Petrus op Pinksteren
600 woorden voeden 3000 mensen (Handelingen 2:14-42)
Of die drieduizend nieuwe leden allemaal op het conto van de preek van Petrus geschreven mogen worden, staat nog te bezien. Op de pinksterdag gaan immers Woord en Geest, taal en teken, hand in hand. Net zoals de inhoud en de vorm van een redevoering niet van elkaar te scheiden zijn, is het effect van de preek van Petrus niet te scheiden van de intentie van evangelist Lucas. Deze legt de wankelmoedige visserman in elk geval een interessante redevoering in de mond. Dat is op zichzelf al een mooie retorische compositie: Waar Lucas Petrus eerst ten tonele voert als de man die na de gevangenneming van Jezus tot drie keer toe bruusk verklaart hem niet te kennen (Luc. 22:56-60), staat dezelfde Petrus hier voor het front van de menigte terwijl hij Jezus als Messias en opgestane Heer kenbaar maakt. Dit voorbeeld toont hoe de preek van Petrus niet los te zien is van de totale compositie van het Lucas-Handelingengeschrift. Dat geldt tevens de theologische inhoud: de kwalificatie van Jezus als zoon van David en messias is een echo van de engelenzang in Lucas’ kerstnacht: ‘Vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren. Hij is de messias, de Heer’ (Luc. 2:11).