Pionierslessen voor de ‘gewone’ gemeente
Dit themanummer gaat over ‘kerkelijk pionieren’, het experimenteren met nieuwe vormen, manieren van geloven en gemeente-zijn, en nog wel meer wellicht, zoals inmiddels al heel wat jaren gaande in onze kerken. In dit nummer is vooral de vraag aan de orde wat ‘gewone’ gemeenten van dat pionieren kunnen leren. Wat hebben de experimenten ons gebracht?
In dit nummer willen we de wereld van de ‘gewone’ gemeente en die van het pionieren wat dichter bij elkaar brengen. Want we geloven dat ook bestaande gemeenten veel kunnen leren van wat in de pionierswereld is geleerd en doordacht.
We doen dat door in te zoomen op de zogenaamde pioniersreis, een belangrijk model in de pionierswereld. In de landelijke toerusting van pioniersplekken en proefplekken wordt er steeds weer op teruggegrepen. Veel pioniersplekken werken er zelf ook mee.
Het model is ontstaan in Engeland, toen daar het pionieren op de kaart werd gezet. Pionieren deden ze daar niet in het wilde weg. Er waren meestal mensen, die onderweg meekeken en nadachten over hoe het (beter) kon. Ze ontdekten, dat allerlei zoektochten en projecten vaak op een vergelijkbare manier vorm kregen. Ze hebben dat willen laten zien in de vorm van zes, elkaar deels overlappende cirkels.
Het betreft hier geen gestroomlijnd model, een blauwdruk voor hoe het moet en altijd zal gaan. Elke zoektocht is rommelig. Maar het biedt dus wel een handvat van hoe je de reis op een goede manier zou kunnen ondernemen. Ik loop de zes ‘etappes’ kort bij langs. In de artikelen in dit nummer worden ze achtereenvolgens uitgewerkt.
We zien een groeiende openheid voor het christelijk geloof – vertel je verhaal maar…!
De ‘etappes’ in het kort
Het allereerste begin is een luisteroefening: wat horen we als we luisteren naar God, naar de mensen op wie we ons richten, naar kerken om ons heen en naar het team waarmee we aan de slag gaan? Goed, viervoudig luisteren biedt een goede basis voor liefhebben en dienen van je omgeving, dat is het tweede moment in de reis. Liefhebben en dienen zijn altijd ergens ook maatwerk: wat in de ene situatie liefdevol en dienstbaar is, hoeft dat in een andere situatie niet te zijn.
In de derde ‘etappe’ gaat het om het opbouwen van gemeenschap. Je hoopt meestal, dat jouw dienst aan mensen ze ook aan elkaar geeft. Hoe kun je plekken en kaders scheppen waarin dat ook kan gebeuren? Hoe kunnen er mooie verbindingen ontstaan tussen mensen, die elkaar misschien niet eens kennen? In een tijd van veel eenzaamheid is dat een enorme uitdaging. En zou je dan ook nog bubbelgrenzen kunnen doorbreken, mensen aan elkaar geven die elkaar op andere plekken niet tegenkomen?
In de vierde ‘etappe’ komt het christelijk geloof nadrukkelijker in beeld. ‘Zieltjes winnen’ is iets waar we tegenwoordig behoorlijk allergisch voor zijn. Maar tegelijk ervaren we de rijkdom van het christelijk geloof en gunnen we ook anderen het goede van het Evangelie van Jezus Christus. We zien ook een groeiende openheid voor het christelijk geloof. Minder allergie, meer onbevangen nieuwsgierigheid. ‘Vertel je verhaal maar…’. Kunnen mensen op onze plek proeven wat de kracht van een leven met en vanuit het Evangelie is?
Dan komen we in de buurt van ‘kerk-zijn vormgeven’, de vijfde ‘etappe’. Zouden de mensen die iets geproefd hebben van het Evangelie zover kunnen komen dat ze zichzelf ‘kerk’ willen gaan noemen? En als ze dat willen, hoe zou die kerk er dan uit moeten zien?
Als zo’n nieuwe kerk er is – in welke vorm dan ook – begint het proces opnieuw. Dat is ‘etappe’ zes. Hoe kun je zelf doorgaan en tegelijk op een andere plek de reis opnieuw beginnen? Eigenlijk is het dus een proces dat je als geheel ook cirkelvormig zou moeten weergeven. De pioniersreis is een blijvende gang door de onderscheiden cirkels.
Wellicht is er reden om de bakens te verzetten?
Past het wel bij bestaande gemeenten?
Dit nummer probeert, zoals al gezegd, de wereld van het pionieren en de wereld van de bestaande kerk dichter bij elkaar te brengen. Dat vraagt wel enige toelichting, want als bestaande gemeente zit je immers al in ‘etappe’ vijf. Je bent al kerk.
Toch kan de pioniersreis ook dan heel goed dienst doen. Want zeker als een gemeente graag meer ruimte wil geven aan missionair kerk-zijn, kan de pioniersreis erg helpen. De reis werkt als een spiegel waar je als gemeente in kunt kijken: hoe ziet ons leven eruit in het licht van de pioniersreis? Zo kun je met nieuwe ogen naar jezelf kijken, ook naar de manier waarop je de eigen kerk vorm hebt gegeven. Is deze nog passend en vruchtbaar? Wellicht is er reden om de bakens te verzetten. Met behulp van de pioniersreis kunnen gemeenten interne verstarring doorbreken. Luiken mogen open. Gemeenten die zichzelf vanwege krimp en dreigende opheffing opnieuw moeten uitvinden, kunnen ook baat hebben bij de pioniersreis.
Met opzet staat het woord ‘etappe’ steeds tussen aanhalingstekens. Want de pioniersreis gaat niet alleen maar ‘vooruit’. Etappes liggen hier nooit definitief achter je, ze blijven alle zes met je meegaan zolang je kerk bent. We hopen dat dit nummer kerkelijke gemeenten helpt om goed voorbereid op reis te gaan en te blijven. De gemeente van Christus is tenslotte een gemeenschap van mensen van ‘de Weg’ (Handelingen 9:2). En van ‘de Weg’ zijn betekent automatisch op reis zijn…
Dr. Sake Stoppels is emeritus-lector Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Hij is tevens lid van de redactie van Ouderlingenblad.