Menu

Premium

Oudste

ouderdom

In ons land ligt de gemiddelde leeftijd die mensen kunnen bereiken op het ogenblik zeer hoog: voor mannen iets beneden de tachtig en voor vrouwen enkele jaren daarboven. We doen geen gewaagde uitspraak wanneer we concluderen dat die gemiddelde leeftijd nog nooit zo hoog is geweest. Overigens dient daarbij wel bedacht te worden dat we over een gemiddelde spreken. Ook in het verleden bereikten sommigen een hoge leeftijd. Zij waren echter geen regel, maar uitzondering. Door allerlei oorzaken – epidemieën, onvoldoende medische verzorging, slechte hygiënische omstandigheden, oorlogen – stierven toentertijd velen jong. De laatste decennia is de samenstelling van onze bevolking in snel tempo radicaal gewijzigd. Het geboortecijfer is gedaald, terwijl de levensverwachting belangrijk is toegenomen. Met als gevolg dat onze huidige maatschappij gekenmerkt wordt door een groot aantal ouderen: de grijze golf. Als een direct gevolg van recente revolutionaire ontwikkelingen op technologisch gebied kan de overgrote meerderheid van die ouderen geen bijdrage meer leveren aan het arbeidsproces. In onze tijd veroudert kennis heel snel. De levenservaring die de oudere in het verleden macht en aanzien verleende, heeft heden ten dage aanzienlijk aan waarde ingeboet. Naar de waarschuwende woorden van een oudere wordt soms alleen uit beleefdheid nog geluisterd.

Grondtekst

Het Hebreeuwse werkwoord zaqan kan zowel betekenen ‘een oude man zijn’ (Gen. 27:2; Joz. 23:2; 1 Sam. 12:2) als ‘een oude vrouw zijn’ (Gen. 18:13); daarnaast heeft het dikwijls de algemene betekenis: ‘oud geworden zijn’ (o.a. Gen. 18:12; 19:31; 24:1; 27:1; Joz. 13:1; 23:1; 1 Sam. 2:22; 4:18; 2 Sam. 19:33; 1 Kon. 1:1,15; Ps. 37:25). Het zelfstandig naamwoord zaqen komt in het Oude Testament 174x voor: een ‘iesj zaqen is een oude man (Richt. 19:16-22; 1 Sam. 28:14); zeqeniem zijn de ouderen, zowel mannelijk als vrouwelijk (Ps. 107:32; 119:100; Spr. 17:6); hazzeqeniem (letterlijk: zij die een volle baard – zaqan, ‘volle baard’ – dragen) zijn de gezaghebbende ouderen in een stad of dorp die in de poort rechtspreken. In de geschriften van het Nieuwe Testament wordt het Griekse woord presbyteros gebruikt. In de evangeliën en in het begin van het boek Handelingen heeft het de betekenis van ‘de oudsten van het volk Israël’ – zij behoren tot de tegenstanders van Jezus en de vroeg-christelijke gemeente te Jeruzalem (o.a. Mat. 16:21; 21:23; 26:3; Mar. 8:31; 11:27; 15:1; Luc. 20:1; 22:52; Hand. 4:5,8,23; 6:12); in het tweede deel van Handelingen en in enkele nieuwtestamentische brieven (niet in de brieven die zeker van Paulus zijn!) zijn de presbyteroi de leiders – de oudsten of ouderlingen – van de christelijke gemeenten (o.a. Hand. 11:30; 14:23; 15:2,4,6,22,23; 1 Tim. 5:1,2,17,19; Tit. 1:5; Jak. 5:14; 1 Petr. 5:1,5; 2 Joh. 1; 3 Joh. 1). In het laatste bijbelboek wordt verteld over vierentwintig presbyteroi in de hemel die God en het Lam aanbidden (Op. 4:4,10; 5:5,6,8,11,14; 7:11,13; 11:16; 14:3; 19:4).

Letterlijk en concreet

a.De term ‘oudste’ vraagt om een nadere verklaring. Niet iedere oudere man kon op die eretitel rechten doen gelden. Een ‘oudste’ was het hoofd van een aanzienlijke familie. Zijn status en aanzien verschafte hem de mogelijkheid een belangrijke rol te spelen in de maatschappij. Volgens het boek Exodus functioneerden oudsten al ten tijde van het verblijf van het volk Israël in Egypte en naderhand in de periode van de omzwervingen in de woestijn. Nadat God zich aan Mozes heeft bekend gemaakt – ‘Ik ben die is’ (Ex. 3:14; ‘Ik ben, die Ik ben’ in de vertaling NBG-1951) -, geeft Hij hem de volgende opdracht: ‘Ga nu, roep de oudsten van Israël bijeen en zeg hun: De Heer, de God van uw vaderen, is mij verschenen, de God van Abraham, Isaak, met deze boodschap: Ik draag zorg voor u, want Ik zie wat men u in Egypte aandoet (Ex. 3:16).

b.Oudsten staan Mozes op alle mogelijke manieren terzijde tijdens de tocht door de woestijn (Ex. 17:5; 18:12). Volgens het boek Numeri wordt op uitdrukkelijk bevel van God een raad van zeventig oudsten gekozen (Num. 11:16,24). Een zelfde aantal oudsten vergezelt Mozes bij de sluiting van het verbond: ‘Mozes besteeg de berg samen met Aäron, Nadab en Abihu en zeventig oudsten van Israël. En zij aanschouwden de God van Israël. Onder zijn voeten was een soort platform van saffier, helder als het hemelgewelf. Zijn hand kwam niet meer op de voorname Israëlieten: zij mochten God aanschouwen. Toen aten en dronken zij’ (Ex. 24:9-11).

c.Na de verovering van het beloofde land en het wisselvallige tijdperk der richters zijn het de oudsten die namens het volk bij Samuël komen met het verzoek een koning aan te stellen (1 Sam. 8:4). Volgens de geboden van de Tora was het noodzakelijk allerlei zaken – vooral op het terrein van huwelijk en gezin – voor te leggen aan de oudsten in de poort (Deut. 21:19; 22:15; 25:7). In alle openbaarheid spreken zij recht (Ruth 4:1-17).

d.Weinig is met zekerheid te zeggen over de betekenis en invloed van de oudsten in de periode van de koningen van Juda en Israël. Datzelfde geldt ook voor de tijd na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap. Als de vertegenwoordigers van aanzienlijke families zullen zij zonder enige twijfel een rol van betekenis hebben gespeeld. Naast de priesters en schriftgeleerden worden zij genoemd als leden van het Sanhedrin (de Hoge Raad). Als zodanig behoorden zij tot de tegenstanders van Jezus (Mar. 8:31) en van de vroeg-christelijke gemeente te Jeruzalem (Hand. 4:5).

Beeldspraak en symboliek

a.In de bijbel wordt genuanceerd over oude mensen en over ouderdom gesproken. De pessimistische Prediker schildert in niet mis te verstane bewoordingen het verval van het lichaam. Dat zijn ‘de kwade dagen’, ‘dan keert het stof terug naar de aarde waar het vandaan kwam, en levensgeest naar God die hem schonk’ (Pred. 12:1-7). De bijbel is een realistisch boek. De dood wordt niet verzwegen en de sterfelijkheid van de mens niet ontkend: ‘De mens voert U (God) terug tot stof … U maait hen weg in de slaap, als gras: in de ochtend nog welig en fris, en ‘s avonds verwelkt en verdord’ (Ps. 90:3-6).

b.De ouder wordende mens ziet zich in toenemende mate geconfronteerd met de eindigheid van het menselijk bestaan. Dat betekent echter niet dat de oudere geminacht of uitgerangeerd zou mogen worden. Integendeel, hij/zij heeft recht op zowel bescherming als respect. Het vijfde gebod laat daarover geen twijfel bestaan: ‘Eer uw vader en uw moeder. Dan zult u lang leven op de grond die de Heer uw God u schenkt’ (Ex. 20:12; vgl. Deut. 5:16; Lev. 19:3; Spr. 23:22).

c.In het bijzonder in de wijsheidsliteratuur wordt een directe relatie gelegd tussen ‘grijs’ en ‘wijs’: ‘Grijze haren zijn een heerlijke kroon: op de weg van de gerechtigheid is die kroon te vinden’ (Spr. 16:31). ‘Het sieraad van de jongeren is hun kracht, de pracht van de bejaarden zijn hun grijze haren’ (Spr. 20:29). Tegen die achtergrond is het niet verbazingwekkend dat in een apocalyptisch visioen God als een ‘Hoogbejaarde’ (‘Oude van dagen’ in NBG-vertaling) wordt uitgebeeld (Dan. 7:9). Deze bejaarde grijsaard is geen toonbeeld van machteloosheid, maar van wijsheid. Om diezelfde reden genieten de ‘oudsten’ aanzien en macht. Zij staan niet op een zijspoor, maar geven leiding.

d.In de vroeg-christelijke gemeente worden bovenstaande lijnen niet verbroken, maar doorgetrokken. Naast de apostelen geven ook ‘oudsten’ leiding aan de oergemeente te Jeruzalem (Hand. 11:30; 15:2). Op hun reizen stellen de apostelen ook in Klein-Azië ‘oudsten’ aan die leiding dienen te geven aan de daar gestichte christelijke gemeenschappen (Hand. 14:23; 20:17; 1 Petr. 5:1; 1 Tim. 5:17-19).

e.In het laatste bijbelboek worden ‘oudsten’ in een apocalyptisch kader vermeld. In het visioen dat de ziener op Patmos krijgt, ziet hij onder meer: ‘Vierentwintig tronen omringden de troon (van God) en op die tronen zetelden vierentwintig oudsten, in witte kleren en met gouden kronen op het hoofd’ (Op. 4:4; vgl. Jes. 24:23). Vermoedelijk is het getal vierentwintig een verwijzing naar het aantal priesterklassen (1 Kron. 24:4).

f.De apostel Paulus heeft het woord ‘oud’ nog op een andere wijze een symbolische betekenis gegeven. In zijn lange brief aan de gemeente te Rome schrijft hij: ‘want indien wij als het ware vergroeid zijn met zijn dood, moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding, in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is’ (Rom. 6:6). De term ‘oude mens’ typeert het leven zonder Christus (vgl. Ef. 4:22; Kol. 3:9-11).

Praxis

a Liederen:

Liedboek: Psalm 71; 92; 105; 148; Gezang 39; 132; 167; 170; 335; 341; 441; Alles IV: l; Eva I: 2; Liederen: 31; 65; 66; Liefde: 70; ZAD II: 41; Zing: 36.

b.Poëzie:

J.C. Bloem, Verzamelde gedichten 1907-1967, ‘s-Gravenhage 198112, blz. 86: ‘De zwerver’. Hans Bouma, Mens in weer en wind, Kampen 1998, blz. 17: ‘Wel ouder’. Van der Graft, Mythologisch, Baarn 1997, blz. 238: ‘Het oude is altijd beter’; 397: ‘Het ouderdomt’. Wim Ramaker, Dichterbij kan ik niet komen, Kampen 1993, blz. 8: ‘In vertrouwen’. J. Slauerhoff,

Verzamelde gedichten, Amsterdam 1998, blz. 839: ‘Oud’. M. Vasalis, Gedichten, Amsterdam 1997, blz. 64: ‘De oude mannen’; 103: ‘Oud’.

c.Verwerking:

Luisterend naar de bijbelteksten met oudste of ouderdom, zien we de volgende thema’s: vergankelijkheid en verval, gezag, wijsheid en inzicht, eerbied en respect. Behalve het eerste paar woorden – vergankelijkheid en verval -zijn de overige aspecten moeilijk te rijmen met onze beleving van ouderdom (zie inleiding). Dat maakt het niet gemakkelijk het bijbelse begrip over te brengen naar vandaag. Het verschil tussen de bijbelse tijd en onze tijd komen we ook in onze samenleving tegen: in families die bijvoorbeeld uit het Midden-Oosten of uit Afrika komen neemt de oudere (man) een belangrijker plaats in dan bij oorspronkelijke Nederlanders. Soms begrijpen deze families niet dat onze ouderen in verzorgingstehuizen moeten wonen en niet bij de familie thuis. Ter illustratie zou het goed zijn om iemand uit die andere culturen te vragen hoe zij ouderdom zien en beleven. Van daaruit richten we ons op de bijbelteksten.

Verwijzing

We verwijzen naar ‘vader‘ en ‘moeder‘. Daarnaast is er overeenkomst met ‘haar‘ (het grijze haar).

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken