Menu

Basis

Modern devoot leven, nu

De oude kloosters lopen leeg, maar tegelijk bloeien op veel plekken initiatieven op, verwant aan die kloostertraditie. Waar komt deze ‘nieuwe monastiek’ vandaan? Wat zijn kenmerken, waar komt het voor en in welke vormen?

Drs. E.D.M. van der Stouw is verbindend specialist Monastiek Kerkzijn binnen het cluster Ondersteuning Gemeenten van de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk.

Terwijl steeds meer kloosters hun deuren moeten sluiten omdat de daar levende gemeenschappen van kloosterlingen te oud en te klein zijn geworden, bloeien er tegelijkertijd op veel plekken in Nederland initiatieven op die verwant zijn aan of geïnspireerd door de kloostertraditie. Het gaat dan niet alleen om spirituele praktijken zoals retraites en pelgrimages, stiltevieringen en getijdengebeden, christelijke meditatie en lectio divina, maar ook om vormen van gemeenschapsleven zoals christelijke leefgemeenschappen en stadskloosters.

De groeiende belangstelling voor en oriëntatie op ‘het monastieke’ in protestantse kringen is opmerkelijk. De boeken van hedendaagse ‘monniken’ als Henri Nouwen, Anselm Grün en Wil Derkse vinden gretig aftrek onder protestantse gelovigen. Ook zijn er allerlei spirituele praktijken uit de monastieke traditie in opkomst. Vacare, een beweging voor meditatief leven binnen de Protestantse Kerk, stimuleert de beoefening van christelijke meditatie, individueel en in groepen overal in het land. Individuele gelovigen en groepen gemeenteleden gaan pelgrimeren of op retraite in kloosters en retraitecentra. Plaatselijke kerken organiseren stiltevieringen en getijdengebeden. Er wordt geestelijke begeleiding aangeboden, bijvoorbeeld vanuit de beroepsvereniging Gaandeweg en het Netwerk Geestelijke Begeleiding van de Protestantse Kerk.

Onrustig is ons hart

Er is kennelijk een toenemend verlangen naar verstilling en verinnerlijking, naar contemplatie en zorg voor de ziel. Ongetwijfeld als reactie op de hectiek en druk van het dagelijks leven, de 24-uurs economie en de constante prikkels van sociale media. Ook het kerkelijk leven, waarin vaak de nadruk ligt op organisatie en activiteit, ontkomt hier niet aan.

Een groot deel van het kerkelijk kader voelt zich ‘vermoeid en belast’

Een grootschalige enquête onder leden van de Protestantse Kerk toonde nog niet zolang geleden aan dat een groot deel van het kerkelijk kader ‘vermoeid en belast’ is. In dat licht is het niet vreemd dat ‘het monastieke’ aantrekkingskracht heeft. Maar de vraag komt op of alles wat zich onder de vlag ‘monastiek’ aandient deze aanduiding ook verdient. Thomas Quartier, theoloog, filosoof en ingetreden bij de St. Willibrordsabdij in Doetinchem, schrijft in zijn boek Anders leven, Hedendaagse monastieke spiritualiteit (Berne Media, 2015) dat ‘monastiek’ allereerst verwijst naar een manier van leven, een levenshouding, die alle terreinen van het leven betreft en niet ‘los’ verkrijgbaar is in de vorm van spirituele praktijken. De kern van het monastieke bestaan – het zoeken naar God – is volgens Quartier iets dat je niet in je eentje doet, maar in gemeenschap met anderen. Hoewel ‘monastiek’ is afgeleid van het Griekse ‘monos’ (alleen), is het een bestaanswijze die zich in ‘communio’ (gemeenschap) voltrekt.

Ook in de 20e eeuw ontstaan in de navolging van Jezus protestantse en oecumenische leefgemeenschappen

Zo zijn ook de eerste kloosters ontstaan, in de vierde eeuw na Christus. Kluizenaars die zich afzonderden in de woestijn om God te zoeken, gingen na verloop van tijd bij elkaar wonen. De vorming van leefgemeenschappen van broeders en zusters was ook één van de kenmerken van de beweging van de Moderne Devotie. Hoewel de protestantse traditie na de Reformatie weinig op had met het kloosterleven, ontstaan er in de twintigste eeuw ook protestantse en oecumenische leefgemeenschappen van mensen die zich geroepen weten tot de navolging van Jezus Christus in het dagelijkse leven met en voor mensen.

