Menu

Basis

Oude belijdenissen als wegwijzer

Wandelaar met wandelstok

Aan de hand van een brief en een voorwoord toont Wim Moehn de context van en het oogmerk achter de belijdenisgeschriften van de Nederlandse protestantse kerken.

Kunnen de oude belijdenissen van de kerk ons vandaag een helpende hand reiken om koers te houden? Door middel van een volzin wordt in de Kerkorde van de Protestantse Kerk de koers uitgezet: (…) betrokken in Gods toewending tot de wereld, belijdt de kerk in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst, de drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Belijden is een activiteit waar we met hoofd en hart bij betrokken zijn. We doen dat in het besef dat vele generaties voor ons ook het geloof beleden hebben. We staan op de schouders van degenen die voor ons het geloof hebben doorgegeven.

In deze keten van elkaar opvolgende generaties die het geloof doorgeven, nemen wij onze eigen plek in. We bedenken met dankbaarheid dat zoveel mensen voor ons al bezig geweest zijn om woorden te vinden voor wat wij geloven, hopen en liefhebben.

Gelovigen kunnen daarmee hun vertrouwen op Gods zorg en liefde verwoorden

In dit artikel luisteren we naar een drietal belijdenissen, die bekend staan als de drie formulieren van enigheid: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels. Belijden geschiedt, aldus de Kerkorde, ‘in gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht’.

De heftige discussies die in het verleden gevoerd zijn over de vraag hoe de tekst van de belijdenisgeschriften zich verhoudt tot de tekst van de heilige Schrift, laten we hier rusten. Als het om koers houden gaat, bevragen we de drie klassieke teksten. Hoe bieden zij handvatten om degene die nu geloven, een begaanbare weg te wijzen?

De Nederlandse Geloofsbelijdenis

De gemeenten die halverwege de zestiende eeuw in de Zuidelijke Nederlanden gesticht zijn, staan bekend als de gemeenten ‘onder het kruis’ (van vervolging). Geleidelijk ontstond een netwerk van gemeenten die geleid werden door calvinistische voorgangers. Een van hen was Guido de Brès. Onder moeilijke omstandigheden heeft hij geprobeerd leiding te geven aan de gemeenten en door middel van een geloofsbelijdenis heeft hij de koers voor de gemeenten uitgezet.

Zijn belijdenis kennen we als de Nederlandse Geloofsbelijdenis, die 37 artikelen telt. In het boek Belijdenisgeschriften van de Protestantse Kerk in Nederland wordt alleen een vertaling van deze artikelen geboden en helaas niet van de brief die daaraan voorafgaat: een krachtig pleidooi van de ‘gelovigen in de Nederlanden aan de onoverwinnelijke Koning Filips, hun opperste Heer’.

Lotsverbonden weten zij zich met de zusters en broeders die in de eerste eeuwen van onze jaartelling gebukt gingen onder de repressie door de Romeinse overheid. Hoe willen zij koers houden en waarop is hun leven gericht?

Wij protesteren en betuigen nu voor God en Zijn engelen, dat wij niets meer begeren dan gehoorzaam
aan de overheden in zuiverheid van geweten te leven, God te dienen en ons naar Zijn Woord en heilige geboden te hervormen. De koers schetst De Brès in artikel 5 van de Confessie: de zesenzestig boeken van het Oude en Nieuwe Testament ontvangen wij alleen als heilig en canoniek ‘om ons geloof daarnaar te richten’.

De Heidelbergse Catechismus

Onder heel andere omstandigheden zag enkele jaren later de Heidelbergse Catechismus het licht. In de winter van 1563 is in Heidelberg een nieuw leerboekje voor de jonge onderdanen van keurvorst Frederik III gereedgekomen: de Heidelbergse Catechismus met zijn typerende verdeling in 52 zondagen.

Ook van dit boekje geldt dat het voorwoord dat de keurvorst persoonlijk geschreven heeft, niet in de vertaling is opgenomen. Daarin maakt hij duidelijk dat hij het niet alleen belangrijk vindt dat de jeugd goed onderwijs krijgt in de basics van het christelijk geloof, maar onderstreept hij ook het belang van de eenheid van de kerken.

Die eenheid is ten zeerste gediend met het hebben en gebruiken van één leerboek. Wanneer er in een kerk vele en verschillende leerboeken gebruikt worden, dan werkt dat verdeeldheid in de hand. Frederik III ziet het als zijn taak om ook op godsdienstig terrein de koers voor zijn onderdanen te bepalen: op school, in de kerk en in de huizen worden dezelfde teksten gebruikt om te leren geloven en belijden.

Frederik heeft de kerk in de Palts niet alleen voorzien van een leerboek voor de jeugd maar ook van een nieuwe kerkorde. Daarin zijn de teksten van gebeden opgenomen, zodat de onderdanen niet alleen leren geloven maar ook woorden krijgen aangereikt waarmee zij hun vertrouwen op Gods zorg en liefde kunnen verwoorden. Halverwege de zestiende eeuw getuigt deze keurvorst van een heldere visie op koers houden.

De Dordtse Leerregels

Het laatste belijdenisgeschrift dat we hier onder de aandacht brengen, de Dordtse Leerregels, heeft de eeuwen door aanleiding gegeven tot discussie. In een crisis met de omvang van een nationaal conflict hebben kerk en overheid gezocht naar de juiste koers. Vertegenwoordigers uit verschillende Europese landen zijn naar Dordrecht gekomen om antwoord te zoeken op de vragen die cirkelen rond het geheim van Gods barmhartigheid. En kan een mens volhouden te blijven geloven, ook al raast er een storm over haar of zijn leven?

In ‘Het vijfde hoofdstuk van de leer’ komen deze vragen aan de orde, wanneer het gaat over de volharding van de heiligen. Hoe houd ik het vol te geloven? De Dordtse Leerregels gaan eerlijk om met deze vragen: vandaag geloof ik, maar hoe is dat volgende maand, of over twee jaar? Wie zich toevertrouwt aan Jezus Christus, wordt geen heilige maar zal merken dat hij of zij in dit leven met dagelijkse zonden te maken heeft.

Een boodschap die haaks staat op het devies om het beste uit jezelf te halen. In deze werkelijkheid willen de Leerregels pastoraal nabij zijn en troosten zij door te spreken over een andere blikrichting: niet jezelf observeren en kijken wat je zelf in huis hebt aan mogelijkheden, maar de blik richten op Gods trouw. Zou je aan je eigen krachten worden overgelaten, dan zou je het niet tot het einde toe volhouden.

Maar God is getrouw, die de gelovigen in de genade die hun eenmaal gegeven is, door zijn barmhartigheid bevestigt en tot het einde toe met kracht bewaart. DL, hoofdstuk V, art. 3 Oude teksten geven hun geheim niet zomaar prijs. Wie de moeite neemt ze te bevragen en zich de woorden eigen te maken, zal de kracht van deze richtingwijzers ervaren.

Wim Moehn is bijzonder hoogleraar Geschiedenis Gereformeerd Protestantisme aan de PThU en predikant van Wijkgemeente Grote Kerk te Hilversum.

Filmpje bij het kinderboek van William Boekestein, Faithfulness Under Fire. The Story of Guido de Bres, 2012.


Koers houden
Woord & Dienst 2024, nr. 4

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken