. Dorothee Sölle, De moeder van Eva, Baarn 1985, blz. 136: ‘De Jakobsladder in het centralpark’.
b.Verwerking:
De ladder als symbool van verbinding naar God is het meest sprekend. We kunnen de vraag stellen, welke ladders vandaag hemel en aarde met elkaar verbinden. Moeten mensen zelf zulke ladders scheppen of dienen zij het initiatief aan God over te laten? Een heel andere invalshoek is de symboliek van de preekstoel: Vanwaar zijn opvallende plaats? Wat gebeurt er vanaf deze verhoging?
Verwijzing
De hier besproken woorden tonen raakvlakken met ‘berg‘, ‘toren‘, ‘hemel‘ en ‘muur‘.