Inspiratie vanuit Taizé

In en na de Tweede Wereldoorlog vormen zich in het buitenland oecumenische leefgemeenschappen die ook van betekenis zullen worden voor kerken en gelovigen in Nederland. De bekendste daarvan is de communiteit van Taizé in het gelijknamige dorpje in Frankrijk en gesticht door de Zwitserse protestant Roger Schutz, beter bekend als frère Roger. In de loop der tijd groeit Taizé uit tot een gemeenschap van zo’n honderd broeders, van wie een aantal in kleine fraterniteiten in Azië, Afrika en Zuid-Amerika wonen. Daar delen zij hun leven met armen, straatkinderen, gevangenen en stervenden. De broeders leggen bij hun intrede in de gemeenschap een gelofte af en laten zich in hun samenleven leiden door een gemeenschappelijke leefregel.

Taizé is een open gemeenschap, ontvangt jaarlijks duizenden gasten en oefent een sterke aantrekkingskracht uit op met name jongeren uit heel Europa en verder. De vieringen van Taizé en de meditatieve liederen die daar worden gezongen vinden ook hun weg naar kerken in Nederland. Zo ontstond bijvoorbeeld vijf jaar geleden Taizé Amsterdam, een jongerencommunity in en rond de Nassaukerk waar vooral studenten aan deelnemen. Deze gemeenschap organiseert niet alleen maandelijkse Taizé-vieringen, maar probeert via verschillende maatschappelijke activiteiten ook een diaconale grondhouding bij jongeren te cultiveren.

Een leefgemeenschap die mede geïnspireerd is door Taizé is Spe Gaudentes (naar Romeinen 12 vers 12: ‘zij die zich verheugen in de hoop’). Deze oecumische communiteit is de kerngroep van gemeenschap Oudezijds 100, die zich in de jaren vijftig heeft gevestigd op de Amsterdamse Wallen. De dertien leden van Spe Gaudentes hebben zich met een gelofte voor het leven aan elkaar verbonden om vanuit het evangelie van Jezus Christus present te zijn in de stad Amsterdam. Samen met vrijwilligers, medewerkers en huisgenoten bouwt men aan een huis waar mensen welkom zijn. Oudezijds 100 biedt concreet hulp door inloop, maatschappelijke opvang, begeleid wonen, medisch maatschappelijk werk en medische zorg voor onverzekerden. De leefgemeenschap functioneert hierin als groot gezin en oefenschool, die de hulpverlening ondersteunt.

Keltisch-christelijke gemeenschappen

In de jaren dertig van de vorige eeuw wordt door de Schotse predikant George McLeod de Iona Community gesticht. Samen met werkloze arbeiders, studenten en predikanten herstelt hij de tot ruïne vervallen abdij op het eilandje Iona en zo ontstaat een gemeenschap die nu 250 leden, 1400 geassocieerden en 1500 vrienden wereldwijd telt. De leden delen een gemeenschappelijke leefregel van dagelijks gebed, wederzijdse verantwoording van de besteding van tijd en geld, onderlinge ontmoeting en inzet voor gerechtigheid en vrede. De betrokkenen bij deze gemeenschap leven (met uitzondering van de stafleden en vrijwilligers op Iona) niet samen, maar zijn door de leefregel en regionale huisgroepen nauw met elkaar verbonden. Ook in Nederland zijn er mensen bij deze gemeenschap betrokken, onder andere via de Nederlandse Iona Groep. Net als in Taizé ontwikkelt zich ook binnen de Iona Community een eigen liturgische praktijk, met onder andere nieuwe liederen. Veel van deze liederen hebben via onder andere het Nieuwe Liedboek hun weg naar kerken in Nederland gevonden.

Een soortgelijke oecumische gemeenschap die haar wortels heeft in de Keltisch-christelijke traditie is de Northumbria Community, met een ‘moederhuis’ annex retraitecentrum in het noordoosten van Engeland. Ook deze gemeenschap leeft verspreid over het Verenigd Koninkrijk en daarbuiten en wordt bijeengehouden door een leefregel rond de woorden ‘beschikbaarheid’ en ‘kwetsbaarheid’. Het recent gestarte oecumenische stadsklooster in Arnhem, een kleine christelijke leefgemeenschap, richt zich op deze leefregel.

Met een gelofte voor het leven aan elkaar verbonden om Jezus Christus present te stellen in Amsterdam

Nieuwe monastiek

In Nederland is een bont palet aan christelijke leefgemeenschappen te vinden. En regelmatig komen daar weer nieuwe bij. Veel van deze gemeenschappen – katholiek, protestants en oecumenisch – hebben recent een netwerk gevormd onder de naam ‘Vereniging van Religieuze Leefgemeenschappen Nederland’. Er zijn leefgemeenschappen die zich richten op zorg voor kwetsbare medebewoners, op buurtbewoners in achterstandswijken, op duurzaamheid en ecologisch verantwoord leven of (in veel gevallen) op een combinatie hiervan. Niet al deze gemeenschappen leven vanuit een gemeenschappelijke leefregel, een levenslang commitment en/of de beoefening van spirituele praktijken zoals het getijdengebed. De gemeenschappen die dat wel doen zou je kunnen scharen onder de term ‘nieuwe monastiek’.

Dankzij de Amerikaanse protestantse theoloog Shane Claiborne en de opname van zijn gedachtegoed in de Anglicaanse literatuur rond ‘fresh expressions’, is ook in Nederland de term ‘nieuwe monastiek’ gangbaar geworden. Shane Claiborne stichtte eind jaren negentig in een achterstandswijk in het Amerikaanse Philadelphia de gemeenschap ‘The Simple Way’. Het programma van deze gemeenschap is: eenvoudig leven, anders leren denken over arm en rijk, wat je hebt met anderen delen, scheiding tussen groepen in de samenleving doorbreken. Kortom, leven volgens de tegencultuur van het Koninkrijk van God.

De ‘nieuwe monastiek’ houdt christenen en kerken een kritische spiegel voor – net als de Moderne Devotie destijds

Wat is ‘monastiek’?

Rosaliene Israël is lid en pastor van Spe Gaudentes/ Oudezijds 100 en bezig met een promotieonderzoek naar christelijke leefgemeenschappen. Zij heeft in het kader van een verkenning naar monastiek pionieren in opdracht van het missionair werk van de Protestantse Kerk in haar beleidsnotitie (Utrecht, 2015) de kenmerken van ‘monastiek’ als volgt omschreven:

• het gaat om een manier van leven waarin het zoeken naar God centraal staat en van waaruit diverse praktijken voortkomen, zoals lectio divina, getijdengebeden, geestelijke begeleiding en retraites;

• deze manier van leven vraagt vanwege haar aard om een vorm van commitment, bijvoorbeeld aan een gemeenschappelijke leefregel of roeping;

• deze manier van leven vraagt vanwege haar aardhet evangelische voorbeeld van Jezus Christus als bron voor gemeenschap, hetgeen hand in hand gaat met gastvrijheid en openheid voor bezoekers en gasten, vanuit de overtuiging dat we bij uitstek in de ontmoeting met hen Christus ontmoeten;

• het staat, juist vanwege de nadruk op orthopraxis, die wortelt in aloude monastieke tradities en gericht is op de toekomst van kerk en wereld, in een positief-kritische verhouding tot de kerk. Met deze omschrijving van ‘monastiek’ wordt de lat behoorlijk hoog gelegd. Wat is de betekenis hiervan voor zoekers, gelovigen en kerken die zich op de ‘monastieke’ weg begeven?

Spannende vragen

Een spannende vraag die hierdoor wordt opgeworpen is die naar ‘commitment’ of ‘toewijding’. In een cultuur die gekenmerkt wordt door vluchtigheid en tijdelijke verbindingen is duurzame toewijding, bijvoorbeeld aan een leefregel en/of aan een gemeenschap van mensen, geen vanzelfsprekendheid. De radicaliteit van ‘oude’ (kloosters) en ‘nieuwe monastiek’ (christelijke leefgemeenschappen) houdt christenen en kerken daarom een kritische spiegel voor, net zoals de beweging van de Moderne Devotie dat destijds deed. Een ander spannend thema is de vanuit monastiek oogpunt noodzakelijke verbinding tussen ‘bidden’ en ‘werken’, tussen ‘contemplatie’ en ‘actie’. Spirituele praktijken uit de monastieke traditie zijn in dat licht geen doel in zichzelf. De weg naar ‘binnen’ zal ook altijd weer naar ‘buiten’ moeten leiden en vice versa. Ook in dit opzicht kan de monastieke traditie en beweging fungeren als een ‘luis in de pels’ van kerken en christenen.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken