Messianisme en eindtijdverwachting
Een jaar of zes geleden schreven Utrechtse theologen het boek: Het einde nabij? Een bundel opstellen over de Messiaanse verwachting in verband met het naderende jaar 2000. Het boek leidde niet tot ingrijpende veranderingen, evenmin als het jaar 2000 dat deed. Messianisme is voor christenen goeddeels achterhaald, aangezien de onzekerheid van het uitzien naar de Messias doorgaans heeft plaats gemaakt voor een soms wat zelfgenoegzame zekerheid. Het aangename leven geeft weinig aanleiding tot het reikhalzend uitzien naar een verlossing die het dagelijkse leven ingrijpend verandert. Voordeel is dat de voorspelling van de catastrofes waarop de Messiaanse agitatie doorgaans uitloopt ook minder vat heeft op christenen. Keerzijde: de band van messianisme met concreet onrecht en onderdrukking is verdwenen om plaats te maken voor een oefening in teksten en theologische beschouwingen. Messianisme is echter meer dan een tekstuele zaak: psychologie, politiek, filosofie en culturele antropologie zouden hierbij minstens even goede diensten kunnen bewijzen. Is het boek Messianisme en eindtijdverwachting bij joden en christenen misschien wat protestants uitgevallen, ondanks de schrijvers van uiteenlopende confessies? De ogenschijnlijk louter tekstuele uiteenzettingen bevatten toch heel wat explosief materiaal. Ook al komt dat explosieve materiaal bij de actualisering lang niet altijd uit de verf, de auteurs zijn met gevaarlijke materie bezig geweest, zoals ik hieronder hoop aan te tonen.