Liefde die duurt, kiest
Bij Deuteronomium 30,15-20 en Lucas 14,25-33
Scheiden doet lijden. Dus breken met je familie, om Jezus’ wil, kan dat? Jezus is radicaal. Met ontferming bewogen ook, maar ook radicaal. Wie Hem wil volgen plaatst Hij voor een keuze. En een goed begin is het halve werk. Iets voor een startzondag? Om ons maar meteen voor een duidelijke afbakening te plaatsen: waar gaat u dit jaar aan meedoen, wat is uw talent dat u wilt inbrengen, wilt u de Heer volgen op zijn levensweg met u? Neem dan wel afstand van uw vorige leven.
Mozes heeft al heel wat met de Eeuwige afgetobd – en heeft zijn ziel behouden. Een geboorte op het randje van de dood, een uittocht uit de slavernij onder wonderlijke omstandigheden, een slopende tocht door de woestijn van veertig jaren – de tijdspanne van een nieuwe geboorte –, de telkens optredende verlamming van zijn volk, zijn gesjacher met de Eeuwige om te voorkomen dat deze het laat afweten: hoe houd je dat vol? Heb je dan een eindeloze adem? Maar nu, het geheel overziende en als in een laatste wilsbeschikking, zeg: een testament, vat hij deze levensweg die de weg van de Tora is nog eens samen. Hij staat aan de grens. De grens van zijn mogelijkheden en invloed, die van het land, en die van het volgzaam-zijn van het volk. Nu zullen ze het zelf mogen doen, moeten doen. Hij is niet in staat nog langer leiding te geven (Deut. 31,2). Nu komt het erop aan, voor de nieuwe generatie. Zij staan aan het begin. En een goed begin is het halve werk.
Vrije wil
‘Heden leg ik u voor (…)’ (Deut. 30,15). Het is geen langetermijnkwestie, leven. Het is vandaag aan de orde. Vandaag geldt bijvoorbeeld ook: Hodie, Christus natus est, niet alleen met Kerstmis. De kwaliteit van het leven, in de woestijn of in het land van belofte, het is vandaag aan de orde. En, alle hersenonderzoeken ten spijt, leven is kiezen – uit vrije wil. En kiezen blijft een kwestie van het hart, daar worden de keuzes gemaakt, volgens schriftuurlijk inzicht. Dat hart kan uiteen liggen, vaak, verdeeld als het is, twijfelend, zoekend, niet wetend wat te doen, wat goed is, wat kwaad, maar een keuze heeft een mens. Daarom bidt de psalmist ook om een onverdeeld hart: ‘Wijs mij uw weg, HEER, en ik zal hem in trouw aan U bewandelen. Richt mijn hart onverdeeld hierop: dat ik uw naam mag vrezen’ (Ps. 86,11, WV). Leven is kiezen en de mens heeft een keuze. En een wil. Een vrije wil. Die verantwoordelijkheid moet (leren) dragen: ‘Alles ligt in de hand van God, behalve de vreze Gods’ (d.w.z. of we al dan niet kiezen voor Hem) – dat is het onweersproken uitgangspunt van het joods-bijbelse denken. Doel van het leven is ‘de weg te volgen die Hij wijst’ (Deut. 30,16).
Alleen al de uitdrukking ‘Ik leg jullie voor’ geeft aan, hoe de Eeuwige de mens vrijlaat ervoor te kiezen. Maar natuurlijk is er de worsteling, tussen de menselijke keuzevrijheid aan de ene kant, en de voorzienigheid, het plan Gods, aan de andere kant. Het vertrouwen op de voorzienigheid is echter niet in tegenspraak met de opdracht te kiezen. Het leert ons enkel dat we in elke keuze God niet voor de voeten kunnen lopen. De paradox: vrije keuze en Gods wil, tegelijk, is er ten eerste opdat wij ons zullen oriënteren op de Tora, die toch in al haar onderricht Gods wil aan ons voorhoudt, en ten tweede opdat wij ooit met Jozef zullen zeggen: ‘Niet jullie hebben mij hierheen gestuurd, maar God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie voortbestaan op aarde veilig te stellen’ (Gen. 45,8) en: ‘Hij heeft alles ten goede gedacht!’ (Gen. 50,20). Onafhankelijk van onze vrije wil en onze keuzes voor het goede of het kwade – die er wel degelijk toe doen – behoort het aan God dat Hij zijn plan, zegen voor de hele mensheid, verwezenlijkt.[1]
De bomentest
We zeiden al: het leven is een permanente keuze. Maar wat is een goede keuze? Een keuze die goed doet, voor de ander en voor jezelf. Een keuze om op Gods weg te blijven, die Hij heeft aangewezen. Maar van welke boom zullen we eten? Van de boom des levens, midden in de hof, of de boom van de kennis van goed en kwaad? Welke zullen we kiezen? Welke levensweg zullen we kiezen? Israël begint haar liedboek met een duopsalm: 1 en 2, die als een ‘Ten geleide’ aan heel het psalmenboek voorafgaan.[2] In Psalm 1 wordt de mens voor de keuze geplaatst of hij zich laat meeslepen door al de zwetsers, schenders en kwaadaardigen die hij tegenkomt. Wie daarin niet meegaat, maar zich daarentegen dag en nacht laaft aan het onderricht van de Eeuwige, die is zalig, gelukkig. Ja, hij/zij is als de Toraboom zelf! Als de levensboom, leven gaat er van hem uit, geplant aan levend water, aan de bron zelf als hij is. En dan nog te weten dat het eerste woord van de eerste psalm van het psalter begint met de eerste letter en het laatste woord met de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet, dan begrijpen we dat in deze keuzekwestie het geheel van de Tora begrepen is.
Nuchtere kansberekening
Leerling van Jezus zijn, christen zijn, Gods stem in je leven laten klinken en antwoord geven op zijn vragen – je kunt er lang of breed over praten, maar uiteindelijk zal het erom gaan of, en in welke mate, je voor Hem kiest. Dat geldt voor elke levenspartner, dus ook voor Hem. Met geheel je hart, geheel je ziel, al je krachten, heel je verstand ook. Liefhebben is ook kiezen. Liefde die duurt, kiest voor Hem. Met huid en haar. Vrijwillig. Gelukkig is voor Hem elke morgen nieuw.