Met Hendrikse op weg gaan
Veel mensen zijn inmiddels met Klaas Hendrikse op weg gegaan. Van zijn boek Geloven in een God die niet bestaat heb ik de zevende druk in handen. Sommige mensen zien kans het boek vrijwel in één adem uit te lezen; bij anderen ligt het op het nachtkastje om stukje voor stukje te lezen. Ze komen allen de zin tegen: ‘Met bijbelse steun benoem ik God als ‘wat meetrekt met mensen die onderweg zijn’. Daarom zeg ik dat God niet bestaat, maar gebeurt, of kán gebeuren.’(pag. 25) Het causale verband tussen de ene zin en de andere ontgaat mij steeds. Om het verband te begrijpen, word ik al lezend gedwongen om goed bij de les te blijven. Langzamerhand begin ik het dan te begrijpen. Hendrikse wijst het bestaan van een almachtige God af, een God die is beginnen te ‘bestaan’ in de tijd van de ballingschap, toen volgens hem het concept van de ene universele God door de bijbelschrijvers is ontworpen en opgeschreven. Deze ene God is bovendien de God die alles heeft geschapen in zeven dagen. Dit monotheïstisch godsbegrip heeft wat totalitaire trekken aangenomen en is in ‘dogmatisch beton’ gegoten, om maar eens een term te gebruiken die typisch is voor Hendrikse. Dit verstarde godsbeeld is naar het inzicht van Hendrikse kenmerkend voor een groot deel van de PKN, waarin volgens hem de orthodoxen het voor het zeggen hebben.